Paniek aan de top van de politiek

De regeringsonderhandelingen liepen al niet van een leien dakje. Het paarse beleid in de praktijk brengen, nu de economische crisis overduidelijk een feit is geworden, al helemaal niet. De grote schrik van de regeringspartijen is het verliezen van de volgende verkiezingen.

Els Deschoemacker

De inzet is niet onbelangrijk. In de belangrijkste landen in Europa is het startsignaal al gegeven. Zowel in Nederland, Frankrijk als Duitsland, staan zware besparingsprogramma’s op de agenda. De fundamentele afbraak van de naoorlogse "welvaartstaat" is nu hoofdprioriteit nummer 1 op de Europese agenda. Er wordt bespaard op de gezondheidszorg, de werkloosheidsuitkeringen, de pensioenuitkeringen,…gepaard met verregaande lastenverlagingen aan de bedrijfswereld. Dit weerspiegelt de nood van het kapitalisme in crisis om te geven aan de rijken, door te nemen van de armen.

In een periode van economische groei is het makkelijker om de idee te verdedigen dat tegengestelde belangen van lang vervlogen tijden zijn, door hier en daar wat kruimels van de tafel te laten vallen voor diegenen die het het meest nodig hebben. Deze ruimte hebben de regeringen niet meer, ook de onze niet. Hoewel de echte confrontatie nog uitblijft, is het duidelijk dat de regering het klimaat aan het voorbereiden is voor meer drastische maatregelen na de verkiezingen van 2004. De zogenaamde synthese tussen rood en blauw, evolueert steeds verder naar een donkerblauw beleid.

Om deze politiek te camoufleren is een rookgordijn van uitzonderlijk belang. Prominenten als Frank Vandenbroucke zijn zich nu al aan het indekken door te dreigen met ontslag "als de eerste minister niet in staat is de regering in handen te nemen".

Maar wat wil Vandenbroucke? De kans om de arbeiderswereld een drastische arbeidshervorming door de strot te jagen. "We moeten allemaal langer werken door meer mensen aan het werk te stellen". Hoe? Door een meer flexibele loopbaanpolitiek te voeren. Door te evolueren naar een klusjeseconomie, met andere woorden.

Niet dat de liberale excellenties daar niet mee akkoord zijn. Maar Vandenbroucke wil de eer aan zichzelf houden en vermijden dat al te duidelijke klassenanalyses worden gemaakt. Hij wil een rookgordijn in stand houden. Dat is zeer moeilijk met iemand als Rik Daems, fractieleider van de VLD, en zijn uitspraken over de sociale fraude.

Vooral de sociaal-democraten hebben dat rookgordijn nodig om hun antisociale politiek te camoufleren. Van de liberalen wordt immers niets anders verwacht dan dat ze een Thatcheriaanse politiek voorstellen. En de druk op de rechterflank neemt toe. De Belgische burgerij wacht de reactie van de arbeidersbeweging in Nederland af, om éénzelfde richting in te slaan.

De spanningen tussen liberalen en sociaal-democraten zijn aanwezig aan beide zijden van de taalgrens. Philippe Moureaux (voorzitter van de Brusselse PS), bijvoorbeeld, verweet de minister van Financiën, Reynders, ervan de "minister van de bankiers en de rijken" te zijn. En ook over het migrantenstemrecht liggen de VLD en de PS met elkaar overhoop.

Er is slechts één punt waar ze het beiden grondig over eens zijn: over het laten opdraaien van de arbeidersbeweging voor de crisis.

Delen: Printen: