egypteDe beweging in Egypte van 2011 werd voorafgegaan door oprispingen van arbeidersprotest. Dit was voornamelijk het geval in de textielsector in Mahalla, een centrum van die sector. Het is dan ook belangrijk dat er vandaag opnieuw acties van textielarbeiders plaatsvinden. De revolutionaire beweging van 2011 heeft de kracht van de massa’s getoond, maar leidde niet tot fundamentele verandering. De levensstandaard van de werkenden ging er niet op vooruit, het oude regime probeert de touwtjes terug stevig in handen te nemen en het gevaar van terrorisme neemt toe.

Artikel door David Johnson, Socialist Party

Een nieuwe textielstaking in Mahalla is de grootste protestbeweging van de werkende bevolking totnutoe tegen het regime van president Abdel Fattah al-Sisi. Op 21 oktober gingen de arbeiders in staking. Ze eisen een jaarlijkse bonus van 10% naar het voorbeeld van wat andere werknemers van overheidsbedrijven krijgen. Ze eisen ook extra voedselbonnen, het heropenen van gesloten productielijnen, verantwoording van de managers voor verliezen en het herintegreren van werkenden die afgedankt werden wegens vakbondsactiviteiten.

Zowat 14.000 van de 17.000 werknemers gingen in staking. Op de tweede dag was er het bericht dat de Egyptische vakbondsfederatie (ETUF) een akkoord had bereikt. Maar de werknemers bleven daarna nogmaals acht dagen buiten staan. Op de vijfde dag van de staking gingen ook 7.000 personeelsleden van het bedrijf Kafr al-Dawwar in staking. De officiële vakbondsfederatie “blijft zwijgen en neemt geen concrete stappen rond ons ongenoegen of voor onze rechten”, stelde onafhankelijke vakbondsmilitant Kamal al-Fayoumy die in april werd afgedankt wegens zijn rol in stakingsacties in Mahalla.

De website van ETUF zwijgt alvast over de stakingen bij Mahalla en Kafr al-Dawwar. De leiders van de vakbond worden aangeduid door het ministerie van arbeid. In mei van dit jaar kondigde president Sisi aan dat het mandaat van de vakbondsleiders met een jaar verlengd werd.

Het ongenoegen onder de arbeiders is groot. In september was er 9,2% inflatie, terwijl de lonen van de textielarbeiders slechts met 7% stegen. Een bonus en extra voedselbonnen zijn dan ook belangrijk. Minister van arbeid Gamal Sorour dreigde ermee om alle stakers af te danken. In mei besliste een rechtbank dat het mogelijk is om gelijk welke staker af te danken als dit in het “publieke belang” is. Ministers en gevestigde media stelden dat de stakingen ruimte zouden geven aan “terroristen”.

De arbeiders laten zich niet intimideren en gingen pas terug aan de slag toen er schriftelijke garanties waren voor een bonus. Op 1 november beloofde Sorour om de problemen van de werkenden op te lossen binnen de 48 uur nadat ze het werk hervat hadden. Het lijkt een belangrijke overwinning te zijn. Na tien en zes dagen staking ging het personeel van Mahalla en Kafr al-Dawwar terug aan de slag. Op dezelfde dag begon een staking van textielarbeiders in het bedrijf Vestia in Alexandrië.

De arbeiders van Mahalla hebben een lange traditie van heldhaftige stakingen. Ze zetten de toon voor de werkenden in de rest van het land. Hun staking in 2006 en de straatprotesten van 2008 waren belangrijk voor de uiteindelijke val van president Moebarak.

Tijdens de recente staking was er ook de eerste ronde van de parlementsverkiezingen. De opkomst was erg laag, amper 21,7% ging stemmen. Dat is minder dan de 23% die in 2005 ging stemmen onder Moebarak. De Moslimbroederschap en de meeste linkse partijen riepen op tot een boycot van de verkiezingen. In 2011 was er een opkomst van 54%.

De Partij van Vrije Egyptenaren, een initiatief van de miljardair Naguib Sawiris, haalde reeds 41 zetels. Het nam deel aan de verkiezingen als onderdeel van een coalitie van tien partijen, “Uit liefde voor Egypte” was de naam van de coalitie die geleid werd door Sameh Seif Al-Yazal, een voormalige agent van de veiligheidsdiensten. Het is een verdere stap in het hervestigen van de macht van de staat na de beweging van 2011.

De werkenden zijn niet vertegenwoordigd in het parlement. Ze zullen steeds meer gedwongen worden om via acties en strijd hun levensstandaard te verdedigen en te verbeteren. De opbouw van democratische onafhankelijke vakbonden zal onderdeel van die strijd zijn. Socialisten en syndicalisten moeten ook opkomen voor een massale arbeiderspartij die de werkenden kan verenigen rond een programma van degelijke jobs, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg naast democratische rechten.