Home / Belgische politiek / Lokaal - Limburg / “We mogen de arbeiders van Ford niet alleen laten vechten”

“We mogen de arbeiders van Ford niet alleen laten vechten”

Ford Genk

Na de drama’s van Renault, Sabena, Cockerill en Philips, staan alweer duizenden jobs op de helling. Tegen alle afspraken in wil Ford in Genk 3000 mensen op straat zetten. Politici gooien de armen in de lucht. Nog voor er ernstig is onderhandeld – laat staan een krachtsverhouding is uitgebouwd – hebben ze al 3000 mensen opgegeven. "We moeten toch alles doen om de 6000 andere jobs te redden", luidt hun excuus. Aan de piketten horen we hier en daar andere taal. Arbeiders vertellen ons: "Het is allemaal binnen of niemand. Wij gaan ons niet laten verdelen: we gaan voor 9000 jobs". Dat is ook mogelijk. Maar daarvoor zullen de nationale bonden het over een andere boeg moeten gooien. In de plaats van bedrijf na bedrijf geïsoleerd de strijd in te jagen, zouden ze beroep moeten doen op de solidariteit van heel de arbeidersbeweging.

Liever duizenden Limburgse gezinnen arm dan een handvol aandeelhouders?

Het drama bij Ford-Genk maakt deel uit van een wereldwijd herstructureringsplan waarbij Ford de loonkosten met 10% wil drukken. Daartoe moeten in de VS in 8 jaar tijd 35.000 jobs verdwijnen en 5 vestigingen sluiten. In Europa moeten er tegen 2004 7.000 jobs tussenuit, waarvan 1700 in Keulen (Fiesta en Fusion) en Saarlouis (Focus). Maar de hoofdbrok is voor Genk.

De officiële reden is duidelijk: in 2001 boekte Ford voor het eerst in 9 jaar verlies. De voorbije 2 jaar in totaal 6,5 miljard euro. Dit jaar lijkt geen beterschap te brengen. Alleen in Europa zou het verlies tijdens de eerste jaarhelft 770 (volgens Knack) tot 874 (volgens de Financieel Economische Tijd) miljoen dollar bedragen. Dat zijn enorme bedragen. Maar daartegenover staan de wereldwijde omzet van 162 miljard dollar en vooral de 56 miljard dollar winst die Ford tussen ’93 en 2000 opstreek. Bovendien zou – ondanks het verlies van Ford Europa – de hele groep dit jaar al een winst van 1,3 miljard dollar hebben geboekt.

Kortom: de crisis, die de autosector extra hard treft, slaat vooral toe bij de arbeiders van Ford Genk, de toeleveringsbedrijven – waar eveneens 2000 jobs op de helling staan – en de Limburgse bevolking. Wie buiten schot blijft, zijn de grote aandeelhouders. Volgens onze berekeningen zou de geplande herstructurering de gemeenschap vanaf 2004 om en bij de 100 miljoen euro kosten!

Ford breekt haar beloften

De regering Verhofstadt-Vande Lanotte misbruikt het Ford-drama om haar politiek van loonlastenverlaging in de verf te zetten. Ze speelt steeds hetzelfde deuntje: "de loonkosten zijn te hoog". De strategie van Ford weerlegt die nonsens. In Genk bedragen de lonen slechts 7% van de totale productiekost! Verhofstadt stelt voor om ongezond ploegenwerk extra te belonen. Kortom: de regering wil de patroons gemeenschapsgeld toeschuiven om de gezondheid van de arbeiders te ondermijnen!

In plaats daarvan had Verhofstadt Ford moeten verplichten om haar gedane beloften te respecteren. Minder dan een jaar geleden (23 oktober 2002) zette Ford nog haar handtekening onder een CAO die voorzag in het behoud van de volledige tewerkstelling tot 2006. Bovendien had de Vlaamse regering een overeenkomst met Ford, vergelijkbaar met de overeenkomst die de regering-Verhofstadt destijds had met Swissair over het behoud van Sabena.

Daarin deed de Ford-directie – in ruil voor 53 miljoen euro gemeenschapsgelden – de formele belofte 900 miljoen euro te investeren in Genk voor het opzetten van flexibele productielijnen voor 4 modellen tegelijk: de Focus, de Galaxy, de nieuwe Cross Over en het nieuwe Mondeo-model. Slechts onder die voorwaarde verkreeg Ford het vertrek van de Transit naar Turkije en de afvloeiing van 1400 arbeiders, waarvan er nu nog steeds 338 op brugpensioen moeten vertrekken. Ford heeft al die beloftes eenzijdig opgezegd.

Bondgenoten en bedriegers

In "De Morgen" van 6 oktober waarschuwt Herwig Jorissen, voorzitter van de metaalcentrale van het ABVV, voor de "negatieve invloed van uiterst links". In diezelfde krant noemt Tony Castermans, voorzitter van ABVV-metaal in Limburg, de Genkse directie "onze partner". Jorissen schuift de sluiting van Renault in de schoenen van "uiterst links" dat "aboluut een sociaal bloedbad wou". In werkelijkheid werd de strijd van Renault destijds door de vakbondstop afgeleid naar allerlei blitzacties over de grens. Niet de minste poging werd ondernomen om de strijd van Renault te ondersteunen door solidariteitsacties in andere Belgische bedrijven, laat staan in de andere assemblagebedrijven.

Het enige bedrijf waar wat Jorissen bedoelt met "uiterst links" de strijd kon leiden was bij Clabecq. Die slaagden er tot nog toe als enigen in het bedrijf na een formele sluiting in afgeslankte versie opnieuw te doen opstarten. Dat was enkel mogelijk omdat ze beroep deden op de basis in andere bedrijven, onder meer met de 70.000 betogers op 2 februari 1997 in Tubize tijdens de Veelkleurige Mars. Het spreekt boekdelen dat net die delegatie door de metaalcentrale werd uitgespuwd en overgeleverd aan justitie.

Bij Renault gokte de vakbondstop op juridische spitstechnologie en politieke lobby, onder meer bij de SP.a-ministers. Het resultaat kennen we. Verhofstadt en co beweren vandaag, net als ten tijde van Renault en Sabena, dat ze van niets afwisten. In werkelijkheid was de staatsveiligheid – en dus ook haar opdrachtgevers in de regering – al in juni op de hoogte van de nakende herstructurering. Verhofstadt en co hielden die informatie echter verborgen voor de arbeiders. Kortom: we moeten niet op de politici rekenen om de tewerkstelling bij Ford-Genk te redden.

Een krachtsverhouding opbouwen

De aankondiging van Ford is ingeslagen als een bom. Als zelfs de syndicale delegaties bij mastodonten als Sabena en Ford hun CAO’s niet kunnen laten respecteren, wat moeten andere delegaties dan wel doen? Als Ford hiermee wegkomt, kunnen we erop aan dat Genk bij een volgende herstructurering bovenaan de lijst van te sluiten fabrieken zal staan. Zeker wanneer in 2006 alle contracten met onderaannemers vervallen. Als dat kan, is ieder bedrijf in ons land overgeleverd aan de willekeur van het patronaat.

Het kan nochtans anders. Niet alleen in Limburg, maar overal in het land, kijken arbeiders en hun gezinnen toe naar wat er met Ford Genk zal gebeuren. De wil om mee in actie te gaan, is groot. LSP roept op om massaal deel te nemen aan de betoging op 18 oktober te Genk. Dat mag echter geen begrafenisstoet worden. Betogen alleen zal niet volstaan om Ford tot andere inzichten te brengen. Een solidariteitsstaking in andere assemblage bedrijven, een regionale 24-urenstaking in Limburg en een nationale betoging voor werk zijn nodig om alle arbeiders, in heel het land, stelselmatig te mobiliseren. Enkel op de solidariteit van de arbeiders en hun gezinnen kunnen we rekenen, niet op het gekonkelfoes van de politici.

Een dergelijke beweging zou bovendien niet zonder internationale gevolgen blijven. In het tijdperk van de anti-globaliseringsbeweging en massale internationale mobilisaties zou een brede beweging in België ongetwijfeld op solidariteit elders in Europa kunnen rekenen. Daarvoor moeten de vakbonden wel duidelijke ordewoorden formuleren en stoppen met hun "geheime" actieplannen. Ford Genk kan Ford pijn doen door de Transit binnen te houden, net als de velgen en de productie in de plaatslagerij. Maar op termijn is deze strategie enkel vol te houden als ze gepaard gaat met massale actie.

Wat als Ford toch niet toegeeft?

Het is niet helemaal uit te sluiten dat een multinational als Ford een brede beweging beantwoordt met een volledige sluiting, al was het maar om een voorbeeld te stellen. In dat geval moeten we Verhofstadt en zijn "sociale" regering voor hun verantwoordelijkheid stellen: blijven ze buigen voor de "vrije" markt (zelfs Knack spreekt van het totalitarisme van de markt) of nemen ze eindelijk hun verantwoordelijkheid door beslag te leggen op de tegoeden van Ford in België, om het bedrijf herop te starten onder arbeiderscontrole en zelfbeheer?

Uiteraard zal de regering dan wijzen op het wereldwijde productieoverschot van 24 miljoen wagen en het Europese overschot van 7 miljoen wagen. LSP is niet blind voor die overproductie. Wanneer de regering en het patronaat echter spreken over reconversie, bedoelen ze eigenlijk sluiting. Heel het verhaal over een zogenaamde hoogtechnologische kenniseconomie is op niets gebaseerd. In de periode 2001-2002 gingen maar liefst 23.000 jobs verloren in die sectoren en nog eens 15.000 tussen december 2002 en december 2003. Kortom: van reconversie zal niet veel in huis komen. Een genationaliseerd bedrijf, onder arbeiderscontrole en zelfbeheer, zou geleidelijk de Ford-productie kunnen diversifiëren en omschakelen naar maatschappelijk nuttige productie.

LSP pleit ervoor om een krachtsverhouding op te bouwen om iedere job te verdedigen. Dat kan onder meer door een drastische arbeidsduurverkorting tot 30 uur per week, zonder loonverlies. Wij eisen inzage in de boekhouding en nationalisatie onder arbeiderscontrole en zelfbeheer van ieder bedrijf dat dreigt met afdankingen en sluitingen.

Leave a Reply