Democratische rechten onder vuur

Vier Britse gevangenen van Guantanamo Bay (het kamp waar de VS een onbepaald aantal "verdachten" vasthoudt, mensen die verdacht worden van eventuele banden met Al Qaeda) worden overgebracht naar Groot-Brittannië. Minister David Blunkett zei naar aanleiding hiervan dat het duidelijk was dat niemand van diegenen die terugkomt een bedreiging vormt voor de veiligheid van de Britten.

De vraag rijst dan ook waarom de vier zonder enige vorm van proces, toegang tot het gerecht of tot hun familie gedurende twee jaar werden vastgehouden? Waarom moesten ze opgesloten worden in kleine cellen in condities die door het Rode Kruis werden omschreven als "net geen marteling, maar zo dicht je kunt komen bij marteling."

Mensenrechtenadvocaat Clive Stafford-Smith zegt dat de timing van deze beslissing geen toeval is. Het hoogste gerechtshof van de VS, het US Supreme Court, ging net beginnen aan de behandeling van de zaak van twee van de mannen die vrijgelaten werden. Daarbij zou wel eens duidelijk kunnen geworden zijn dat Bush en zijn regering schuldig zijn aan het illegaal vasthouden van personen op Guantanamo Bay.

Twee van de vier Britten die nog gevangen zijn, zullen voor een schijnrechtbank verschijnen waarbij de enige beroepsmogelijkheid bestaat uit een beroep gericht aan de VS-president zelf, die eerder al de gevangenen in Guantanamo Bay gebrandmerkt heeft als slechteriken.

Wij zijn tegen de toename van de staatsrepressie zoals dit internationaal valt waar te nemen als onderdeel van de zogenaamde ‘oorlog tegen het terrorisme’. Die repressie zal geen antwoord bieden op terrorisme. Het kan wel ingezet worden tegen diegenen die collectieve acties ondernemen, zoals stakingen of anti-oorlogsacties.

Laat Moazzam Begg vrij

Eén van de vier gevangenen die nog altijd vastzit in het militaire kamp van de VS in Camp Delta (Cuba), is Moazam Begg. Begg is een 36-jarige vader van 4 kinderen uit Birmingham en wordt niet vrijgelaten omdat de VS inschat dat hij een "groot risico" vormt.

Zijn vrouw en kinderen zagen hem niet meer sinds februari 2002. Het Britse blad ‘The Socialist’ sprak met zijn vader, Azmat Begg.

"De Amerikaanse overheid zou de mensenrechten moeten respecteren en mijn zoon onmiddellijk voor een rechtbank gebracht hebben om hem de beschuldigingen kenbaar te maken zodat hij zou kunnen antwoorden op eventuele beschuldigingen. Dat is een normale procedure, maar dit werd niet toegepast.

"Hoe wordt bepaald of mijn zoon een terrorist is? Is er een rechtbank die dat beslist heeft? De Amerikaanse overheid heeft alleszins geen enkel bewijs ervan geleverd. Mijn zoon heeft immers niets verkeerd gedaan.

"De afgelopen twee jaar werd mijn zoon gemarteld en konden we geen contact met hem krijgen. Ik kan niet met hem praten en ook advocaten kunnen niet met hem spreken. Brieven worden tegengehouden.

"Mijn zoon deed humanitair werk in Afghanistan. Hij werd opgepakt in Pakistan en overgevlogen naar de luchtmachtbasis van Bagram in Afghanistan. Van daar werd hij overgevlogen naar Guantanamo Bay.

"De Britse regering is medeplichtig. Als ze mijn zoon wilden vrijkrijgen, zou dat mogelijk geweest zijn. Maar de regering zweeg. Ze hadden publiekelijk moeten oproepen voor de vrijlating van mijn zoon."

Delen: Printen: