De Europese Unie: Een neoliberaal keurslijf voor arbeiders en jongeren

OP 13 JUNI zal er, naast de regionale lijsten, ook voor het Europees parlement worden gestemd. De Europese Unie is de laatste jaren synoniem geworden voor besparingen en privatiseringen. Hoeveel politici van sociaal-democratische of groene strekking wierpen de handen niet in de lucht omdat ze anti-sociale maatregelen moesten nemen "omwille van Europa". Alsof het om een oordeel Gods zou gaan. En alsof dat hun eigen verantwoordelijkheid ongedaan zou maken.

Om de euro als gemeenschappelijke munt van 12 EU-lidstaten in te voeren, moesten de arbeiders en hun gezinnen in de jaren ’90 bloed, zweet en tranen ophoesten. Het Verdrag van Maastricht voerde de limiet in voor het begrotingstekort op het budget van regeringen (het verschil tussen inkomsten en uitgaven, 3% van het Bruto Binnenlands Product). Daarnaast moest de openbare schuld terug worden gebracht tot 60% van het BBP en werden er gemeenschappelijke normen voor de inflatie (prijsstijgingen) vastgelegd, beheerd door de Europese Centrale Bank.

Om de Europese economieën op elkaar af te stemmen, werden honderdduizenden gezinnen in hun sociale zekerheid getroffen. Europa is een project van en voor de Europese kapitalisten. Denk bijvoorbeeld aan de rol van de Europese Ronde Tafel van Industriëlen, de belangrijkste verzameling van Europese multinationals. Deze club van winstdolle kapitalisten ziet dat zijn extreem asociale voorstellen soms bijna letterlijk in Europese regels worden gegoten. Op die manier wil men sterker staan tegenover de andere 2 belangrijke kapitalistische blokken: de VS en Azië rond Japan.

De naoorlogse faze van economische opgang en de dreiging van het stalinistische Oostblok, boden de lijm om – zelfs op kapitalistische basis – een zekere samenwerking en integratie te kennen. Zodra de koek echter kleiner wordt, komen de nationale tegenstellingen weer naar boven. Zelfs tegen de achtergrond van algemene achteruitgang sinds de jaren ’70, bood de tijdelijke periode van groei in de jaren ’90 de basis voor een gemeenschappelijke munt in de vorm van de euro. De Europese Monetaire Unie (EMU) was in belangrijke mate een dwangmiddel, zogenaamd "van bovenuit", om de sociale rechten van de arbeiders versneld te liquideren. Daarin vinden de Europese kapitalisten hun gemeenschappelijk belang.

Vandaag rollen de lidstaten echter over straat omwille van de financiële regels die ze zichzelf hebben opgelegd. Voorzitter van de Europese Commissie Prodi zal Frankrijk en Duitsland voor het Hof van Luxemburg slepen omdat ze de normen van het Stabiliteitspact, in het bijzonder de 3%-norm, niet naleven.

We zagen deze nationale tegenstellingen ook rond de oorlog in Irak naar buiten komen. Recent leidde de stemprocedure voor een uitgebreide Europese Unie tot openlijke conflicten, met Spanje en Polen als landen die niet wilden inbinden op hun nationale belang.

Het is niet de goede ziel van de kapitalisten die Europa de laatste 50 jaar voor oorlogen heeft behoed, maar het gewicht van de arbeidersklasse die haar democratische rechten niet zonder een gevecht zal afstaan. Op termijn zal de EU op de nationale tegenstellingen tussen de verschillende burgerijen kapotbreken. Enkel een socialistische federatie van landen laat toe om Europa, en de rest van de wereld, echt één te maken.

Delen: Printen: