viennaDe lokale verkiezingen van 11 oktober in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen kregen internationale aandacht. Na het succes van de extreemrechtse Vrijheidspartij (FPÖ) in de deelstaten Burgenland en Opper Oostenrijk eerder dit jaar, vroegen velen zich af of het ‘rode Wenen’, het bastion van de sociaaldemocratische SPÖ, zou standhouden of ook in handen van de FPÖ zou komen.

Artikel door Sonja Grusch, Sozialistische Linkspartei (SLP), Wenen

De peilingen voor de verkiezingen gaven aan dat het een nek-aan-nek strijd tussen SPÖ en FPÖ zou worden. Het leidde tot een sfeer van een ‘slag om Wenen’. Maar dit bleek niet met de werkelijkheid overeen te stemmen. Na de telling van de stemmen bleek de SPÖ bijna 9 procentpunten voor te liggen. De SPÖ haalde 39,59%. De FPÖ won dan wel 5,02% sinds de vorige verkiezingen in 2010, maar met 30,79% bleef de extreemrechtse partij onder de resultaten van alle peilingen. Het gevoel van opluchting dat volgde op het resultaat, kan gevaarlijk zijn. Toen in Wels, een belangrijke stad in Opper Oostenrijk, in 2010 de FPÖ dreigde aan de macht te komen, stemden velen voor de SPÖ om extreemrechts af te blokken. We waarschuwden toen dat er zonder een koerswijziging bij SPÖ slechts sprake was van uitstel vooraleer de FPÖ zou winnen. Jammer genoeg was dit een correcte inschatting. Op dezelfde dag van de lokale verkiezingen in Wenen, werd een FPÖ-kandidaat in Wels als burgemeester verkozen. Hij haalde 62,97% van de stemmen. Zal dit scenario zich binnen vijf jaar in Wenen herhalen?

Vluchtelingencrisis drukt stempel op verkiezingen

Veel commentatoren hadden een eenvoudige verklaring klaar staan: de vluchtelingencrisis is de belangrijkste reden voor het succes van FPÖ. Het klopt dat de regering de beste verkiezingscampagne voor FPÖ voerde door het beeld op te werpen van een onaanhoudende stroom van vluchtelingen waarbij we al die vluchtelingen niet kunnen opvangen. Het aantal vluchtelingen ligt vandaag overigens lager dan bij eerdere gelegenheden, zoals de Hongaarse opstand van 1956 of de Balkanoorlogen van de jaren 1990. De meeste vluchtelingen blijven bovendien niet in Oostenrijk, ze trekken door naar Duitsland.

Er zijn geen tekorten die volstaan als verklaring voor de overbevolkte vluchtelingenkampen, het feit dat mensen op de grond moeten slapen, kinderen geboren worden zonder medische begeleiding of het tekort aan voedsel. Dit gebeurde allemaal omdat de politieke verantwoordelijken te weinig deden en te laat kwamen. Ze stelden bovendien dat ze de middelen om vluchtelingen te helpen ergers moesten halen, in de vorm van nog meer besparingen.

Het leidt tot angst voor wat de toekomst zal brengen. Peilingen geven aan dat 76% van de mensen die hun levenskwaliteit zien dalen voor extreemrechts stemden. Het is verkeerd om te denken dat de ‘vluchtelingencrisis’ de enige reden voor de opmars van FPÖ was. Er is een huisvestingscrisis, toenemende werkloosheid en groeiende armoede. Dat zijn de echte redenen waarom de FPÖ en partijvoorzitter HC Strache een grotere steun vinden. Extreemrechts is de enige gevestigde partij die het over deze problemen heeft.

Aan de andere kant is er een golf van solidariteit. Duizenden mensen helpen vluchtelingen, tienduizenden betoogden in solidariteit met de vluchtelingen. Dat was de basis voor de bijna 40% die de SPÖ haalde en de reden waarom de sociaaldemocratie maar 4,75% verloor. De Weense burgemeester Michael Häupl stelde zijn partij voor als de “humanisten”. De groenen en de media gingen mee in deze retoriek. Diegenen die overwogen om voor de FPÖ te stemmen, werden afgedaan als racisten en onmenselijke figuren. De sociale problemen werden genegeerd en er werd een moralistische campagne gevoerd. De SPÖ behield een sterke basis in de betere wijken, maar in de arbeidersbuurten was het verschil met de FPÖ veel kleiner. Extreemrechts haalde het in één district, een arbeidersbuurt waar de FPÖ voor het eerst won.

Extreemrechtse ‘antwoorden’

Er was geen sterk links alternatief dat antwoorden naar voor bracht op de angsten, waardoor het leek alsof enkel de FPÖ ‘antwoorden’ bood. De linkse socialisten van SLP kwamen in één district op om aan te tonen wat nodig is. We combineerden solidariteit en steun aan vluchtelingen met eisen voor de ‘Oostenrijkers’ en migranten die er al langer wonen. We wezen naar de miljarden van de superrijken als de vraag komt waar we het geld moeten zoeken voor zowel de opvang van vluchtelingen als hogere lonen, een kortere arbeidsweek, gezondheidszorg, onderwijs en pensioenen. We wezen op de 80.000 leegstaande appartementen in Wenen die niet gebruikt worden omwille van de speculatie. Waarom deze appartementen niet onteigenen om vluchtelingen en lokale mensen onderdak te bieden?

De belangrijkste reden voor de groei van extreemrechts is de zwakte van links. Het gaat niet alleen om een numerieke zwakte, maar vooral om een politieke zwakte. Sommigen ter linkerzijde riepen op om “een laatste keer” voor de SPÖ te stemmen om Strache tegen te houden. De logica van het ‘minste kwaad’ zal eens te meer een rol gespeeld hebben. Maar het helpt niet in de opbouw van een politiek alternatief dat antwoordt op extreemrechts. Tijdens de grote betogingen en solidariteitsconcerten voor vluchtelingen waren er meer dan 100.000 aanwezigen. Maar de meeste linkse krachten beperkten zich tot gejuich en moraliserende boodschappen. Ze gingen niet in op de sociale problemen die aan de basis van de groei van de FPÖ liggen. De enige manier om extreemrechts te stoppen, is door te bouwen aan een strijdbaar alternatief, een nieuwe arbeiderspartij. Dit kan vertrekken van ontgoochelde SPÖ’ers (alhoewel velen steeds opnieuw aan het ‘minste kwaad’ zullen vasthouden of wachten op een ‘goed moment’), de activisten die de vluchtelingen steunen en zien dat SPÖ en groenen geen antwoorden bieden en vooral diegenen die actief worden in sociaal verzet.

De economische crisis is niet voorbij. De heersende partijen hebben hun aanvallen uitgesteld tot na de verkiezingen, maar ze zullen nu sneller gaan in de afbraak van de pensioenen, gezondheidszorg, onderwijs alsook aanvallen op lonen en collectief overleg. De FPÖ is niet de partij die ze beweert te zijn. Een nieuw prominent lid, een voormalige conservatieve districtsburgemeester van de ÖVP, werd voorgesteld als de ‘Maggie Thatcher van Wenen’. Dat was een opmerkelijk eerlijke inschatting van de FPÖ die aan de kant van de rijken en de kapitalisten staat tegen de arbeidersklasse.

Veel mensen in Wenen konden niet stemmen omdat ze geen Oostenrijkse nationaliteit hebben en niet kunnen stemmen waar ze wonen. Het aantal mensen dat niet stemde was hoger dan het aantal mensen dat voor de FPÖ stemde. Zowat 24% van de kiesgerechtigden daagde niet op omdat ze naar eigen zeggen “geen tijd” hadden. Anderen stemden niet omdat ze niet wisten op wie ze konden stemmen. De FPÖ kan deels de woede van de bevolking kanaliseren, maar er is vooral een groot vacuüm omdat er geen partij van de werkenden en armen is. Zelfs sommigen die voor de FPÖ stemden, kunnen we overwinnen voor een ernstig antikapitalistisch links alternatief. De verschillende krachten die een nieuwe partij willen, nood hebben aan zo’n partij en die nodig zijn om zo’n partij op te zetten, moeten niet langer wachten maar concrete stappen ondernemen om zich te verenigen in een democratische, strijdbare en antikapitalistische kracht. Enkel zo kunnen we extreemrechts stoppen.