Home / Internationaal / Europa / Oostenrijk: verzet tegen extreemrechtse dreiging nodig!

Oostenrijk: verzet tegen extreemrechtse dreiging nodig!

hoferstracheSinds vorige zaterdag waren er enkele lichte aardbevingen in Oostenrijk. Maar op politiek vlak was er een grote schok met de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Norbert Hofer van de extreemrechtse FPÖ kwam als eerste uit de bus met meer dan 35% van de stemmen. Ver achter hem volgde Alexander Van der Bellen (VdB) van de Groene Partij met ongeveer 20%. De onafhankelijke kandidaat Irmgard Griss was derde met ongeveer 18%. De kandidaten van de regeringspartijen – de conservatieve ÖVP en de sociaaldemocratische SPÖ – kwamen elk maar ongeveer aan 11%.

Analyse door Tilman Ruster van SLP, onze Oostenrijkse zusterpartij

Van waar zoveel stemmen voor extreemrechts?

De Oostenrijkse president heeft vooral een vertegenwoordigende rol met enkel formeel gezien tal van bevoegdheden. De president moet buitenlandse politici verwelkomen en geeft elk jaar een nieuwjaarstoespraak. Veel Oostenrijkers liggen doorgaans niet wakker van de presidentsverkiezingen. Bij de vorige verkiezingen in 2010 lag de opkomst amper boven de 50%. Nu was dat anders met een opkomst van 68,5%. Dit cijfer geeft aan dat mensen een stem wilden laten horen. Voor veel analisten kwam dit als een verrassing, de campagne leek voor weinig beroering te zorgen.

Het resultaat toont een diepgaande frustratie en woede tegen het beleid van de regering en de gevestigde partijen. Er is een algemeen gevoel dat het zo niet verder kan en er heerst een sterke vervreemding van de regering. De kandidaten die het beste scoorden, waren diegenen die zich als “anders”, “onafhankelijk” of “nieuw” voordeden, zelfs indien geen van de kandidaten dat echt was.

De kiezers wilden de regering een lesje leren en gebruikten deze verkiezingen daarvoor. Tijdens de campagne verklaarde de extreemrechtse kandidaat Hofer dat hij de regering zou afzetten indien de regering het huidige beleid verder zet. Dit is een presidentiële macht die sinds de oprichting van de tweede republiek in 1945 nooit uitgoefend werd. Het is moeilijk in te schatten of Hofer dit echt zou doen en als de kiezers dat zouden appreciëren. Maar dit dreigement aan de regering (die nieuwe parlementsverkiezingen wellicht fors zou verliezen), zorgde voor een schok onder het establishment.

Hofer sprak vooral over vluchtelingen waarbij hij racisme koppelde aan de angst onder gewone werkenden. Niet dat hij een programma heeft om de Oostenrijkse werkenden tegen de dalende lonen, de recordwerkloosheid en de gevolgen van het besparingsbeleid van de voorbije jaren te verdedigen. Maar Hofer’s campagne stelde vluchtelingen voor als nog een extra bedreiging voor de werkenden. Met deze leugen was hij de enige kandidaat die inspeelde op angst onder de werkenden en jongeren, dit verklaart een groot deel van zijn succes. Hij werd door velen gezien als het ‘minste kwaad’ in vergelijking met de regering.

Hofer kon gebruik maken van het feit dat niemand anders inspeelde op de angst onder werkenden voor hun toekomst. Zowel de regering, de ‘oppositie’ als zelfs de beweging in solidariteit met de vluchtelingen deed dit niet. De Sozialistische Linkspartei (SLP)  benadrukte van bij het begin van de zogenaamde ‘vluchtelingencrisis’ dat we moeten aangeven wie moet betalen voor de ondersteuning van vluchtelingen en hun huisvesting en werk. De middelen hiervoor moeten niet van de werkenden en armen komen, maar van de rijken. Onze slogans “de rijken moeten betalen” krijgt veel steun als we op straat campagne voeren, zelfs onder kiezers van Hofer. Maar de bredere beweging was niet bereid om een dergelijke slogan op te nemen. Hierdoor kon de FPÖ zich voorstellen als de enige partij die de bekommernissen van de gewone werkenden ernstig nam.

Hofer is in werkelijkheid een kandidaat van het establishment net als de andere kandidaten. Racisme wordt enkel gebruikt om de verantwoordelijkheid van de kapitalisten te verdoezelen. Het is het kapitalisme dat verantwoordelijk is voor het feit dat 1,4 miljoen Oostenrijkers (op een totaal van 7,8 miljoen) door armoede bedreigd worden. Waar de FPÖ aan de macht is, zoals in de staten Opper-Oostenrijk en Burgenland, voert de FPÖ een beleid dat nauwelijks verschilt van de andere partijen van de rijken, maar met een agressievere houding tegenover de armsten. De besparingen gaan er hand in hand met een ‘verdeel-en-heers’-aanpak waarbij de werkenden en jongeren allemaal aangevallen worden, maar de migranten nog net iets harder. De belangrijkste reden waarom de FPÖ zich als enti-establishmentspartij kan voordoen, is omdat er geen arbeiderspartij tegenover staat die effectieve antwoorden biedt met een strijdbaar programma voor hogere minimumlonen, betaalbare huisvesting, toegankelijke gezondheidszorg, … gefinancierd door de miljarden die de heersende klasse opgestapeld heeft.

Hoe kon het zo ver komen?

De kandidaat van de SPÖ was de vroegere topman van de vakbond in de openbare diensten, de vroegere voorzitter van de centrale vakbondsfederatie en tot voor kort minister van Sociale Zaken. Ondertussen stemden 60% van de arbeiders voor Hofer. Het toont de vervreemding van veel werkenden tegenover zowel de SPÖ als de vakbondsleiding en het hele systeem van ‘sociaal partnerschap’. De SPÖ controleert de belangrijkste posten in de vakbonden. Ze gebruiken die positie om te vermijden dat de woede van de werkenden leidt tot strijdbare bewegingen. Tot hiertoe zijn ze daar redelijk succesvol in geweest. De afgelopen decennia waren de vakbonden erg passief, er werd niet geantwoord op de aanvallen tegen sociale verworvenheden. De kapitalisten konden hun gangen gaan waarbij de werkenden en jongeren moesten betalen voor hun crisis.

Bij gebrek aan een effectief verzet in de vorm van vakbondsstrijd en bij afwezigheid van een arbeiderspartij, keerden delen van de arbeidersklasse naar extreemrechts voor ‘antwoorden’ of gewoon om te protesteren tegen het establishment. Anderen stemden blanco.

Dit is nu al even bezig, maar in de afgelopen periode werden de gevolgen van de crisis scherper. De werkloosheid is gestaag blijven stijgen tot ondertussen meer dan 500.000 met een officiële werkloosheidsgraad van 9,4%. Grote bedrijven sluiten de deuren en de crisis wordt steeds zichtbaarder in Oostenrijk.

Daarbovenop kwamen nieuwe vluchtelingen naar Europa. Als rekening wordt gehouden met het feit dat de 1% rijkste Oostenrijkers goed zijn voor een vermogen van 700 miljard euro, dan is het evident dat de kost van de opvang van vluchtelingen gemakkelijk kan betaald worden. Maar de gevestigde partijen kozen ervoor om paniek te zaaien, het leger op te roepen, grenshekkens te bouwen, … Deze racistische stemmingmakerij in alle media heeft de FPÖ geen windeieren gelegd in de peilingen. De SPÖ en ÖVP probeerden dit te counteren door zelf meer racistische en anti-vluchtelingenmaatregelen te nemen in de hoop zo de verloren stemmen terug te winnen. Toen de SPÖ-minister van Defensie verklaarde dat Oostenrijk “hekkens aan de grenzen moet opwerpen om de FPÖ te stoppen,” vatte hij de regeringsaanpak eigenlijk goed samen. Zoals in veel andere landen blijkt deze strategie niet te werken.

Wat nu?

Op 24 april ging er een schok door Oostenrijk. Het gevaar van een extreemrechtse president Hofer en de mogelijkheid van een extreemrechtse premier Strache in de toekomst werd plots een reëel gevaar. De huidige regering is steeds instabieler. De FPÖ onder leiding van Strache staat al maandenlang op kop in de peilingen.

Een presidentschap onder Hofer zou een echte bedreiging vormen voor de werkenden en jongeren in Oostenrijk. Hij komt uit een van de vele extreemrechtse studentenclubs die nauw met de FPÖ verbonden zijn. Hij staat voor een racistische, anti-vrouwenrechten en anti-migrantenideologie. In de verkiezingscampagne verklaarde hij trots dat hij een pistool heeft omwille van deze “onzekere tijden.”

De FPÖ of Hofer zomaar afdoen als fascistisch geeft een verkeerd idee van het gevaar dat ervan uitgaat voor werkenden en jongeren. Onder FPÖ-bewind zouden er in Oostenrijk ongetwijfeld meer pogingen tot repressie zijn naast aanvallen op de rechten van de werkenden, in het bijzonder van migranten maar ook van vrouwen en jongeren. Democratische en syndicale rechten zouden onder vuur liggen. Maar de FPÖ kan vandaag niet overgaan tot het volledig met de grond gelijkmaken van democratische rechten en arbeidersorganisaties zoals dit in de jaren 1930 gebeurde onder de Oostenrijkse fascistische regimes van Dolffuss en Schuschnigg en daarna door Hitler toen die Oostenrijk in 1938 annexeerde.

Als sommigen ter linkerzijde het protest tegen Hofer willen uitbouwen door zich louter te beperken tot het thema van ‘antifascisme’, dan is dit abstract en zullen we er weinig werkenden mee overtuigen. We moeten de FPÖ aanpakken op het asociale programma tegen de gewone werkenden waar deze partij voor staat en ook op de corruptie binnen de partij. Honderdduizenden mensen zijn geschokt en willen vermijden dat Hofer verkozen raakt in de tweede ronde van 22 mei.

De opbouw van een nieuwe arbeiderspartij met een duidelijk antikapitalistisch programma gericht op massabewegingen en niet louter op parlementaire sessies, is daarbij van cruciaal belang. Er is voor het eerst een klein project dat potentieel heeft om een aanzet tot zo’n partij te vormen. Het project ‘Aufbruch’ (‘Begin’) houdt een congres waarop alle sociale activisten worden uitgenodigd voor een campagne om de rijken te laten betalen voor een sociaal beleid. Dit kan het begin van iets nieuw zijn.

Jammer genoeg komt dit congres er pas in juni na de tweede en finale ronde van de presidentsverkiezingen. Het sterke resultaat van extreemrechts heeft velen geschokt en kan het project een enorme steun opleveren. Maar basismilitanten in de vakbonden, antiracistische jongeren en werkenden, migranten en vele anderen vrezen dat Hofer president kan worden en dat de FPÖ na de volgende verkiezingen de premier kan leveren. Er is een concreet antwoord hierop nodig om ingang te vinden met ons programma. Enkel oproepen tot een nieuwe arbeiderspartij en het terugwinnen van onze vakbonden is te abstract, dit zal zich immers niet realiseren voor 22 mei.

Alexander Van der Bellen, de andere kandidaat in de tweede ronde, zal de verdere opgang van extreemrechts niet stoppen. Hij staat aan de rechterkant binnen de Groene Partij en is deel van de gevestigde politiek waartegen steeds meer mensen zich afzetten en waarop de FPÖ zo kan groeien. Maar Hofer als president met ook een FPÖ-premier is een gevaar voor de rechten van werkenden en hun levensstandaard.

Voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen voert SLP campagne voor het congres van Aufbruch op 3 en 4 juni en gebruiken we de slogan: “Tegen Hofer, de regering en het systeem van de superrijken.” Een stem tegen Hofer betekent in de praktijk een stem voor de andere kandidaat. Een revolutionaire socialistische organisatie kan niet zomaar oproepen voor een pro-kapitalistische kandidaat. Maar we voeren campagne met ons volledig programma, we pleiten niet voor ‘een minste kwaad’. De nieuwe opmars van de FPÖ na de crisis binnen deze partij begin jaren 2000 toont aan dat een nederlaag voor Hofer op 22 mei geen einde maakt aan de dreiging van extreemrechts. Het komt erop aan om te bouwen aan een nieuwe beweging zodat de oproep om tegen Hofer te stemmen slechts één deel van de campagne tegen de FPÖ en de regering is, naast de opbouw van een nieuwe arbeiderspartij.

SLP maakt deel uit van een antiracistische alliantie die oproept tot een betoging voor de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. We verdedigen daarbij een slogan als “Tegen Hofer, de regering en het systeem van de superrijken.” We mogen ons niet beperken tot het extreemrechtse karakter van Hofer, we moeten zijn neoliberale standpunten net als zijn racisme bestrijden en duidelijk maken dat zijn politiek project een bedreiging is voor de werkenden en jongeren. Wij denken dat we geen stemmen voor de andere kandidaat moeten verzamelen, maar werkenden moeten overtuigen om niet op Hofer te stemmen.

Daarnaast moet het proces van de opbouw van een nieuwe arbeiderspartij versneld worden, zeker na de schok die er nu is. We moedigen de uitbouw van ‘Aufbruch’ aan en willen niet wachten tot na het congres in juni om de campagne op te starten, waarom nu niet meteen lokale groepen opzetten?

Deze verkiezingen en vooral de spectaculaire neergang van de SPÖ tot amper 11,3% moeten ook een waarschuwing zijn voor de laatste linkse militanten die nog in de verzwakte SPÖ zitten. Tijdens de optochten van 1 mei zullen we de militanten en leden van SPÖ aanmoedigen om te breken met de oude partij en deel te worden van het proces van opbouw van een nieuwe partij.

In plaats van een racistische president, hebben we nood aan een gezamenlijke strijd van alle werkenden en jongeren in Oostenrijk, waar ze ook geboren zijn en of ze nu migrant of vluchteling zijn. Samen moeten we opkomen voor onze gezamenlijke belangen: we hebben nood aan huisvesting, degelijke jobs met een leefbaar loon, voldoende publieke middelen voor gezondheidszorg en onderwijs, … We zullen dit niet bekomen als we met de werkenden onder elkaar strijden, dat is nochtans wat de FPÖ en de andere partijen van de rijken willen. Een nieuwe arbeiderspartij moet het instrument zijn waarmee we de vakbonden terug in handen nemen en eindelijk overgaan tot een ernstige strijd tegen de besparingen en dit systeem.