Home / Belgische politiek / Communautaire kwestie / Aristocraat Bourgeois: “Schild en kapitaal.” Ons antwoord: solidariteit, tous ensemble!

Aristocraat Bourgeois: “Schild en kapitaal.” Ons antwoord: solidariteit, tous ensemble!

Ongenoegen tegen rechtse beleid kent geen taalgrens, onze strijd samen organiseren! Tous ensemble! 

Op de ACOD-actie in Gent op 31 mei verdeelden we affiches om de stakende cipiers en spoormannen te steunen. Deze affiches waren bijzonder populair onder de Vlaamse syndicalisten.

Op de ACOD-actie in Gent op 31 mei verdeelden we affiches om de stakende cipiers en spoormannen te steunen. Deze affiches waren bijzonder populair onder de Vlaamse syndicalisten. Foto: socialisme.be

De aanblik van de Groeningekouter in Kortrijk met enkele honderden Vlaams-nationalisten erop deed minister-president Bourgeois blijkbaar likkebaarden van een herhaling van de Guldensporenslag. Tijdens de Brugse Metten aan de vooravond van de Guldensporenslag werden de Franskiljons uitgemoord in een etnische zuivering waarbij wie “Schild en vriend” niet correct kon uitspreken het niet overleefde.

Het lijkt erop dat heer Bourgeois vandaag hetzelfde wil herhalen, maar dan in naam van “Vlaams schild en kapitaal”, waarbij de afkomst van het kapitaal er niet toe doet. Wie het waagt om voor zijn levensstandaard op te komen, verdient enkel minachting en gespuw. Wie van het democratisch mensenrecht dat het stakingsrecht is gebruik wenst te maken, is een Waal. Voor aristrocraat Bourgeois is dat zowat het ergste verwijt dat er is.

Deze nieuwe versie van de Guldensporenslag doet denken aan een bekende uitspraak van Marx: “De geschiedenis herhaalt zich soms: de ene keer als tragedie, de andere keer als klucht.” De media en gevestigde politici hebben het nu vooral over het gebruik van het woord ‘spuwen’. Daar is nochtans al langer een maatregel tegen ingevoerd: in het openbaar spuwen kan een GAS-boete opleveren. Door enkel daarop te focussen wordt de aandacht afgeleid van wat Bourgeois eigenlijk zei: ‘al wie zich tegen het Thatcheriaanse bewind verzet, moet zwijgen en oprotten.’

Met deze uitspraken is Bourgeois niet aan zijn proefstuk toe. Begin januari 2015 sprak hij voor de Franstalige zakenclub Cercle Lorraine, voor het neoliberalisme van de N-VA-bourgeois is er geen taalgrens. Bourgeois stelde er: “Ik besef dat ik hier voor een elite spreek. Maar ik geloof in de positieve kracht van een elite. U hebt allen grote verantwoordelijkheden, ik zou u willen vragen die verantwoordelijkheid te blijven opnemen.”

Met Franstalige kapitalisten heeft Bourgeois duidelijk minder problemen dan met Vlaamse stakers. Want laat daar geen onduidelijkheid over bestaan: in de recente stakingsgolf werd ook in Vlaanderen gestaakt. De betoging van 24 mei werd nationaal ondersteund door een meerderheid van de bevolking, ook in Vlaanderen was er bijzonder grote steun. De staking van 24 juni werd misschien wat minder opgevolgd, maar dat was ook langs Franstalige kant het geval. Het was in de Antwerpse haven dat De Wever en Jambon de oproerpolitie inzetten om stakersposten te verwijderen en daarmee meteen het stakingsrecht aan banden te leggen. De taalgrens liep op 24 juni blijkbaar kriskras over de Antwerpse Scheldelaan.

Bij de spontane stakingen van spoorpersoneel ging tot de helft van het Brugse of Antwerpse personeel mee in staking. Vlaamse cipiers keken ongetwijfeld met groeiende afschuw naar hun eigen vakbondsleiders die de Franstalige collega’s alleen lieten strijden waarbij ze meer uit de brand sleepten dan de Nederlandstalige vakbondsleiders ooit verhoopt hadden. Dit zal ongetwijfeld de autoriteit van de Nederlandstalige vakbondsleiders bij de cipiers ondermijnen, wat een aanzet kan zijn tot spontane stakingsgolven zoals we die de voorbije maanden langs Franstalige kant en in Brussel zagen.

Uiteraard dient Geert Bourgeois met zijn uitspraken een bepaalde agenda: die van de superrijken. Zoals we in maandblad ‘De Linkse Socialist’ deze maand titelen: “Gevestigde partijen jutten nationale verdeeldheid op om opgaande sociale strijd te bestrijden.” Het terug bovenhalen van het communautaire heeft als doel om het rampzalige sociale, lees: asociale, beleid te doen vergeten. Het is een tactiek die heel veel wordt toegepast. Regeringen die de afgelopen decennia vielen na een beweging van sociaal protest grepen steevast naar het communautaire als officiële excuus voor de val en inzet van de campagne. Zelfs een liefelijk wandeldorp als Voeren werd plots een onoplosbare politieke knoop van nationaal belang.

Bourgeois heeft begrepen dat het communautaire moet gepromoot worden om het besparingsbeleid te doen vergeten. Het is natuurlijk niet echt taktisch om vervolgens de communautaire insteek vast te knopen aan het sociaal verzet. Zeker niet op een ogenblik dat er nog een ronde van sociale strijd aangekondigd is met een grote betoging op 29 september en een staking in gemeenschappelijk vakbondsfront op 7 oktober.

Aan ons om bij de acties de verdeeldheid spuwende marionetten van de 1% rijksten van antwoord te dienen. We kunnen dat door er een succes van te maken in alle delen van het land. Het ongenoegen is niet communautair gekleurd, het is overal aanwezig. We kunnen dit het best in actie omzetten door de betrokkenheid te vergroten met informatiecampagnes in de zomer, personeelsvergaderingen om de regeringsplannen en het verzet ertegen toe te lichten en over de actievormen te stemmen en uiteraard door een zo groot mogelijke mobilisatie op 29 september en 7 oktober. Door daar nu al aan te beginnen op bedrijfsvlak zal het moeilijker zijn voor vakbondsleiders om op het laatste moment terug te krabbelen. Dat kunnen we ons niet permitteren met neoliberale politici als Geert Bourgeois die klaar staan om de aanval op onze levensstandaard met Thatcheriaanse snelheid verder te zetten.