Home / Internationaal / Europa / Rusland betreedt het Syrische moeras

Rusland betreedt het Syrische moeras

Economische crisis in Rusland verdiept, Oekraïense crisis houdt aan

poetinassadRussische vliegtuigen trekken sinds begin oktober over Syrië om bommen te werpen. Ze doen dat na een ‘verzoek’ van de regering-Assad. Er wordt officieel gebombardeerd op ISIS-posities. Op 7 oktober vuurden Russische marineschepen vanuit de Kaspische Zee 32 bommen af op doelwitten in Syrië. Volgens westerse bronnen raakten vier van die bommen niet voorbij Iran, maar zowel Rusland als Iran ontkennen dit.

Analyse door Rob Jones vanuit Moskou

In Rusland zelf wordt het voorgesteld als een poging om een “zo breed mogelijke coalitie tegen extremisten en terroristen” te vormen. President Poetin gebruikt het spookbeeld van de terugkeer van 7.000 Russische strijders die nu met ISIS vechten. Russia Today, het internationaal media-orgaan van het Kremlin, schept evenwel openlijk op dat de interventie “op een paar weken tijd de krachtsverhoudingen in het Midden-Oosten heeft veranderd. Moskou nam het initiatief op militair vlak, maar ook op het diplomatieke front. Rusland heeft een nooit geziene stap gezet waardoor veel bondgenoten van de VS de conclusive trekken dat Washington aan belang verliest in de regio en bereid is om de groeiende invloed van Rusland en Iran te erkennen.”

De Russische media brachten uitgebreid verslag uit van de gevallen van ‘collateral damage’ bij Amerikaanse bombardementen, maar de eigen aanvallen worden als bijzonder doelgericht afgedaan waarbij tal van militaire bases van ISIS zouden verwoest zijn. ISIS is een reactionaire organisatie en de internationale arbeidersbeweging en socialisten zijn bijzonder hard tegen ISIS gekant, maar in de Russische media vernemen we nooit iets van de woede en wanhoop die mensen in het kamp van ISIS duwt.

Er is geen enkele indicatie dat de Russische campagne meer succes zal kennen dan de door de VS geleide campagne of dat er minder terreuraanslagen in Rusland of elders zullen zijn. In werkelijkheid is de Russische interventie ingegeven door bredere doelstellingen dan enkel het vernietigen van ISIS.

Het Kremlin neemt het initiatief over van het VS-imperialisme. In 2013 kwam Rusland tussen toen het westen beweerde dat Assad chemische wapens inzette. Rusland hield toen de geplande Amerikaanse luchtaanvallen tegen. De Amerikaans-Europese strategie baseert zich op het omverwerpen van Assad waarna de oppositiekrachten de controle overnemen. Deze strategie heeft tot een sectaire nachtmerrie geleid met meer dan tien verschillende elkaar bestrijdende groepen en milities die gesteund en gefinancierd worden door het westen en reactionaire Arabische regimes zoals die van Quatar en Saoedi-Arabië.

Rusland nodigde Assad naar Moskou uit om verdere stappen te bespreken. Syrië is al langer een bondgenoot en economische partner van Rusland. Bovendien wil Rusland de positie versterken van diegenen in het westerse imperialistische kamp die ervoor pleiten om Assad in de onderhandelingen te betrekken. De VS en Groot-Brittannië willen dat niet.

De meeste Russische luchtaanvallen zijn erop gericht om de posities van Assad te steunen, vooral rond Aleppo. Ook wil Rusland de zogenaamde “antiterreurcoalitie” steunen, dat is een hoofdzakelijk anti-VS coalitie in de regio. In deze situatie is de mogelijkheid van een proxy oorlog tussen Rusland en het Westen steeds aanwezig. Rusland wil echter geen significant aantal grondtroepen naar Syrië sturen. Het coördineert de aanvalllen niet alleen met de generaals van Assad maar ook met Iran en Hezbollah uit Libanon. Beiden stuurden een groter aantal grondtroepen. Volgens een commandant van het Vrije Syrische Leger uit Aleppo hebben de Russen “ook woongebieden gebombardeerd. Ze willen alles opruimen zodat de tanks en zelfs de soldaten van het regime kunnen optrekken.” De aanvallen versterken niet alleen het regime van Assad maar ook de positie van ISIS, zo beweert het Vrije Syrische Leger alvast. “Het regime en ISIS probeerden Aleppo het voorbije jaar in te nemen maar ze slaagden daar niet in. Nu wordt opnieuw geprobeerd met Russische steun. De Russen spelen in de kaart van ISIS. Terwijl de Russen vanuit de lucht aanvallen, kan ISIS ons vanop de grond aanvallen.”

Iran

De centrale commandant Soleimani van Iran begon in juli Moskou te bezoeken. Wellicht was dit deels om de Russische acties tegen de anti-Assadkrachten te versterken zodat deze niet in de richting van de kust van de Middellandse Zee zouden optrekken. Dat zou niet alleen het regime van Assad ondermijnen, maar het zou ook de Russische zeebasis van Tartus bedreigen. Russische vertegenwoordigers ontmoetten de Iraniërs en er waren verschillende diplomatieke bijeenkomsten, ook met een weinig waarschijnlijke bondgenoot als Saoed-Arabië. Beide kampen ondertekenden een akkoord rond nucleaire samenwerking en de Golfstaat zal 1 miljard dollar in Rusland investeren. Er is een ontmoeting op het hoogste niveau tussen president Poetin en koning Abdoellah gepland. Saoedi-Arabië vreest dat de opmars van ISIS te ver gaat en het regime heeft het ook moeilijk met het recente akkoord tussen de VS en Iran. De Saoedi’s vrezen een groeiende Iraanse invloed in de regio. Daarom wordt ook verder gegaan met de interventie in Jemen.

Een andere belangrijke factor die de vriendschap tussen Rusland en Saoedi-Arabië lijkt te smeren op dit ogenblik, is de lage olieprijs. Dit is deels een gevolg van de Saoedi’s die proberen om de concurrentie van Amerikaanse schalie-olie tegen te gaan. De Saoedi’s nodigden Rusland uit om de organisatie van olieproducerende landen, OPEC, te vervoegen. Het doel lijkt te zijn om een blok te vormen op basis van oliebelangen waarbij de Amerikaanse productie kan gestopt worden.

Rusland wil een verhoging van de olieprijzen. Het wil dat zo hard dat sommige commentatoren spreken over paniek in het Kremlin. Een voormalige insider, Gleb Pavlovskii, vergeleek het met “de muziek van een jazzgroep, de aanhoudende improvasatie is een poging om de meest recente crisis te overleven.” Een andere insider stelt dat de elite een crisis kent: “Ze kunnen niet leven met Poetin. En ze kunnen niet leven zonder hem.”

Rusland heeft geen duidelijke uitweg uit de huidige economische crisis. Het land is in recessie sinds januari, het BBP zal naar verwachting met 4 tot 5% afnemen tegen het einde van het jaar en de regering verwacht dat de recessie tot eind 2016 zal duren. De werkloosheidscijfers vormen een sterke onderschatting van de reële situatie, maar zelfs deze cijfers geven aan dat de werkloosheid dit jaar al met 13% is toegenomen. De inflatie blijft hoge toppen scheren. Voor het eerst in 17 jaar was er een afname van de reële inkomens, in de grote steden met 10% en op het platteland soms met 25%.

De staatsmedia probeert het te verbergen, maar er is ongenoegen. Onafhankelijke vakbonden slaagden er eind 2014 in om de woede rond de besparingen in de gezondheidszorg en het onderwijs te stoppen. Maar er waren vorig jaar toch meer protestacties dan in gelijk welk ander jaar sinds het begin van de wereldwijde crisis in 2008. De meeste protestacties vonden plaats zonder enige aanwezigheid van de zogenaamde oppositiepartijen zoals Rechtvaardig Rusland en de Communistische Partij of de bestaande vakbondsstructuren.

De Russische economie wordt naar beneden gehaald door zowel binnenlandse als buitenlandse factoren. De energiesector is goed voor 98% van alle bedrijfswinsten, ondanks sancties en dalende olieprijzen bleef de winst hoog. De devaluatie van de roebel heeft de verliezen gecompenseerd. Deze winsten worden niet geïnvesteerd in nieuwe productie omdat gevreesd wordt dat dit de prijzen verder zou drukken. De 700 grootste bedrijven in Rusland zijn goed voor 78% van de Russische productie. Hun schulden namen met twee derden toe gedurende dit jaar. De banken zijn terughoudend om te investeren omdat er geen vraag is. De instorting van de Chinese beurzen en de devaluatie van de munt eerder dit jaar zorgen ervoor dat de vooruitzichten voor de Russische economie niet bepaald rooskleurig zijn. Gazeta.ru voorspelt dat 2016 het jaar van “geen geld, geen groei” zal zijn. De heersende elite heeft geen antwoorden en valt terug op de strategie om gewoon af te wachten in de hoop dat de crisis niet te lang duurt.

Populariteit van het Kremlin

Het Kremlin geniet nog steeds een populariteit door de aanhechting van de Krim en de interventie in Syrië moet een nieuwe dosis verdoving bieden. In het verleden waren delen van de Russische samenleving bereid om beperkingen op de democratie te ‘aanvaarden’ in ruil voor betere levensstandaard. Maar nu de levensstandaard onder vuur ligt, komt er kritiek op de lagere echelons van de heersende elite. Volgens onderzoeksbureau Levada denkt meer dan de helft van de bevolking dat Poetin de echte situatie in het land niet kent of dat zijn entourage liegt om de waarheid voor hem verborgen te houden. De heersende elite is bezorgd en gaat over tot een sterkere anti-Amerikaanse en anti-Westerse retoriek.

Het Kremlin stelde aanvankelijk dat de coalitie tegen terreur mogelijk ook de VS zou omvatten. Dat was een illusie die meteen doorprikt werd toen de luchtaanvallen op de pro-Westerse oppositie begonnen. Het regime van Poetin hoopte dat deelname aan de campagne tegen ISIS de sancties tegen Rusland zou verzachten en de aandacht van Oekraïne zou afwenden.

De spanningen tussen de Oekraïense regeringstroepen en de opstandige republieken van Loegansk en Donetsk namen gevaarlijke proporties aan. Sinds begin september houdt het staakt-het-vuren min of meer stand. De oorspronkelijke strategie van het Kremlin was om “Novorossiya” te vormen, een uitbreiding van de opstandige republieken doorheen het zuiden en het oosten van Oekraïne. Die strategie werd verlaten in augustus 2014 toen Oekraïense troepen een opmars maakten in de richting van Donetsk. Sindsdien steunde Rusland de door rebellen gecontroleerde regio’s die onder Russische invloed staan. Die regio’s worden gebruikt om stappen van het regime in Kiev naar de NAVO of de EU af te blokken. De kost van het politieke en economische isolement, maar ook de angst voor een groeiende oppositie in eigen land hielden het Kremlin tegen om verder te gaan. In september was er een nieuwe zuivering onder de leiding van de republieken om zeker te zijn van een volgzame opstelling ten aanzien van Moskou.

De sociale en economische ramp in Oekraïne benadert steeds meer de dieptepunten die vlak na de ineenstorting van de Sovjet-Unie begin jaren 1990 werden bereikt. De Oekraïense munt hryvnia is de tweede slechtst presterende munt ter wereld, enkel de Wit-Russische roebel doet nog slechter. Dat was de situatie voor de Chinese crisis. De Oekraïense economie stort in elkaar, in het afgelopen jaar was er een daling van het BBP met 15%. Volgens de Wereldbank ging het BBP van Oekraïne met 35% achteruit sinds de onafhankelijkheid.

De steun voor president Porosjenko nam fors af. Hij werd een jaar geleden verkozen met 54% maar staat nu in de peilingen nog maar op 15%. De kiezers zijn ontgoocheld omdat hij de belofte om de problemen op te lossen niet hield en omdat hij zijn zakelijke belangen niet aan de kant schoof. Zijn voorstellen om de “decentralisatie” te versterken, gaan niet ver genoeg voor de leiders van de opstandige republieken en tegelijk worden ze door de havikken in Kiev gezien als een te verregaande toegeving.

Ondanks het staakt-het-vuren gaan er stemmen op voor hardere acties om de opstandige republieken te isoleren. De fractieleider van de partij van Porosjenko riep recent op tot een volledige blokkade van de twee republieken. Hij nam in de zomer ontslag. Leonid Koetsjma, president in de jaren 1990, riep het land op om “alle economische en politieke banden met deze door militanten en door Rusland gecontroleerde gebieden door te knippen.” Hij stelt in feite voor om de republieken uit te hongeren tot ze zich overgeven. Vervolgens kwam er nog een conflict naar buiten tussen extreemrechts en de regering. Er was een gewapende confrontatie tussen de Rechtse Sector en de politie in het westen van Oekraïne bij een betwisting over de controle over de zwarte markt en de weigering van extreemrechtse milities om zich uit het oosten van Oekraïne terug te trekken. Het wijst erop dat een blijvend compromis moeilijk zal zijn.

Potentieel om een alternatief op te bouwen

Op het eerste gezicht is de situatie in Oekraïne en die in Syrië erg verschillend, maar beide conflicten hebben veel gemeen. In Oekraïne en Syrië zijn er militaire acties van autoritaire regimes en lokale krijgsheren die gesteund worden door de NAVO, het westerse imperialisme en het Russische leger. Dit leidt steevast tot ellende voor de gewone bevolking. De economische crisis in Rusland wordt erger door de besparingen, de groeiende armoede, corruptie en wanhoop.

Maar er is potentieel voor een alternatief op deze nachtmerrie. De Oekraïense en Russische arbeidersklassen zijn bij de grootste van Europa en gaan gebukt onder harde aanvallen op hun rechten en levensstandaard. Als de arbeidersklasse in actie komt tegen jobverliezen en besparingen, dan zal ongetwijfeld ook tegen het autoritair beleid van de heersende elite moeten ingegaan worden. Zo’n strijd op basis van eengemaakte actie zou in de regio’s waar er militaire conflicten zijn de basis kunnen leggen voor gemeenschappelijke arbeiderscomités over nationale grenzen heen om samen in te gaan tegen imperialistische tussenkomsten en voor de terugtrekking van alle buitenlandse troepen. Het zou de werkende bevolking toelaten om zelf over hun lot te beslissen in vrije en eerlijke verkiezingen onder toezicht van democratisch verkozen arbeiderscomités. Ook zou dit de nationale en democratische rechten garanderen, waaronder het recht op zelfbeschikking. De opbouw van onafhankelijke vakbonden en massale arbeiderspartijen zou een kracht vormen om een programma van grond voor de massa’s en fabrieken voor de werkenden te realiseren als onderdeel van een programma voor een socialistische geplande economie met een democratische en vrijwillige socialistische confederatie van de regio.