Home / Belgische politiek / Nationaal / Eeuwige loonstop en meer flexibiliteit, maar toch wil patronaat meer. Peeters’ plannen stoppen met massaprotest

Eeuwige loonstop en meer flexibiliteit, maar toch wil patronaat meer. Peeters’ plannen stoppen met massaprotest

Betoging tegen de antisociale regering. Foto: MediActivista

Betoging tegen de antisociale regering. Foto: MediActivista

In volle vakantieperiode kwam minister Kris Peeters met wetsvoorstellen rond ‘Werkbaar wendbaar werk’ en de loonontwikkeling. Kort samengevat komt het neer op wat we al wisten: het opvoeren van de flexibiliteit voor werknemers die inzetbaar moeten zijn wanneer het de werkgevers uitkomt. En Peeters heeft meteen ook een bedanking klaar voor die extra flexibiliteit van de werkenden: een eeuwige loonstop. Stank voor dank dus. Deze asociale voorstellen gaan voor zowel de liberalen in de regering (zowel van Open VLD als N-VA) als hun bazen bij de werkgeversfederaties niet ver genoeg. Op hun inhaligheid staan geen grenzen.

Horrorcatalogus in wetsontwerpen gegoten

Het zelfverklaarde ‘sociaal gezicht’ van de regering maakte zijn voorstellen onverwacht bekend op een ogenblik dat er geen sociaal overleg mogelijk is wegens de vakantie. Overleg hierover is ook niet meteen de bedoeling, de voorstellen zijn te nemen of te laten.

Peeters wil zijn voorstellen op snel tempo doorvoeren, nog voor de onderhandelingen over een volgend Interprofessionaal Akkoord (IPA). Zo’n IPA bepaalt de loonnorm voor de komende twee jaar en wordt normaal gezien in het najaar besproken. De opgedreven flexibiliteit wil hij grotendeels vanaf 1 januari 2017 doorvoeren.

Met de voorstellen van Peeters worden IPA-onderhandelingen een lege doos, behalve de indexering van de lonen zit er niets in. Aanpassingen van de lonen aan de index en baremieke verhogingen uit de voorbije periode van twee jaar worden immers meegerekend in de becijfering van de loonmarge. Verschillende cadeaus aan de werkgevers worden daarentegen niet meegerekend in het bepalen van de ‘loonhandicap’, onder meer de lastenverlagingen voor ploegenarbeid. Sectoren of bedrijven die toch hoger willen gaan, krijgen zware sancties. Anders geformuleerd: de fictief opgestelde loonsvergelijking met de buurlanden (fictief want verschillende elementen zoals de lastenverlaging voor ploegenarbeid worden niet meegerekend) wordt gebruikt om een eeuwige loonstop op te leggen waarbij de index een steeds dwingendere maximumgrens wordt. Dit betekent dat de reële koopkracht niet kan stijgen, de lonen volgens in het beste geval de stijgende prijzen. Volgt straks in het kader van de begrotingsbesprekingen nog een voorstel tot tweede indexsprong?

Het wetsontwerp inzake flexibiliteit van de werknemers voorziet in de annualisering van de arbeidstijd vanaf 1 januari 2017. Dit is de afschaffing van de 38-urenweek met een flexibele invulling van de wekelijkse arbeidstijd. Alleen voorziet Peeters bepaalde voorwaarden met een beperkte vergoeding voor elk uur boven de 40 uur per week. De werkgevers vinden dat onaanvaardbaar. Ze willen de cadeaus zonder enige voorwaarden.

Vanaf 1 januari zou de dagelijkse arbeidsduur kunnen opgetrokken worden tot 9 uur en de wekelijkse tot 45 uur. Het aantal ‘vrijwillige’ overuren (lees: overuren zonder overloon) zou maximum 100 uur per jaar bedragen. Anders gezegd: de gemiddelde arbeidstijd per week kan opgetrokken worden van 38 tot 40 uur per week. En dit kan nadien verder uitgebreid worden. In sectoren kan de arbeidstijd opgetrokken worden tot 11 uur per dag of 50 uur per week. Bij gebrek aan een akkoord in de sector, kan het op bedrijfsniveau doorgevoerd worden. De referentieperiode voor de berekening van de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd kan onder bepaalde voorwaarden uitgebreid worden van 1 tot 6 jaar.

Verder blijft er het voorstel van een interimcontracten van onbepaalde tijd zodat interimkantoren hun personeel als dagloners kunnen inzetten. Bij deeltijdse arbeid moeten de uurroosters vijf dagen op voorhand bekend gemaakt worden, maar via een sectorovereenkomst kan dit naar minstens 1 werkdag herleid worden. Dan weet je dus pas een dag op voorhand wanneer je moet werken. Het combineren van twee deeltijdse jobs wordt hierdoor onmogelijk.

Kortom, Peeters heeft de horrorcatalogus waartegen al maandenlang actie gevoerd werd nu in wetsvoorstellen gegoten.

Zwakheid langs onze kant leidt tot agressie van de overkant!

Voor de werkgevers gaat het allemaal niet ver genoeg. “Er verandert immers niets aan de automatische koppeling van de lonen aan de index,” aldus Hans Maertens van VOKA. Voor de werkgevers moet ook de indexering van de lonen weg, zodat hardere aanvallen op onze levensstandaard mogelijk worden.

Dat er voorwaarden aan de flexibiliteit worden gekoppeld, vinden de liberale regeringspartners onaanvaardbaar. Zuhal Demir (N-VA) sprak over een “lege doos”, haar Thatcheriaanse collega Egbert Lachaert (Open VLD) wil dat Peeters volledig opnieuw begint van een wit blad.

Wellicht hopen de werkgevers en hun politieke marionetten op verregaandere maatregelen. Ook de krant De Tijd hoopt op meer, in een edito stelt Bart Haeck: “We moeten hopen dat er in de tweede helft van de regeerperiode een tempoversnelling komt.” Er wordt al uitgekeken naar een verlaging van de vennootschapsbelasting en nieuwe besparingsmaatregelen voor 2,4 miljard euro de komende maanden.

Elke onduidelijkheid langs onze kant wordt meteen gevolgd door agressie van de overkant. Het ontbreken van een strategie om het actieplan na de zomer – met een betoging op 29 september en staking op 7 oktober – nu al voor te bereiden met een informatiecampagne die zich overigens niet tot de werkvloer moet beperken, maakt dat het publieke debat over de voorstellen grotendeels beperkt blijft tot de asociale voorstellen van Peeters versus de nog asocialere eisen van zijn collega-Thatcherianen.

Het ontbreken van een zomerse informatiecampagne is een uitdrukking van het feit dat het actieplan van bovenaf werd aangekondigd zonder dit van onderuit op te bouwen, te bespreken en te beslissen. Inzetten op personeelsvergaderingen om de verdere acties en de eisen te bespreken en uit te werken, is noodzakelijk om op elk ogenblik te kunnen reageren op aanvallen. Deze regering staat voor een confrontatiemodel, ons antwoord moet daaraan aangepast zijn. We moeten ons verzet ernstig organiseren, de betoging van 29 september en de staking van 7 oktober moeten we nu al voorbereiden.

Onze arbeid zorgt voor hun recordwinsten, maar we krijgen stank voor dank!

Volgens de neoliberale politici en de werkgevers is er geen alternatief: de ‘loonkost’ moet naar beneden zodat ‘wij’ concurrentieel zijn met de buurlanden. Wat ze eigenlijk bedoelen is dat de winsten zo hoog mogelijk moeten zijn zodat hun dividenden hoger zijn dan die van concurrenten.

Vorig jaar boekten alle Bel20 bedrijven samen een nettowinst van 17,7 miljard, waarvan meteen 9,9 miljard (+7%) werd weggeschonken aan de aandeelhouders. Het gemiddelde loon van de CEO’s ervan steeg vorig jaar met 20%! ‘Concurrentieel zijn’ betekent voor ons dat we zo weinig mogelijk moeten verdienen, voor hen betekent het zoveel mogelijk opstrijken.

Al wat de grote aandeelhouders aan dividenden verdienen, is het resultaat van onze arbeid. In België zijn de werknemers gemiddeld productiever dan in de buurlanden, maar daar wordt uiteraard geen rekening mee gehouden in berekeningen van ‘loonhandicaps’. De berekening wordt beperkt tot die elementen die een pleidooi voor ‘loonmatiging’ onderbouwen. De lonen volgen de productiviteitsgroei niet. Dit draagt bij tot de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk.

De ongelijkheid leidt tot wantoestanden zoals we zagen bij de Panama Papers, LuxLeaks, SwissLeaks, … De snelheid waarmee de onthullingen over belastingparadijzen elkaar opvolgen, heeft vooral te maken met de omvang van die belastingontduikingen. Topmanagers worden steeds meer betaald om dit systeem in goede banen te leiden. Ze verdienen daarom steeds meer: in de VS ging het loon van een topmanager van 20 keer een gemiddeld loon in 1973 tot 257 keer zo’n loon in 2007.

Verzet nodig!

De maatregelen die Peeters nu voorstelt en de besparingen die na de zomer zullen volgen om 2,4 miljard euro te vinden voor de begroting van volgend jaar, moeten doeltreffend beantwoord worden. We mogen ons niet laten paaien met kleine ‘toegevingen’ van Peeters, zoals de beperking van telewerk tijdens stakingen. Die ‘toegevingen’ hebben vooral tot doel om het ‘debat’ te beperken tot de marge die er is tussen ‘heel hard inhakken op onze arbeidsvoorwaarden’ en ‘nog harder gaan.’ Nadat de marge voor debat daartoe beperkt is, wordt een breed ‘democratisch’ debat toegelaten. Uiteraard is dat onaanvaardbaar, we moeten vertrekken van wat nodig is voor de meerderheid van de bevolking.

Stabiele jobs met degelijke lonen; leefbare uitkeringen; massale publieke investeringen in infrastructuur, onderwijs en gezondheidszorg; … zijn slechts enkele van de zaken die vereist zijn om een leefbaar leven te leiden. Dit botst meteen op hun winsthonger en het maakt dat zelfs beperkte hervormingen in het voordeel van de meerderheid van de bevolking meteen botsen op de beperkingen van het kapitalisme. LSP verdedigt een programma van socialistische breuk met het besparingsbeleid en het hele systeem.