Home / Belgische politiek / Communautaire kwestie / [LSP Congres] Waar het hem bij de communautaire impasse echt om ging

[LSP Congres] Waar het hem bij de communautaire impasse echt om ging

jente8De huidige politieke situatie in België kan eigenlijk niet begrepen worden zonder terug te kijken naar de communautaire impasse die ons land jarenlang in zijn greep hield. In dit onderdeel van de perspectieventekst van LSP gaan we na waar het hem bij die impasse echt om ging.

Waar het hem bij de communautaire impasse echt om ging

Het Belgisch grootkapitaal is daarin [een spreiding van kapitaal over sectoren maar ook over landen] verder gegaan dan de meeste van haar collega’s in andere landen. De open economie, de beperkte thuismarkt, maar vooral haar conservatisme helpen dat verklaren. Ze is er zodanig ver in gegaan dat ze de instellingen waarlangs ze traditioneel haar heerschappij uitoefent vanaf de jaren ’90 begon te verwaarlozen: haar politieke instrumenten, de kerk, het onderwijs, justitie,media, etc. Alles wat Marx beschrijft als bovenbouw. Zolang de economie groeide, was er geen haan die daar naar kraaide. We pakken de problemen wel aan als ze zich stellen, zei wijlen premier Dehaene. Maar zodra de economie begon te sputteren, kwamen de onderliggende zwakheden en frustraties met verhevigde kracht naar boven. Dan begon het systeem vast te lopen op haar tegenstellingen. Traditioneel zijn dat er vooral drie in België: de klassentegenstellingen, de nationale en de confessionele. De klassentegenstelling, de belangrijkste, kwam zoals gewoonlijk eerst boven.

Eigenlijk had de arbeidersbeweging al die tijd haar alternatief kunnen opleggen, had ze maar over een leiding beschikt die daar ook van overtuigd was. De algemene staking van ’93 tegen het globaal plan was numeriek de grootste sinds 1936! De innovatie van toen was het afzetten van industriezones. De val van het stalinisme in het Oostblok had echter het vertrouwen in de mogelijkheid van een alternatief op het kapitalisme ondermijnd. De sociaaldemocratie had de ontgoocheling en de desoriëntatie daaromtrent misbruikt om elke verwijzing naar socialisme overboord te gooien en de markteconomie te omarmen. De vakbondsleidingen waren het daar fundamenteel mee eens, zelfs al konden ze dat niet steeds in zoveel bewoordingen toegeven. Als we deze regering wegstaken, is ieder alternatief nog rechtser, heette hun excuus om de beweging uit te doven.

Het duurde een tijd vooraleer de arbeidersbeweging van dat verraad herstelde, maar in ’97 slaagde de syndicale delegatie van Forges de Clabecq er, ondanks de openlijke tegenwerking van de officiële vakbondsstructuren, wel in liefst 70.000 syndicalisten samen te brengen op haar multicolore mars. Ze zou er een zware prijs voor betalen: uitsluiting uit de vakbonden en een proces dat jarenlang aansleepte en enorm veel energie en middelen opslorpte. Dat de vakbondsleiders er alles aan zouden doen om een arbeidersalternatief te kelderen, was nu wel duidelijk. Het werd nogmaals geïllustreerd tijdens de algemene stakingen van 7 en 28 oktober 2005 tegen het Generatiepact. Tijdens die stakingen werd geëxperimenteerd met gezamenlijke stakerspiketten aan de grote invalswegen. Maar ook toen slaagden de vakbondsleiders erin de beweging uit te doven. De verdeeldheid aan de top tussen ACV en ABVV stond in schril contrast met de eenheid aan de basis. Bovendien speelden de vakbondsleiders volop communautaire tegenstellingen uit. Het is toen dat de splitsing van de metaalcentrale van het ABVV op de agenda kwam en ook dat militanten van het ABVV het SP.a-congres symbolisch de rug toekeerden.

Met die leiding kon een uitweg uit de crisis niet van de arbeidersbeweging komen, maar evenmin van de burgerij. Haar belangrijkste politieke instrument, de CVP, belandde na de dioxinecrisis van 1999 voor het eerst in 41 jaar in de oppositie. Het was al geleden van de socialist Leburton I en II, in ’73 en ’74, dat nog eens iemand die geen christendemocraat was – de liberaal Guy Verhofstadt – premier werd. Een vernieuwingsoperatie drong zich op. In september 2001 wordt de CVP omgevormd naar CD&V, maar de verkiezingsuitslag in 2003 valt tegen. Yves Leterme neemt het voorzitterschap over van De Clerck. Hij denkt dat de CD&V best haar sterkste troeven uitspeelt: haar vermogen om te goochelen met de traditionele tegenstellingen. De klassentegenstellingen uitspelen via het ACW zou de burgerij echt niet op prijs stellen. De confessionele zou de CD&V wel eens zuur kunnen opbreken. Het veiligst lijkt de communautaire. Er was al een tijdje vraag naar een Vlaamsgezinde, flink rechtse formatie in Vlaanderen om het Vlaams Belang de wind uit de zeilen te nemen. Waarom zou de CD&V dat niet incorporeren?

Leterme trekt dus onmiddelijk de communautaire kaart. Dat leek toen nog een onschadelijke operatie. In 2001 was uit het puin van de Volksunie de N-VA ontstaan, geleid door stijve hark Geert Bourgeois. In 2003 behaalde die enkel in West-Vlaanderen de kiesdrempel, maar in geen enkele andere Vlaamse provincie, noch voor de senaat. Wat hield de CD&V nog tegen om zich vanaf Valentijn 2004 op haar Vlaamse flank te versterken met kartelpartner N-VA en het de regering-Verhofstadt eens flink lastig te maken? Aanvankelijk moeten ze bij de CD&V gedacht hebben: ‘bingo!’ Bij de Vlaamse verkiezingen van 2004 haalde dit kartel 26% en werd Leterme I gevormd met twee andere kartels: sp.a/spirit en VLD/Vivant. Bij de federale verkiezingen van 10 juni 2007 behaalt CD&V/N-VA een nog grotere overwinning (30%), met bijna 800.000 voorkeurstemmen voor Leterme. Kris Peeters wordt Vlaams minister-president. Maar na 194 dagen moet uittredend premier Guy Verhofstadt een overgangsregering vormen omdat de federale Leterme I, bij gebrek aan akkoord over een staatshervorming, niet van start kan. Op 23 september 2008 houdt het kartel op te bestaan.

Dan pas begint te dagen welk monster van Frankenstein Leterme daar tot leven heeft gebracht en dat hij de situatie totaal verkeerd ingeschat heeft. Er is altijd wel een laag van Vlaamsgezinde kleine patroons geweest voor wie de Vlaamse sociale ontvoogding de weg moet vrijmaken voor een patronale pletwals. Daarnaast is er een veel grotere laag van kleine patroons die eigenlijk maar weinig uitstaans hebben met Vlaamse ontvoogding, maar wel beseffen dat hun programma federaal doorvoeren zo goed als uitgesloten is. Als Vlaanderen daarbij kan dienen als hefboom voor sociale afbraak, dan moet dat maar. Zowel het Vlaams Belang als Lijst De Decker hebben zich aan die laag aangeboden als politieke spreekbuis, maar het Vlaams-nationalisme was daarvoor te aangebrand. Toen de NV‐A in kartel met de CD&V plots ontluisd werd van de verdenking van autoritaire trekjes, grepen die Vlaamse patroons hun kans. In plaats van de CD&V te versterken, heeft Leterme de N-VA de ‘missing link’ aangeboden om het Vlaams-nationalisme terug aanvaardbaar te maken.

Klassieke partijen kunnen opmars NV-A niet stuiten

Van dan af is er geen houden meer aan. In 2009 boekt N-VA op eigen kracht een overwinning in de Europese en vooral de Vlaamse verkiezingen. Ze behaalt 13% en treedt toe tot Peeters II, een coalitie met CD&V, N-VA en SP.a. In 2010 veroorzaakt Alexander De Croo vervroegde federale verkiezingen. Hij trekt de stekker uit Leterme II wegens het uitblijven van een oplossing voor het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV). Dat is het enige arrondissement waar anderstalige partijen in ééntalig grondgebied – Halle-Vilvoorde – lijsten kunnen neerleggen, een inbreuk op de taalwetgeving volgens de Vlaamse partijen. Een opsplitsing van het arrondissement zou deze ‘discriminatie’ wegwerken. De Franstalige partijen staan daar niet voor te springen. Er wonen immers veel kiezers van Franstalige lijsten. In die vervroegde verkiezingen wordt de N-VA qua stemmenaantal de grootste partij van het land. Een oplossing voor BHV, bijkomende bevoegdheden voor de gewesten en een herziening van de financieringswet worden onontbeerlijk.

Het vergt een wereldrecord van 541 dagen regeringsvorming om op 6 december 2011 Di Rupo I in het zadel te lichten, een klassieke tripartite. Op dag 459 zag de 6de staatshervorming – of het vlinderakkoord, naar de das van Di Rupo – het licht. Daarvoor moest de MR wel eerst het FDF dumpen waarmee het sinds 1993 een federatie vormde. Zoals we verwacht hadden, leidde dat vlinderakkoord niet tot de splitsing van België en evenmin tot de Copernicaanse omwenteling van federalisme naar confederalisme. Wel konden de Vlamingen claimen dat BHV gesplitst werd met een minimum aan compensaties en de Franstaligen dat in de 6 faciliteitengemeenten op Brusselse lijsten gestemd kan worden. Een niet onaanzienlijk aantal bevoegdheden, inclusief delen uit de sociale zekerheid, worden overgeheveld naar de gewesten en de gemeenschappen.

Er zitten echter wel wat adders onder het gras. Zo krijgen de gemeenschappen bijkomende dotaties voor hun nieuwe bevoegdheden, maar niet zonder automatische besparing omdat de economische groei slechts voor een gedeelte in rekening wordt gebracht, bijvoorbeeld in ouderenzorg en gezondheidszorg. De gemeenschappen worden geresponsabiliseerd en zullen voortaan bijdragen aan de pensioenkosten van hun statutaire ambtenaren. Er is een compensatie voor de gemeenschappen die verliezen aan de nieuwe financieringswet, maar die dooft na 10 jaar uit. De gewesten krijgen een prestatiegericht dotatiesysteem, met boni (of mali) voor het behalen van de doelstellingen inzake tewerkstelling of zoals vastgelegd door de nationale klimaatcommissie. Voorts kunnen ze meer op- en afcentiemen heffen op de personenbelasting en hebben ze de mogelijkheid kortingen te geven op de vennootschapsbelasting. Ook zij worden geresponsabiliseerd voor de pensioenen van hun statutaire ambtenaren.

De 6de staatshervorming bevat een pak ingrediënten die garant staan voor nieuwe communautaire uitbarstingen en zal zeker niet tot blijvende communautaire pacificatie leiden. Daarvoor is de verleiding te groot om met de bevoegdheden van het eigen bestuursniveau die van andere, met een andere politieke samenstelling, spaken in de wielen te steken. Vlaams minister-president Bourgeois maakte er een zaak van dat de federale overheid zich zou terugtrekken uit de internationale organisatie van de francofonie. De Waalse regering verzet zich tegen de verdeling van de begrotingsinspanning door de federale.[110] Daarbij verwijt Magnette de federale regering de regio’s te behandelen als kolonies.[111] Het hielp niet echt dat federaal minister van Financiën Van Overtveldt (N-VA) de dotaties aan de deelstaten met 600 miljoen euro onderschat had.[112] De 310.000 Franstaligen in Vlaanderen klagen over aanhoudende pesterijen.[113] Vlaams N-VA-minister Homans weigert de kandidaat-burgemeester van haar federale regeringspartner MR in Linkebeek te benoemen en wil een regeringscommissaris sturen.[114] Diezelfde Homans joeg Michel de kast op door in het Vlaams parlement te beweren dat diens handelsmissie in Japan een bevoegdheidsovertreding was.[115]

Intussen bestelt stokebrand Bourgeois een nieuwe studie over geldtransfers richting Wallonië.[116] De Naamse universiteit schat die op bijna 8 miljard per jaar.[117] Eerder al vroeg N-VA artikel 195 van de grondwet open te verklaren. Dat wordt gezien als een noodzakelijke stap naar confederalisme.[118] In dat verband liet De Wever optekenen dat hij blijft ijveren voor volledige fiscale autonomie.[119] Het Brussels gewest wordt dan wel geherfinancierd, maar de vereiste middelen door de bevolkingsexplosie zijn veel groter dan dat. Nieuwe middelen vragen op een moment dat de nieuwe financieringswet ter discussie staat omdat het gat in de Vlaamse begroting groter is dan verwacht, wordt geen wandeling door het park.[120] Wat het gebrek aan mobiliteit op de arbeidsmarkt betreft… dat valt wel mee. Tussen 2005 en 2014 is het aantal bewoners van Wallonië dat in Vlaanderen werkt toegenomen met 42% naar bijna 50.000. Er zijn 47.000 bewoners van Brussel die in Vlaanderen werken, een toename met 28%. Het aantal Vlamingen dat in Wallonië werkt nam in diezelfde periode toe met 29% naar 25.000, terwijl het aantal Vlamingen dat in Brussel werket afnam met 0,7% naar 234.000.

De regering-Di Rupo wou de N-VA niet alleen communautair de wind uit de zeilen halen, maar ook aantonen dat de besparingen met de PS en op federaal vlak gerealiseerd konden worden. Aanvankelijk strubbelde formateur Di Rupo nog tegen. Maar toen Standard & Poor’s eind 2011 de kredietwaardigheid van België verlaagde, schoten de rentevoeten naar 6%. Ontslagnemend premier Yves Leterme deed toen beroep op de Belgische spaarder met een staatsbon aan 4% rente (voor die op 5 jaar) en een verlaagde roerende voorheffing (15% i.p.v. 25%). Op een mum van tijd werd daarmee meer dan 6 miljard € opgehaald. Het maakte ‘de markten’ duidelijk dat speculeren op een doemscenario voor België geen zin had omdat de Belgische spaarders massaal de overheidsschuld kunnen financieren. Voor Di Rupo was dat de vereiste wake-up call. De volgende dagen werd een akkoord bereikt om het begrotingstekort tegen 2015 volledig weg te werken. Al op 22 december 2011 volgde een 24-urenstaking in de openbare diensten tegen de pensioenhervorming en op 30 januari 2012 een algemene staking gekenmerkt door het enorme aantal stakersposten aan de bedrijven.

Het bleek echter een illusie de N-VA de wind uit de zeilen te halen door haar beleid dan maar zelf door te voeren. Tijdens de verkiezingen voor de provincie- en gemeenteraden in 2012 boekte de N-VA alweer een eclatante overwinning. Dat herhaalde ze nog eens tijdens de federale verkiezingen in 2014. De N-VA behaalde toen 32,5%, terwijl de PS bijna 5% verloor. Maar wie daaruit zou besluiten dat de Vlamingen anti-Belgisch zijn, vergist zich. Zelfs op het hoogtepunt van de communautaire discussies sprak maar 22% van de Vlamingen zich resoluut uit voor onafhankelijkheid, terwijl 75% België liever niet zag verdwijnen en 42% resoluut tegen onafhankelijkheid was. Vergelijk dat met Schotland. Daar sprak zich na een heuse angstcampagne toch nog 45% uit voor onafhankelijkheid in het referendum van 18 september 2014. Op 7 mei 2015 werd de pyrrhus-overwinning van de politici van Westminster afgestraft. De Scottish Nationalist Party behaalde 56 van de 59 zetels van Schotland met voor de Tories, Labour en de Liberal Democrats telkens maar één zetel. De opkomst voor het symbolisch referendum in Catalonië in november 2014 viel met 2,2 miljoen van de 5,5 miljoen kiesgerechtigden wel tegen, maar daarvan stemde wel 80% voor onafhankelijkheid.

Een studie aan de UCL over het niveau waarmee Belgen zich identificeren bevestigt dit. In 2014 identificeert 23% van de Vlamingen zich uitsluitend met België, het dubbele van 2010. Slechts 17% voelt zich eerder Vlaming dan Belg, in 2010 was dat nog 27%. Identificeert zich uitsluitend met Vlaanderen: 8,7% in 2014 tegen 8% in 2010 en 7% in 1999. In Wallonië voelt 37% zich uitsluitend Belg en maar 12% eerder Waal dan Belg. Van de N-VA-kiezers identificeert 42% zich hetzij als eerste of als tweede keuze met België, tegen 3,3% van het partijkader. Bij het PS-kader leeft een zeker regionalisme, terwijl bij de PS-kiezers eerder een belgicisme merkbaar is.[121] Een analyse van de KUL over het communautaire in de verkiezingen van 25 mei 2014 toont dat de inzet van die verkiezingen volgens de Vlaamse kiezers hoofdzakelijk het sociale was (bijna 40%), dan het economische (bijna 30%) en slechts voor 6% het communautaire (tegen 20% in 2010 en 13% in 2007). Het aantal Vlaamse kiezers dat zich unitarist noemt of voor een terugkeer naar een meer federaal België, blijft sinds 2003 stabiel op 24%. Het aantal dat een splitsing van het land wil, halveert in vergelijking met 2010 van 12% naar 6%. Zelfs bij het Vlaams Belang wil in 2014 maar 31% de splitsing van het land. Bij de N-VA is dat 11%. Op de vraag waarmee de Vlaamse kiezer zich het meest verbonden voelt, antwoordt 56% België als 1ste keuze en 22% als 2de. Vlaanderen is voor 27,7% de 1steen voor 37,9% de 2dekeuze, de eigen gemeente is voor 12,8% de 1ste keuze en voor 23 % de 2de.[122]

Waarom hebben de sociaal-democratie en de groenen de verkiezingen van 2014 met hun thema’s als belangrijkste inzet, niet met de vingers in de neus gewonnen? Omdat ze elk greintje aan geloofwaardigheid verspeeld hebben. Het programma van N-VA is rechts liberaal en Vlaams, maar dat verklaart haar succes niet. Wel dat het erin slaagt de frustraties van de middenklassen te benutten en het gebrek aan alternatief vanwege de arbeidersbeweging electoraal in haar voordeel om te buigen. Het doet dat via de traditionele politiek van verdelen om te heersen. Aan de middenstander vertelt ze dat de lonen van de loontrekkende te hoog zijn. Aan de hardwerkende Vlaming vertelt ze dat de overheid zijn loon afroomt om het aan de werkloze profiteurs te geven die zich nestelen in de hangmat van de sociale zekerheid. Aan de bewoners van sociale woningen en uitkeringsgerechtigden dat de migranten en asielzoekers, die nooit hebben bijgedragen, zich hier komen nestelen. Aan de ‘goede’ Chinese migranten dat de Marokkaanse Berbers de boel om zeep helpen. De N-VA weet perfect de frustraties te bespelen en telkens een zondebok uit te kiezen om de aandacht af te leiden van het echte probleem: het winstbejag eigen aan het kapitalisme. Speelt het communautaire dan helemaal niet? Toch wel. Als de arbeidersbeweging geen antwoord biedt zullen velen – vooral uit de middenlagen – elders op zoek gaan naar oplossingen en kunnen communautaire scherpslijpers opnieuw gehoor vinden.

Voetnoten

[110] Trois forces centrifuges qui écartèlent l’Etat, Le Soir 4 avril 2015

[111]Régions et fédéral campent sur leur positions, Le Soir 2 avril 2015

[112] Zesde staatshervorming veroorzaakt budgettair kunst- en vliegwerk, De Tijd 8 juli 2015

[113] Tracasseries, protection des minorités: les francophones de Flandre oubliés, Le Soir 10 juin 2015

[114] Un commissaire pour dégomer Thiéry, Le Soir 8 juillet 2015

[115] Michel woest na uithaal Homans, De Standaard 21 mei 2015

[116] Daar zijn de transfers opnieuw, De Standaard 11 april 2015

[117] ‘Jaarlijks vloeit 8 miljard euro naar Brussel en Wallonië’, De Standaard 6 mei 2015

[118] L’institutionnel s’invite dans les négociations, Le Soir 7 octobre 2014

[119] Autonomie fiscale: le Nord rêve de l’obtenir, Le Soir 20 août 2015

[120] Geen lusten zonder lasten, De standaard 3 april 2015

[121]L’attachement à la Belgique augmente, Le Soir 12 mai 2015

[122] Het communautaire in de verkiezingen van 25 mei 2014, analyse obv de postelectorale verkiezingsonderzoeken1991-2014