Home / Belgische politiek / Nationaal / Voor steeds grotere groep van de bevolking is België inderdaad een ‘failed state’

Voor steeds grotere groep van de bevolking is België inderdaad een ‘failed state’

Weinig verrassend resultaat van falend systeem.

De in ons land nooit gezien militaire operatie die volgde op het nieuws dat de aanslagen in Parijs vanuit Brussel, en vooral Molenbeek, werden voorbereid, moest tonen dat België geen “failed state” was, zoals de buitenlandse pers suggereerde. Alle spierballengerol ten spijt werd echter geen snel resultaat geboekt, noch in de zoektocht naar de vermeende terroristen en dus de veiligheid op korte termijn, noch in de strijd tegen de oorzaken van het fenomeen. En dat niet in eerste instantie omwille van de verschillende machtsniveaus die door de asymmetrische regeringssamenstelling met elkaar in concurrentie zouden staan, maar omwille van de afbraak in de laatste decennia van alle verworvenheden van de arbeidersklasse die we samen de “welvaartsstaat” noemden.

Artikel door Anja Deschoemacker uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Wat kort door de bocht, denkt u? Volg mij even. Vandaag wordt gesteld dat het “knuffelbeleid” van de voormalige PS-burgemeester van Molenbeek Moureaux zou hebben bijgedragen aan de huidige situatie. In de zin dat het PS-beleid zich beperkte tot het “integreren” in de instellingen van individuen uit de middenklasse van de gemeenschappen met een oorsprong in migratie, zonder een perspectief op een degelijk leven te creëren voor de overgrote meerderheid van die gemeenschappen, klopt dat wel. De rij van functionarissen van niet-Belgische oorsprong groeide wel aan, maar net als elders maakte dat weinig verschil voor het dagelijkse leven van de doorsnee jongere van Molenbeek, die gebukt ging en gaat onder het gebrek aan degelijk onderwijs, jobs en huisvesting.

Maar dat is niet wat wordt gesuggereerd door de regeringspartijen, MR en N-VA op kop. Moureaux zou niet voldoende hard hebben gereageerd op de ontwikkeling van radicale stromingen binnen de moslimgemeenschap in zijn gemeente. Vandaag zijn we er getuige van welke “harde reactie” ze dan wel bedoelen: lock-down van Brussel, militairen in de metrostations, massale razzia’s… Al snel zullen we tot de vaststelling komen dat ook dat niet lukt als het doel is veiligheid te creëren: veiligheid groeit niet op een sociale woestijn, zelfs niet als je er een heel leger tegenaan gooit.

Een ander element dat wordt aangebracht in de internationale pers en waarop de Vlaamse partijen – die voorstander zijn van een interne staatshervorming in het Brusselse Gewest, waarbij bevoegdheden verschuiven van de gemeenten naar het gewest – gretig inspelen, is de chaotische en inefficiënte bevoegdheidsverdeling. Dat die inderdaad vaak chaotisch en inefficiënt is, wordt door ons niet betwijfeld. Dat het binnen het kader van het kapitalisme in crisis in een land dat gebaseerd is op machtsdeling tussen haar historische gemeenschappen beter zou kunnen gaan door simpelweg nog maar eens in de bevoegdheden te schuiven, lijkt ons echter een illusie te zijn.

Dat laatste wordt echter niet begrepen door de officieel linkse Vlaamse partij Groen. Groen-topman Kristof Calvo gooide zich enkele weken geleden in het communautaire slagveld met het voorstel tot referendum over Vlaamse onafhankelijkheid in 2019. Dit voorstel moet enerzijds N-VA ontmaskeren – zal ze durven oproepen voor onafhankelijkheid, wel wetende dat ook een groot deel van haar huidig kiespubliek daar niet achter staat – en anderzijds de communautaire discussie “definitief” afsluiten door aan te tonen dat er geen massale basis voor onafhankelijkheid bestaat.

Dat dit voorstel er slechts enkele weken na de onverwacht massale vakbondsbetoging van 7 oktober kwam, toont dat Groen andere prioriteiten heeft en op andere terreinen wil spelen dan de arbeidersbeweging. De enorme strijdbeweging die sinds de aankomst van de rechtse regering is ontwikkeld, had net het effect om de maatschappelijke discussie een andere kant op te duwen, in de richting van klasseneenheid tegen het besparingsbeleid, in de richting van een strijd die we kunnen winnen. Het is niet in het belang van de arbeidersbeweging indien zelfs de officieel linkse partijen zich liever profileren op de nationale kwestie dan op de klassenstrijd die onder hun neus plaatsvindt. Linkse partijen die die naam waard zijn, zouden ervoor moeten zorgen dat de volgende verkiezingen een bestraffing worden van de rechtse regering, dat ze gaan over de vraag wie moet opdraaien voor de verder verdiepende crisis: de 99% of de stinkend rijke 1%.

Geen van Calvo’s voorstellen tot herfederalisering raken de kern van de zaak, namelijk dat de nationale kwestie een strijd voor de verdeling van tekorten is en dat die tekorten moeten worden aangepakt vooraleer die strijd gaat liggen. Immersie-onderwijs ook in Vlaanderen? Nederlands als verplichte tweede taal in Franstalig België? En wat met het feit dat de scholen nu al kreunen onder de decennialange onderfinanciering waarop menig leuk klinkend ideetje over modernisering is gekapseisd? Een federale kieskring? Zonder federale media en federale partijen is dit gedoemd in het beste geval niets te veranderen en in het slechtste geval te leiden tot een verdere toename van de spanningen wanneer communautaire partijen in gevoelige regio’s op de tenen van de andere gemeenschap gaan trappen.

Net zoals dit rond veiligheid of de economische crisis het geval is, bieden de rechtervleugel noch de linkervleugel van het establishment op communautair vlak een antwoord dat ook tot oplossingen leidt. De ten top gedreven tegenstellingen binnen het kapitalisme worden gretig bespeeld door politici die geen antwoord hebben op het gestage verlies aan koopkracht en levensstandaard van de meerderheid of op de quasi totale uitsluiting van delen van de bevolking op basis van nationaliteit en religie. De tegenstellingen kunnen tijdelijk verzoend worden in periodes van sterke economische groei gecombineerd met strijd van de arbeidersbeweging opdat die groei ook minstens deels in handen van de meerderheid zou komen.

Maar sinds het einde van de jaren 1970 zien we het omgekeerde. Niet alleen worden de rijken steeds rijker, de armen worden sindsdien ook steeds armer. Noch de communautaire problemen, noch de vervreemding van een deel van de jongeren van gediscrimineerde gemeenschappen kunnen in zo’n kader opgelost worden. Enkel de arbeidersbeweging heeft de potentiële macht om het kader zelf te veranderen en een samenleving op te bouwen waarin iedereen een menswaardig leven kan opbouwen. Het aanpakken van het belangrijkste en dominante verschil tussen mensen – het verschil tussen de maatschappelijke klassen – zal de ruimte laten om iedereen een menswaardig leven te laten uitbouwen en om alle andere verschillen eerder als een verrijking dan een bedreiging te zien.