Bombardementen op Syrië versterken spanningen in Midden-Oosten

De Israëlische luchtmacht voerde vorige week bombardementen uit op Palestijnse kampen op Syrisch grondgebied. Dit was een wraakactie voor de aanslag van de Islamistische Jihad op een Israëlisch-Arabisch restaurant in Haifa waarbij 19 mensen omkwamen.

De Israëlische regering beschuldigt president Bashar al-Assad en diens regering in Syrië van het geven van steun en het toelaten van het "internationale terrorisme".

Die beschuldiging wordt gedeeld door de regering van Bush die campagne voert tegen Syrië. Een aantal vertegenwoordigers van de regering beargumenteren reeds langere tijd dat de massavernietigingswapens van Saddam Hoessein niet werden gevonden omdat deze werden overgebracht naar Syrië voor de VS-invasie van Irak plaatsvond. Na de Israëlische aanval aarzelde de VS-regering niet om te zeggen dat Syrië "aan de verkeerde kant" staat in de "oorlog tegen het terrorisme".

Onder druk van het oorlogszuchtige Witte Huis ging Syrië eerder dit jaar over tot het tijdelijk sluiten van de kantoren van de Jihad en Hamas in Damascus. Het blijkt nu ook dat het door Israël aangevallen "trainingskamp" eigenlijk een verlaten kamp van het door Syrië gesteunde Popular Front for the Liberation of Palestine was.

Op de VN-Veiligheidsraad na de aanval ging de VS in het verweer tegen een resolutie die kritisch was ten aanzien van de Israëlische actie. De VS is nog steeds de belangrijkste financier van Israël waarbij het ieder jaar miljarden dollars economische en militaire steun geeft.

George Bush is bezorgd dat Sharon’s regering een escalatie van het conflict riskeert door de Palestijnse president Arafat in ballingschap te sturen, of door hem zelfs te vermoorden zoals door een aantal hardliners wordt voorgesteld. De belegerde president Arafat wordt nu in zijn hoofdkwartier in Ramallah omgeven door internationale sympathisanten die optreden als ‘menselijke schilden’.

De repressie in de Palestijnse gebieden door het Israëlisch leger gaat intussen voort en ook de bouw van het "veiligheidshekken" gaat verder waardoor Palestijns grondgebied door Israël wordt in beslag genomen.

Dit maakt het bijzonder ironisch als Sharon beweert acties te moeten ondernemen omdat de Palestijnse Autoriteit van Arafat geen acties onderneemt tegen Palestijnse milities terwijl het Israëlisch leger de meeste Palestijnse steden en dorpen controleert, waaronder ook Jenin van waar de laatste zelfmoordaanslag werd georganiseerd.

Ondanks de enorme veiligheidsmaatregelen en de militaire macht, toont de aanslag in Haifa aan dat de repressie van de Israëlische leger de Palestijnse aanvallen niet stopt en bovendien de sociale voorwaarden creëert voor het verderzetten van bomaanslagen.

Dit zal ook duidelijk beginnen worden voor de Israëlische bevolking die al een grote economische prijs betaalt voor de oorlog. Een aantal Israëlische soldaten weigert zelfs op te treden in de bezette gebieden.

Wat vandaag ontbreekt, is een grote socialistische beweging die ingaat tegen de rechtse regering in Israël en het kapitalistische systeem waar die regering een vertegenwoordiger van is.

Delen: Printen: