Home / Op de werkvloer / ABVV / Welke perspectieven voor de strijd tegen de regering-Michel 1?

Welke perspectieven voor de strijd tegen de regering-Michel 1?

22623622443_2b2350e790_zDe vakbondsbetoging van de 100.000 op 7 oktober had een opstap kunnen zijn naar een nieuw actieplan zoals dat van eind 2014. Toen werd een grote betoging gevolgd door provinciale stakingen en een grote nationale algemene staking op 15 december. Voor 7 oktober dit jaar was er twijfel, maar de betoging werd een overweldigend succes. Ze toonde het potentieel voor een succesvolle strijd tegen deze regering van rijken.

Analyse door Ben (Charleroi)

Hiertoe is er nood aan klare ordewoorden en doelstellingen. We drukken ons zacht uit als we zeggen dat dit vandaag niet het geval is. Het was misschien beperkt, maar eind 2014 waren er tenminste de vier centrale breukpunten van het gemeenschappelijk vakbondsfront die breed besproken werden: bescherming en behoud van koopkracht, verdediging van sociale zekerheid, investeringen om tot economisch herstel en werkgelegenheid te komen en meer fiscale rechtvaardigheid. Vandaag is het meer dan ooit duidelijk dat het niet mogelijk is om verbeteringen te bekomen doorheen onderhandelingen met de regering. We zullen de regering-Michel moeten wegkrijgen.

Een deel van de vakbondsleiding lijkt daar niet van overtuigd. Er wordt openlijk gezegd dat we moeten wachten tot de volgende verkiezingen. ACV-topman Leemans verklaarde: “Ons doel is een evenwichtig regeringsbeleid, niet de regering doen vallen.” Zijn ABVV-collega De Leeuw verklaarde voor de betoging van 7 oktober dat hij er alles aan wil doen opdat er geen regering-Michel II komt. Dit is een gevaarlijke gok. Twijfel en gebrek aan strijd zullen Michel en zijn bende nog arroganter maken in de pogingen om onze levensstandaard te ondermijnen. De werkgevers en hun regering zullen niet stoppen, haaien die bloed geproefd hebben willen meer bloed! Zwakheid langs onze kant, zet aan tot agressie van hun kant.

Wat hebben we bekomen?

Tot enkele jaren geleden was het idee van massastrijd nog redelijk abstract voor veel jonge werkenden, maar ook voor minder jonge werkenden. Sinds het opbouwende actieplan van eind 2014 hebben we een concrete ervaring waarop we verder kunnen bouwen en die we verder kunnen verfijnen met volgende actieplannen. Een werkpunt is bijvoorbeeld dat we onze strijd van onderuit in handen moeten nemen zodat de dynamiek aan de basis niet zomaar van bovenaf kan gestopt worden.

Het feit dat er na het actieplan eind 2014 geen vervolg kwam, zorgde voor ontgoocheling en zelfs demoralisatie onder militanten. Maar tegelijk hebben nieuwe lagen van werkenden hun eerste ervaringen met vakbondsacties en strijd opgedaan. Die ervaring gaat niet verloren. Het verklaart overigens mee het succes van de betoging op 7 oktober.

De sociale verkiezingen van 9 tot 22 mei 2016 vormen een kans om deze laag van nieuwe strijdbare militanten een grotere rol te laten spelen in de syndicale delegaties. Dit is cruciaal inh et versterken van de vakbonden op basis van strijd, in plaats van ons te verzwakken door toegevingen en begeleide afbraak.

Nieuwe bewegingen zijn onvermijdelijk

Het feit dat de regering doorgaat met de afbraak van onze sociale verworvenheden en het ontbreken van een perspectief van economische groei, maken nieuwe harde aanvallen op onze levensstandaard onvermijdelijk. Het leidt ook tot een toename van woede en bereidheid tot strijd. De kwestie van massastrijd zal terug op de agenda komen. Veralgemeende strijd van alle sectoren is de komende maanden misschien niet waarschijnlijk, maar het blijft wel mogelijk.

Verdeeldheid onder de vakbondstop en een gebrek aan klare ordewoorden en een coherente strategie vormen een rem op de ontwikkeling van algemene strijd. De aanslagen in Parijs en het klimaat van angst dat erna volgde, helpen ons ook zeker niet vooruit. Maar waar het vooral aan ontbreekt, zijn enkele sterke syndicale bastions die van onderuit acties op gang kunnen trekken en de meer terughoudende lagen meetrekken.

Wellicht zullen we wel strijd in sectoren zien, denk maar aan de NMBS waar de regering 20% van de middelen wil schrappen. Het spoorpersoneel kan een locomotief voor strijd vormen. Maar het actieplan van ACOD-Spoor was tot nu toe vooral radicaal in woorden en niet zozeer in daden. De omvang van de aanvallen maakt dat er een bereidheid tot strijd aanwezig is. Een ernstig actieplan dat opbouwend en mobiliserend werkt onder de collega’s kan ook andere sectoren inspireren. Een regionale vakbondsafdeling kan ook een locomotiefrol spelen, denk maar aan het succes van de regionale staking in Henegouwen op 23 november.

De steun voor massabewegingen opbouwen en de doelstellingen van onze strijd verduidelijken, kan het best door personeelsvergaderingen en interprofessionele militantenbijeenkomsten te organiseren. Dergelijke vergaderingen die open staan voor iedereen, zowel meer ervaren als nieuwe militanten, laten ons toe om democratisch de discussie aan te gaan en twijfelende collega’s te overtuigen. Op zulke vergaderingen kunnen we ingaan op het falen van het overleg of collectief overleggen hoe we kunnen antwoorden op de verschillende complicaties voor onze strijd als gevolg van de actualiteit, welk soort campagne we nodig hebben om tot een nieuw actieplan te komen, hoe we andere lagen kunnen meetrekken, …

Een overwinning in de strijd tegen het besparingsbeleid en voor een andere samenleving is mogelijk indien we de collectieve kracht van de georganiseerde arbeidersbeweging opbouwen. Dit proces van opbouw gebeurt niet rechtlijnig. Het gebeurt met vallen en opstaan, met nederlagen, mislukkingen en stappen vooruit. Maar wat we nu al kunnen vaststellen, is dat dit proces vandaag bezig is en dat de arbeidersbeweging zich versterkt. We moeten er allemaal onze rol in spelen. Tegen besparingen, barbarij en kapitalisme plaatsen wij strijd, solidariteit en socialisme.