EPOU_15_COV in molenbeek.inddHet boek “In Molenbeek” brengt een soort reisverslag waarin de problemen niet uit de weg worden gegaan, maar in hun sociale en menselijke context worden geschetst.

Artikel door Geert Cool

Er wordt gestart met een historische schets. Langs het kanaal Brussel-Charleroi ontstond in de 19e eeuw een razendsnelle industriële ontwikkeling van voornamelijk kleine fabrieken in diverse sectoren. Molenbeek groeide van 1.380 inwoners in 1800 tot ruim 72.000 aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. De grootschalige industrie van na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde vooral aan de rand van de stad, niet in de dichtbevolkte centra waar de kleine fabriekjes stilaan onder de concurrentie ten onder gingen. Er bleef een industriële woestijn achter met een bevolking die zoveel mogelijk wegtrok en plaats liet voor nieuwkomers die op de goedkope huurprijzen afkwamen. De groeiende desindustrialisering en verschuiving naar een diensteneconomie in Brussel vanaf de jaren 1970 creëerde een grote werkloosheid onder de migranten.

Het is tegen deze achtergrond dat Molenbeek gekenmerkt werd door verloedering en aftakeling. De auteur stelt dat dit vooral in de jaren 1970 en 1980 het geval was, over het beleid van Phillippe Moureaux (PS) vanaf 1992 is Vandecandelaere opmerkelijk positief. Tegelijk moet hij erkennen dat de structurele problemen blijven en toenemen. “De mislukking om processen van maatschappelijke achterstelling fundamenteel om te buigen, was voor mij de hardste ervaring van twee jaar reizen.”

Maar liefst 56% van de huizen in Oud-Molenbeek dateert van voor 1945 en in 2001 was bijna de helft van de wooneenheden kleiner dan 55 m². In 15% van de woningen is er geen badkamer, stromend water of binnentoilet. Maar ook bij veel andere woningen ontbreekt basiscomfort. Huisjesmelkers verhuren dure kamers in krotten. Armoede is alomtegenwoordig in Molenbeek. De afgelopen tien jaar daalde het gemiddeld inkomen per inwoner met 5%. Het aantal leefloners nam toe van 3.600 in 2003 (op een bevolking van 66.000) tot 7.200 onder de 94.000 inwoners die Molenbeek in 2014 reeds telde. In Oud-Molenbeek is er een werkloosheidsgraad van 42%, waarvan twee derden langdurig werkloos is. Onder de jongeren loopt de werkloosheidsgraad op tot 54%.

De structurele werkloosheid vanaf de jaren 1970 heeft ook geleid tot een grotere invloed van conservatieve opvattingen op vlak van religie, gezin en leefomstandigheden. “Wie via de arbeidsmarkt niet wordt toegelaten tot het bredere systeem, plooit zich terug op alternatieve identiteiten. Want je moet toch iemand kunnen zijn”, zegt priester Daniel Alliët. Dit wordt aangevuld met een stevige portie ervaring met discriminatie en racisme. “De maatschappij heeft ons niet graag”, is volgens een jeugdwerkster een veelgehoorde opmerking. “Discriminatie speelt hier een rol in, net als hun perceptie van discriminatie.”

Aan dromen van hoe Molenbeek er zou kunnen uitzien, ontbreekt het Vandecandelaere niet. Wat wel ontbreekt, is een voorstel hoe verandering kan gefinancierd worden. Een massaal plan van publieke investeringen in infrastructuur, onderwijs en huisvesting zou werkgelegenheid creëren en Molenbeek stappen vooruit laten zetten. Dit vereist een beweging die ervoor opkomt om de beschikbare middelen in de samenleving in te zetten in het belang van de meerderheid van de bevolking.