Home / Belgische politiek / Communautaire kwestie / Gevestigde partijen jutten nationale verdeeldheid op om opgaande sociale strijd te bestrijden

Gevestigde partijen jutten nationale verdeeldheid op om opgaande sociale strijd te bestrijden

Foto: Jente

Foto: Jente

De laatste maanden spoelen golven van ongenoegen en woede over het brutale regeringsbeleid over het land. De regering en de gevestigde media proberen het voor te stellen als “politieke stakingen” van de Franstaligen die de N-VA-regering weg willen om de PS terug aan de macht te brengen. Als het verzet tegen het asociale beleid een verschillende impact heeft langs Nederlandstalige en Franstalige kant, heeft dit veel te maken met een verschillende strategie van vakbondsleiders. Het ongenoegen is langs beide kanten van de taalgrens quasi gelijk. De Vlaamse vakbondsleiders lijken bang om te pleiten voor de val van de regering, langs Franstalige kant kunnen ze niet om die oproep heen.

Artikel door Anja Deschoemacker uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Er zijn verschillende tradities, maar dit argument moet niet overroepen worden. Er is ook een verschillend politiek landschap. De federale regering heeft langs Franstalige kant nooit een meerderheid gehad. Waar de Vlaamse regering gewoon de federale regering is zonder de MR, zijn in Wallonië en Brussel regeringen aan de macht waarin de PS een sleutelrol speelt. Hoewel ook daar het besparingsbeleid dat de PS voerde – en voert op regionaal en lokaal vlak – nog met bitterheid herinnerd wordt (getuige de opgang van de PVDA in peilingen), lijkt een alternatief op de federale regering er evident en in lijn met de bestaande regionale coalities: Di Rupo II. In Vlaanderen is dit anders: de N-VA aan de kant zetten, zowel federaal als in Vlaanderen, is mathematisch mogelijk met de huidige parlementaire meerderheden, maar het betekent wel een partij aan de kant zetten die onbetwistbaar de grootste Vlaamse partij is.

Dus ja, de arbeidersbeweging wordt in België geconfronteerd met verschillende situaties die op bepaalde momenten ook kunnen leiden tot een verschil in wat op korte termijn mogelijk wordt geacht. Van daar de sprong maken naar de voorstelling van zaken waarbij de regering-Michel geen sociale basis heeft in Franstalig België maar wel de steun heeft van “het Vlaamse volk”, inbegrepen de Vlaamse arbeidersklasse die dan wel “begrip” zou hebben voor het harde besparingsbeleid, is echter van de pot gerukt. De deelname van de Vlaamse arbeiders in het eerste actieplan in 2014 en in de massabetoging van oktober 2015, de steun onder de bevolking aan de actiegolven en de afkeer van de regeringsmaatregelen,… tonen duidelijk het tegendeel aan.

Het is echter niet verwonderlijk dat de regering en de burgerlijke media volop de sociale strijd proberen te communautariseren. Nationale verdeeldheid opjutten in perioden van opgaande sociale strijd is een klassiek instrument van de gevestigde partijen in dit land en dat overigens aan beide zijden van de taalgrens. Tot voor kort gaven Belgische diplomaten en politici overal ter wereld advies over hoe men intelligent kan verdelen en heersen in landen waar nationale conflicten bestaan. De nationale kwestie is de voornaamste reden waarom in de recente Belgische officiële geschiedenis nog nooit een regering is gevallen over de nochtans regelmatig tumultueuze strijd van de arbeidersklasse. Ook in de jaren ’80 werd het vallen van de regeringen geweten aan de kwestie Voeren, niet aan de langdurige en massale sociale strijd tegen de regeringen Martens met baby-Thatcher Verhofstadt. Een regering die valt over de eisen van de arbeidersbeweging brengt onmiddellijk de daaropvolgende regering in de problemen met een hoge druk voor een meer sociale politiek. De gevestigde partijen in België zijn op die manier solidair met elkaar. Eens ze hun besparingen erdoor krijgen, kan nationale verzoening volgen.

Nu is er echter de N-VA, die door de burgerij niet vertrouwd kan worden om dit spelletje correct te blijven spelen. De partij die Vlaamse onafhankelijkheid wil, was bereid om de nationale kwestie vijf jaar te begraven om een hard besparingsbeleid te kunnen voeren dat in de smaak zou vallen van het Vlaamse patronaat. De burgerij nam een berekend risico door ze regeringsverantwoordelijkheid te geven, in de hoop zo twee vliegen in één klap te slaan: een aantal natte dromen van het Belgische patronaat realiseren, vooral in termen van een anti-vakbondspolitiek, én het aan de macht verbranden van de N-VA om zo terug tot stabiliteit in België te komen.

We moeten als arbeidersbeweging inzicht verwerven in dit politieke schaakspel om er op te kunnen antwoorden. We moeten ons echter niet laten afleiden van de klassenstrijd, de enige strijd die de basis creëert voor de oplossing van zowel de sociale problemen als de nationale kwestie. We moeten discussiëren en ervoor zorgen dat in het najaar alle neuzen in één richting staan: een tweede actieplan dat een overwinning nastreeft op alle centrale eisen van de beweging, in het kort een einde aan het besparingsbeleid en het terugkomen op de aanvallen op de rechten en verworvenheden van de arbeidersklasse die al zijn gestemd. Daarvoor zal deze regering moeten vallen, daar kunnen we niet omheen. Het is niet dé oplossing, maar het is een noodzakelijke stap ernaartoe.

 

Anja Deschoemacker schreef het boek ‘De nationale kwestie in België.’ Dit boek telt 298 pagina’s en is via onze webshop beschikbaar voor 18 euro (verzendkosten inbegrepen).