Home / Edito - Belgische politiek / De inzet van het actieplan: de regering doen inbinden of ten val brengen?

De inzet van het actieplan: de regering doen inbinden of ten val brengen?

Foto: PPICS

Foto: PPICS

We moeten al teruggaan tot Dehaene I (1992-95) om een regering te vinden die meer stakingen heeft uitgelokt dan Michel I. Het lijkt er bovendien sterk op dat Michel dat record nog dit jaar breekt. Van stakers vergt dat pijnlijke financiële opofferingen, van sommigen zelfs regelrechte aderlatingen. Om wat te bereiken? Inbinden strookt niet met de bestaansreden van die regering, enkel haar val beantwoordt aan de geleverde inspanningen.

Edito door Eric Byl uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Destijds wou Dehaene de sociale relaties herschikken met een nieuw sociaal pact. Het Globaal Plan was veel minder gunstig voor de werknemers, maar bleef wel een compromis. Tijdens de stakingen tegen het Globaal Plan klonk de roep om de regering ten val te brengen steeds luider. Met het argument dat ieder alternatief nog rechtser zou zijn dan de zittende coalitie deden de toenmalige vakbondsleiders de beweging echter landen. De huidige regering is niet uit op een verdere herziening van het compromis, maar wil een totale omslag waarbij compromissen plaats moeten ruimen voor regelrechte confrontatie.

De regering werpt zich op als voorhoede van de sociale afbraak, de leidende fractie om de politiek van het patronaat gestalte te geven. Ze wil volgens  Michel “het DNA van de Belgische werknemers veranderen.” Zelfs de minste patronale toegeving in de Groep van 10 wijst ze af. Als we er toch in zouden slagen haar op een aantal punten en komma’s te doen inbinden, dan zal ze daar zo snel mogelijk op terugkomen. Ze heeft niet het risico genomen een regering te vormen die in het zuiden van het land slechts door een op vijf kiezers gesteund wordt, om genoegen te nemen met cosmetische veranderingen.

Sommige vakbondsleiders zijn echter zo aan compromissen vastgeklonken dat ze steevast de confrontatie trachten te ontlopen. Dat ondermijnt de actiebereidheid, vooral in Vlaanderen. Hoewel zowat ieder alternatief deze keer linkser moet zijn dan de zittende coalitie, lijkt dat onmogelijk. Sociaaldemocraten en Groenen zijn niet gehaast om over te nemen. Zij verkiezen dat de regering haar termijn vol maakt en zoveel mogelijk vuil werk opknapt. In Frankrijk voeren hun zusterpartijen immers krak hetzelfde afbraakbeleid als Michel en wekken niet minder weerstand op.

De PVDA/PTB, in het parlement de enige echt linkse oppositiepartij, blijft herhalen dat we de regering niet ten val moeten brengen. Een regering die aantreedt nadat haar voorganger door sociale strijd gevallen is, zou nochtans ongeacht haar samenstelling flink gas moeten terugnemen. De PVDA wil daarentegen Michel doen inbinden in afwachting van ‘een volksfront’ van haarzelf met SP.a en Groen binnen 10 à 15 jaar. LSP begrijpt het verlangen naar linkse eenheid, maar wel om te breken met de besparingspolitiek, niet om het verzet in te tomen of om zoals Hollande of Tsipras een rechts beleid te voeren.  Op die manier wordt de indruk versterkt dat de arbeidersbeweging geen alternatief heeft op het programma van rechts.

Dat is er nochtans wel: een samenleving gebaseerd op solidariteit. Het vergt geen front, maar juist een breuk met de traditionele partners van de Belgische vakbonden, die een kordaat politiek initiatief zouden moeten nemen dat open staat voor nieuwe sociale bewegingen, de PVDA en andere krachten van radicaal links, ook LSP. Wij zijn ervan overtuigd dat een dergelijk initiatief een enorm enthousiasme kan opwekken. Als de arbeidersbeweging echter geen alternatief biedt, dan zullen rechtse populisten en extreemrechts, zoals in Oostenrijk, het ongenoegen aanwenden om zich te versterken. Peilingen wijzen nu al op een terugkeer van het Vlaams Belang.