Home / Jongeren / Jongeren voor werk / Generatie K: na de strijd tegen het Capitool, strijd tegen het kapitaal

Generatie K: na de strijd tegen het Capitool, strijd tegen het kapitaal

jente11Zoals steeds in de maanden juni en september komen er ook dit jaar duizenden jongeren vanop de schoolbanken op de arbeidsmarkt terecht. De toekomst ziet er voor velen niet goed uit: terwijl sommigen kreunen onder de werklast, zoeken anderen vruchteloos naar werk. Het besparingsbeleid maakt het allemaal nog moeilijker voor jongeren, denk maar aan het opdrijven van de flexibiliteit door de wet-Peeters. De enige manier om tot verandering te komen, is door samen te strijden voor een andere samenleving.

Artikel door Emily (Namen) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Hotel Mama

Amper de helft van de jongeren vindt een job binnen de zes maanden nadat ze op de arbeidsmarkt komen: 54,4% volgens de jaarlijkse studie van de RVA in 2015. Ondanks die cijfers moeten jongeren sinds de maatregelen van de vorige regering minstens een jaar naar werk gezocht hebben vooraleer ze recht hebben op een kleine werkloosheidsvergoeding, de zogenaamde inschakelingsuitkering. Hoe moeten jongeren ondertussen rondkomen?

Het maakt dat velen geen andere keuze hebben dan beroep te doen op de ouders en nog een tijdlang op hun kosten te leven. Hotel mama blijft steeds langer open. In plaats van solidariteit doorheen de samenleving is er nu enkel nog hulp binnen de familie. Voor wie dit onmogelijk is, blijft enkel het OCMW over. Maar ook daar is er een chronisch gebrek aan middelen, vorig jaar alleen nam het aantal leefloners met 12,4% toe, de grootste stijging ooit.

Het enige antwoord van de regering van de rijken op de toename van het aantal leefloners bestaat uit verplichte gemeenschapsdienst. Om een leefloon te genieten, moeten opleidingen gevolgd worden, zijn er evaluaties en moet binnenkort verplicht gemeenschapsdienst verricht worden. Dit betekent werken zonder loon in ruil voor een kleine uitkering. Het leefloon is de laatste stap vooraleer iemand in complete ellende terechtkomt. Het gebrek aan middelen voor de OCMW’s zal die groep groter maken. Om dit te stoppen, moet het beschikbare werk verdeeld worden door de arbeidsweek in te korten.

Wegwerparbeiders

Doorgaans beginnen jongeren met een arbeidsovereenkomst van drie maanden of minder, zo is het alleszins in meer dan 60% van de gevallen. Vaak wordt gestart met interimcontracten. Het zorgt ervoor dat jongeren tegen elkaar uitgespeeld worden om steeds slechtere arbeidsvoorwaarden te aanvaarden in de hoop op die manier aan de slag te kunnen blijven. Wetten en regels die arbeidsvoorwaarden beschermen, worden gemakkelijker opzij geschoven dan  wetten in het voordeel van het patronaat.

De indexsprong zorgt ervoor dat jongeren gemiddeld 35.000 euro verliezen op een volledige loopbaan, de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar na een volledige loopbaan van 42 jaar maakt dat een volledig pensioen stilaan onmogelijk wordt en dan pakt Peeters nu ook nog de arbeidsvoorwaarden aan. Een algemene annualisering van de arbeidstijd in alle sectoren zonder overleg met het personeel maakt willekeurige flexibiliteit mogelijk. Moeten we werken tot we erbij neervallen?

Deze maatregelen raken wie met onzekere contracten werkt het hardst, voor veel jongeren is dit het geval. Straks moeten we steeds meer overuren kloppen om rond te komen of om wat te kunnen sparen, bijvoorbeeld om een auto te kopen aangezien het openbaar vervoer onvoldoende uitgebouwd is. De druk is groot om alle eisen van de werkgevers in te lossen om toch maar een nieuw contract te krijgen. De wet-Peeters doet compensaties voor overuren (in de vorm van overloon of compensatiedagen) verdwijnen. Wij moeten flexibel zijn naargelang het de werkgever uitkomt. Met ons sociaal leven wordt geen rekening gehouden, straks weten we pas een dag op voorhand wanneer we moeten werken.

De mogelijkheden voor interimarbeid worden uitgebreid: beperkingen voor bedrijven die er beroep op doen worden afgebouwd. Voortaan wordt het mogelijk om voor onbepaalde duur interim te werken. Een volledige loopbaan van de ene job naar de andere hollen met steeds nieuwe collega’s en andere sectorvoorwaarden, maakt het ook moeilijker om ons te organiseren op de werkvloer.

Het verzet organiseren

De steeds slechtere omstandigheden leiden tot een zeker gevoel van pessimisme. Vier op de vijf adolescenten is bang om geen werk te vinden, een op de drie Belgen tussen 18 en 30 jaar heeft ooit aan zelfmoord gedacht (studie van Solidaris). Tegelijk wordt begrepen wie voordeel uit dit systeem haalt. Volgens een studie van Noreena Hertz onder Britse en Amerikaanse tieners heeft amper 6% vertrouwen in de grote bedrijven, onder volwassenen is dat 60%. Hertz omschrijft deze generatie als “Generatie K” naar Katniss Everdeen, het hoofdpersonage in de Hunger Games. Deze generatie komt in opstand, in het geval van de Hunger Games tegen het Capitool, en heeft geen vertrouwen meer in de autoriteiten.

We moeten de afkeer tegen het systeem en de opstandigheid organiseren. Jongeren hebben een belangrijke rol tespelen in de strijd tegen de wet-Peeters en alle besparingsmaatregelen. Jongeren kunnen voor een dynamiek zorgen die ook voor de rest van de arbeidersbeweging aanstekelijk werkt.

We stellen vast dat het overleg niet meer werkt. Hoe kunnen we onderhandelen met diegenen die totaal tegenovergestelde belangen verdedigen als die van ons? Scholieren, studenten en jonge werkenden (met of zonder job) moeten de strijd uitbouwen en kunnen bijdragen aan het succes van de vakbondsacties.

Laat ons aansluiting vinden bij  de beste tradities van de arbeidersbeweging die geleid hebben tot onze sociale zekerheid en onze openbare diensten. We kunnen dit door algemene vergaderingen te houden op onze scholen, in de wijken en op de werkvloer. Deze algemene vergaderingen kunnen strijdcomités verkiezen om de organisatie van onze stakingsacties in handen te nemen. In de stakingen kan iedereen een rol spelen: werkenden, jongeren, werklozen kunnen samen de piketten versterken. Samen kunnen we de regering en het besparingsbeleid wegstaken.

De ervaring van 2014 leert ons dat we ook de discussie over een politiek alternatief moeten aangaan. De regering doen vallen is niet evident. We hebben een brede steun nodig en moeten die in acties en een krachtsverhouding omzetten. Het volstaat niet om de regering weg te krijgen, er is nood aan een politiek alternatief. Jongeren hebben een rol te spelen in de discussie daarover.