Home / Op de werkvloer / Actieplan: 7 vragen en antwoorden van en door syndicalisten

Actieplan: 7 vragen en antwoorden van en door syndicalisten

berchemHet actieplan van de vakbonden is niet min. Dat moet ook. Als we de regering-Michel nu niet stoppen, dan zet die de sociale afbraak, ook de ‘Wet-Peeters’ genoemd,  gewoon door. Voor veel syndicalisten is dat overduidelijk, maar elders vergt het nog veel discussie. We gaan hier in op enkele vragen en de manier waarop syndicalisten daaraan trachten te verhelpen.

Artikel door Eric Byl

1/ “De vakbonden doen maar alsof, enkel om stoom af te laten”

Dat is een gevoel dat leeft bij velen, dat de contouren van een ‘akkoord’ eigenlijk al achter de coulissen bedisseld zijn. Het wordt versterkt doordat we doorgaans akkoorden over onze arbeidscondities en verloning via de pers moeten vernemen. Een betoging zonder vervolg is inderdaad teleurstellend, maar dat is deze keer niet het geval. Het maakt deel uit van een actieplan naar de staking van 24 juni, na de zomer hervat met een betoging op 29 september en minstens een staking in gemeenschappelijk vakbondsfront op 7 oktober.

2/ “Halen betogingen en stakingen wel iets uit?”

De aanwezige aantallen maken wel degelijk verschil. De vakbondsbetoging van 6 november 2014, de grootste sinds 1986, deed de pers, de patroons en de regering van toon milderen. Zelfs de rellen nadien, grotendeels uitgelokt en uitvergroot in de pers, konden dat effect niet teniet doen. Een zwakke aanwezigheid versterkt de regering, een zeer sterke destabiliseert ze en versterkt de mobilisaties die erop volgen. Dat bleek al tijdens de provinciale stakingen in november en december van 2014 en ook op de algemene staking van 15 december 2014. Ondanks de hetze in de pers hadden de vakbonden toen de publieke opinie mee. Helaas lieten we na de regering ten val te brengen en kon ze haar positie geleidelijk herstellen. We krijgen nu een herkansing. Als we na de 80.000 op 24 mei, op 29 september de 200.000 halen, zal de regering wankelen. We mogen haar deze keer niet laten herstellen, maar moeten na 7 oktober doorzetten tot de val van de regering.

3/ “Ik kan mijn collega’s maar niet overtuigen om te staken”

Vooral in ziekenhuizen, met een minimumdienst die meestal een hogere bezettingsgraad vereist dan op normale dagen, is het soms moeilijk collega’s te overtuigen om te staken. Directies en regering bespelen het gemoed om de patiënten niet in de steek te laten. Een vindingrijke BBTK-afgevaardigde loste dit op door een werkonderbreking en betoging te organiseren in een lus rond het ziekenhuis. Zelden werd zoveel nagepraat en nooit eerder hadden zoveel deelnemers het gevoel bijgedragen te hebben aan een vakbondsactie.

Tijdens de staking van de federale ambtenaren bezochten we een piket van 4 afgevaardigden terwijl bijna het voltallige personeel aan de slag was. Misschien was het daar beter geweest ’s middags in het bedrijfsrestaurant een toelichting te geven gekoppeld aan een werkonderbreking. Zo zouden meer collega’s betrokken worden en hadden de bureauchefs geen vrij spel gehad in afwezigheid van de afgevaardigden. Een vakbondsafgevaardigde is maar zo sterk als de achterban. Soms vereist dit een stap achteruit om er nadien twee vooruit te kunnen zetten.

4/ “Mijn collega’s zijn in niets geïnteresseerd”

Dit vertelde een buschauffeur ons ooit op het moment waarop zich in het voetbal het schandaal voordeed met de Chinese oplichter Ye. We kwamen overeen de artikels daarover uit Het Laatste Nieuws te knippen en op het syndicaal bord te hangen. Voor de directie was er niets aan de hand: HLN is zeker niet vakbondsvriendelijk en wie is er nu niet geïnteresseerd in voetbal? Telkens als iemand ernaar keek, ging onze vakbondsman er naast staan en opmerken dat het daar net was zoals op het bedrijf: enkel de winst telt. Na enkele maanden was de basis gelegd voor de latere delegatie.

De syndicalisatiegraad in ons land is hoog, maar niet in het onderwijs. Dat de patroon met de winst gaat lopen, is er minder duidelijk. Kinderen zijn bovendien geen klanten – of zouden dat toch niet mogen zijn – en ook de ouders zijn als gebruikers van onderwijsinstellingen van een heel ander kaliber als de ‘grote multinationals’ waaraan veel industriële bedrijven leveren. De regeringen maken daar dankbaar misbruik van om stakende leerkrachten een schuldgevoel aan te praten. De ware toedracht blootleggen is er bijgevolg veel belangrijker dan op veel andere werkplaatsen. Een ACOD-afgevaardigde vertelde ons hoe hij wekelijks het syndicaal aanplakbord in de leraarskamer actualiseert met frappante artikels uit de populaire pers.

5/ “Ik wil wel, maar bij ons is er geen traditie van strijd”

Waar een syndicale traditie bestaat, moeten we het bedrijf en als het enigszins kan de industriezone blokkeren door zoveel mogelijk collega’s actief te betrekken. Maar niet overal bestaat een syndicale traditie. Ooit is die afgedwongen met veel voorbereiding en na hevige strijd. Op jouw werkplaats niet? Dan is het tijd om eraan te beginnen. Als afgevaardigde hou je er best rekening mee dat je werk 100% in orde moet zijn. Zoniet denken je collega’s misschien dat je enkel uit bent op bescherming, en dat zij jouw werk moeten overnemen. Dan is het voor de patroon een koud kunstje om je te isoleren en zelfs uiteindelijk te ontslaan. Vermijd om op alles direct te reageren, maar laat collega’s ook niet in het ongewisse. Zeg dat je met hun vraag bezig bent, maar neem toch steeds de tijd om je goed te informeren. Overleg met je secretaris of collega-delegees die je kunnen wijzen op mogelijke valstrikken. Als je echt alleen bent, tracht dan niet iedereen meteen van alles te overtuigen, maar tracht uit gesprekken en reacties op te maken wie interesse heeft. Voed die interesse wekelijks met een interessant persartikel, een goed geplaatse opmerking, of door die collega al eens mee te nemen naar een debat of een betoging. Kortom: politiseer je collega’s. Zodra je met twee bent, is het vinden van een derde en een vierde medestander veel gemakkelijker.

6/ “Hoe zet ik een efficiënt piket?”

Als je een piket kan zetten, denk er dan vooraf over na hoe het uitnodigend te maken. Een tent, vlaggen en spandoeken, affiches met onze eisen, een tafel, wat koffie, een megafoon  en een radio om het verloop van de staking elders op te volgen, zijn onmisbare attributen, net zoals een vuurton als het koud is. Misschien kan een collega overtuigd worden om zijn/haar muziekinstrument mee te nemen.  Spreek ook iedere werknemer vooraf aan om deel te nemen en leg een mobilisatielijst aan, mogelijk met een uurrooster. Leg alle werknemers uit welke specifieke maatregel hen in het bijzonder zal treffen. Nodig ze uit om volgende keer ook deel te nemen aan het piket.

7/ “Als we deze regering wegstaken, komt er dan niet gewoon eenzelfde type regering?”

Als een regering valt over sociale strijd, dan is iedere volgende regering, wat ook haar samenstelling is, verplicht uit een ander vaatje te tappen. Ze wordt dan immers geconfronteerd met een veel zelfbewustere arbeidersklasse. We moeten dat aangrijpen om op personeelsvergaderingen niet enkel toelichting te geven, maar ook onze acties voor te bereiden en de specifieke eisen voor een werking van het bedrijf en de sector in het belang van de hele gemeenschap samen uit te werken. Alle bekende politici lopen in meerdere of mindere mate aan de hand van de patroons en de rijken. Hun programma is overbekend, maar dat van ons wordt te weinig bediscussieerd en uitgewerkt. Dat programma opleggen zal een breuk van de Belgische vakbonden met hun traditionele ‘partners’ vereisen en een kordaat initiatief dat openstaat voor nieuwe sociale bewegingen, de PVDA en andere krachten van radicaal links, waaronder LSP. Wij willen daaraan bijdragen en tegelijk blijven ijveren voor een modern democratisch socialisme met vrij gebruik van kennis en middelen ten behoeve van allen.