molenbeekEen jongen springt uit een appartementsblok en zegt bij iedere verdieping die hij passeert tegen zichzelf “Jusqu’ici tout va bien, Jusqu’ici tout va bien”. De houding van onze politici ten overstaan van de enorme sociale problemen in Molenbeek afgelopen decennia doet denken aan de openingsscène van de film La Haine waarin reeds in 1995 de uitzichtloosheid, de haat en frustraties worden beschreven bij een groeiende groep jongeren in de Parijse banlieues. Dat een groep allochtone jongeren uit Molenbeek nu betrokken is bij weerzinwekkende terreuraanslagen doet het besef groeien dat na een lange val een harde landing volgt.

Artikel door Mathias, leraar in Brussel, voor de decembereditie van ‘De Linkse Socialist’  die vrijdag van de drukker komt

Sinds 13 november is Molenbeek voor de internationale pers de Europese draaischijf van het jihadisme geworden, een ‘playground for terrorism’ en een ‘getto van ellende’ in de hoofdstad van een ‘failed state’. In september moest er in de media echter nog kunnen gelachen worden met racistische cartoons waarbij allochtone kleuters uit Molenbeek als terroristen afgebeeld worden. Terreur is geen genetische aandoening en al zeker geen cultureel verschijnsel. Het is het trieste gevolg van een systeem dat miljoenen jongeren in oorlog, armoede, frustraties en een enorme woede duwt. Waar de woede niet wordt gekanaliseerd in collectieve strijd en een sociaal alternatief, kan het een voedingsbodem worden voor reactionaire fundamentalisten. Zij slagen erin een kleine minderheid, 0,3% van de jonge mannen in Molenbeek, te doen geloven dat ze in Syrië wel een toekomst voor hen te bieden hebben.

De situatie in Molenbeek komt niet uit de lucht gevallen. In plaats van een failed state, benoemt men het probleem beter als een failed system. Zo zond de VRT een reportage over Molenbeek uit 1987 opnieuw uit. Jeugdwerkers waarschuwden toen voor een toename van radicalisering en criminaliteit bij een laag allochtonen uit de tweede of derde generatie indien er geen oplossingen kwamen op het gebrek aan werk, degelijke woningen en kwaliteitsvol onderwijs in de wijken. Dertig jaar later ligt de werkloosheid tegen de 30% in Molenbeek, oplopend tot 50% à 60% onder jongeren in de armste wijken. Met een gemiddeld inkomen van 9.844 euro per jaar is Molenbeek tevens de tweede armste gemeente van België: het inkomen ligt er meer dan 40% onder het Belgische gemiddelde. Voetballer Vincent Kompany stelde na de aanslagen dat dit te voorspellen was en dat het fundamentalisme moet begrepen worden als “de woede tegen een systeem dat niet inclusief is.”

Als reactie op de betrokkenheid van Belgische jongeren bij de aanslagen in Parijs, horen we de politici amper een woord reppen over deze problematiek. Minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon, was wel hypocriet genoeg om in een interview te stellen dat hij niet alleen “Molenbeek zou opkuisen” maar er ook “een verbetering nodig is op vlak van onderwijs, ruimtelijke ordening en gelijke kansen.” Alsof wij al vergeten zijn dat de N-VA een jaar terug mee een enorme besparingsronde organiseerde in het Nederlandstalige onderwijs, waarbij onder andere met meer dan 10% werd gesneden op het budget voor leerlingenbegeleiding. Daarnaast schafte deze Vlaamse N-VA regering ook het criterium ‘sociaal-economische situatie’ van de leerlingen af bij het verdelen van de onderwijsmiddelen.

De veiligheidsmolen die midden november op gang kwam, zal geen antwoord bieden op de achterliggende oorzaken van sociale uitsluiting en radicalisering. Repressie zal de afstand tussen de samenleving en de groep jongeren die daarbuiten valt alleen maar doen toenemen. Veiligheid is belangrijk maar men kan zich niet ontdoen van het gevoel dat deze regering bewust de situatie uit balans trekt om de realiteit grondig te vervormen. Met militairen, pantservoertuigen, gesloten scholen en machinegeweren probeert ze de discussie uit het raamwerk van de sociale verhoudingen weg te trekken. Dat discussie over structurele gebreken in dit systeem ten allen koste vermeden dient te worden, werd onder andere ook bewezen met het verbieden van acties in Parijs en België tegen de klimaattop COP21.

De vraag rijst waarom deze regering niet even vastberaden optrad bij de aanpak van de jongerenwerkloosheid, de tekorten in het onderwijs, de ellenlange wachtlijsten voor sociale woningen, … Repressie en het opkloppen van angstgevoelens zullen de samenleving slechts tijdelijk kunnen verlammen. De regering vergist zich als ze denkt dat een evolutie richting veiligheidsstaat deze sociale problemen kan ondersneeuwen. De revoluties in het Midden-Oosten en Noord-Afrika leerden ons recent nog dat wanneer de klassenkwestie opnieuw op de agenda komt te staan, geen enkel verbod deze discussie in de kiem kan smoren.