Home / Internationaal / Azië / VN-mensenrechtenrapport over oorlogsmisdaden in Sri Lanka schiet tekort

VN-mensenrechtenrapport over oorlogsmisdaden in Sri Lanka schiet tekort

Callum Mc Crae maakte een schokkende documentaire die ingaat op de oorlogsmisdaden in Sri Lanka. Deze documentaire in aanloop naar de bijeenkomst van de VN Mensenrechtencommissie (UNHRC) eind september bevat schokkende beelden. Niet voor gevoelige kijkers. Link naar de documentaire (Engelstalig, 30 minuten)

srilankaVNDeze week publiceerde de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties een rapport over de oorlogsmisdaden in Sri Lanka tijdens de oorlog die in 2009 eindigde met een bloedbad waarin tienduizenden doden vielen. Zowel de regering van Sri Lanka als de lobbygroepen van de Tamil diaspora zeggen gewonnen te hebben. Het rapport is nochtans enkel nuttig voor de westerse machten, het bevestigt het falen van de strategie van het lobbyen bij internationale instellingen.

Verklaring door Tamil Solidarity

Het rapport van de Mensenrechtenraad van de VN beschrijft enorme inbreuken op de mensenrechten tussen 2001 en 2009. Wie de situatie in Sri Lanka wat volgt, weet dat er niets nieuw in het rapport staat. Er waren al tal van verslagen van de oorlogsmisdaden. Er is geen ernstig onderzoek gedaan naar de rol van de VN, het Rode Kruis en de westerse regeringen in de eindfase van de oorlog. De VN erkent niet dat het zelf gefaald heeft, nochtans hebben medewerkers van de VN die in Sri Lanka werkten daar meermaals op gewezen. Sommige van die medewerkers zijn nu opgestapt omdat geen rekening werd gehouden met hun kritiek.

De VS, de VN en andere westerse regeringen hadden meer dan vijf jaar nodig om openlijk te erkennen dat er vreselijke zaken waren gebeurd. Zelfs indien dit als een positieve stap wordt gezien, blijft er grote ontgoocheling als naar de conclusies en aanbevelingen in het rapport wordt gekeken.

De lobbyisten stelden dat ze het oude regime voor de rechtbank zouden slepen, voor een instantie zoals het Internationaal Strafhof van Den Haag. Ze hoopten op een onderzoek zoals dat naar Slobodan Milosevic en zijn medestanders. De misdaden die in Sri Lanka werden begaan, moeten immers niet onderdoen voor wat in de Balkan gebeurde. Er werd gehoopt dat de familie van de voormalige president Mahinda Rajapaksa en topmilitairen zouden gestraft worden. De lobbyisten hoopten dat de VN en de westerse regeringen de Sri Lankese regering ertoe zouden dwingen om voor een rechtbank te verschijnen en veroordeeld te worden. Ze hoopten dat dit de weg zou voorbereiden naar een onafhankelijke Tamil staat, een beetje zoals de manier waarop Kosovo onafhankelijk werd.

Nu blijkt dat de VN en het westen daar niet tot bereid zijn. Een regeringswissel in Sri Lanka zorgde ervoor dat het westen de banden met de Sri Lankese regering volledig kon aanhalen om de belangen van de westerse bedrijven te verdedigen en hun positie rond de Indische Oceaan te versterken. De Wall Street Journal merkte op dat “dit verkiezingsresultaat Sri Lanka een uitzonderlijke kans biedt voor hervorming en vernieuwing.” Het is een goede samenvatting van de echte bedoelingen van de westerse kapitalisten.

“De krachten die Rajapaksa een nederlaag toebrachten, waren het niet eens over de markthervormingen. Voor de parlementsverkiezingen voerde Wickremesinghe campagne voor hervormingen onder de noemer ‘sociale markteconomie’. Hij heeft nu een mandaat voor deze hervormingen, geen groot mandaat maar het is toch een mandaat. Sri Lanka moet een fundamentele bocht maken naar de markt en de globalisering om groei en welvaart mogelijk te maken.”

De westerse machten hebben het dus over een uitzonderlijke kans die ze natuurlijk ook willen gebruiken. De regering zal onder druk gezet worden om met hen samen te werken. Het zal leiden tot meer neoliberale maatregelen in het land. Het IMF, de Wereldbank en de EU zullen ongetwijfeld bereid zijn om leningen te voorzien om de Sri Lankese regering aan zich te binden.

Het rapport van de Mensenrechtenraad sluit bij die strategie aan. De regering van Sri Lanka wordt bedreigd met sancties indien de voorwaarden van de westerse machten niet worden gevolgd, maar tegelijk komt er geen ernstig onderzoek naar de oorlogsmisdaden. De VN beperkt het tot ‘toezicht’, ‘advies’ en ‘technische ondersteuning’. Er wordt aanbevolen om de rechtsgang in het land te verbeteren, om de details van gevangenen degelijk bij te houden, om een transparante strafprocedure te volgen bij vervolgingen, om soldaten op te leiden over de lokale en internationale wetten die ze moeten volgen, … De meeste suggesties van het rapport geven aan hoe de doofpotoperatie op een handige wijze kan afgewerkt worden. Een ernstig onderzoek naar het bloedbad op tienduizenden mensen komt er niet. Het rapport geeft aan dat de regering “een erg sceptisch publiek moet overtuigen”.

Wel positief in het rapport is de vraag om het de Prevention of Terrorism Act (PTA) te herzien en om de grond van Tamils die overgenomen werd door het leger terug te geven. Het leger en de huidige regering beweren dat ze daar al mee bezig zijn en dat het leger enkel niet toegewezen grond en publieke ruimte heeft ingenomen. Tamils eisen echter de teruggave van alle grond en het sluiten van de militaire kampen die in de laatste fase van de oorlog en erna overal opgezet werden.

Het rapport vraagt de regering van Sri Lanka om “hybride speciale rechtbanken” op te zetten om een onderzoek te voeren. De term ‘hybride’ moet de zogenaamde ‘gematigde’ krachten, zoals de leiders van de Tamil National Alliance (TNA), overtuigen. Een van die leiders, Sumanthiran, wil een ‘intern’ onderzoek naar de oorlogsmisdaden steunen, maar hij wil de diaspora niet voor de borst stoten als die een ‘internationaal’ onderzoek eist. De diaspora stelt terecht geen vertrouwen in de regering van Sri Lanka. Een ‘hybride rechtbank’ zou ook “internationale rechters, openbare aanklagers, advocaten en onderzoekers” omvatten. Dit moet de bevolking het nodige “vertrouwen” geven.

Het model waarnaar wordt verwezen, is dat van de Zuid-Afrikaanse ‘waarheids- en verzoeningscommissie’. Het idee erachter is dat leiders van beide partijen (zowel TNA als de regering) actief betrokken zijn in het onderzoek waarna enkele mensen, mogelijk zelfs prominenten, vervolgd worden. Dat moet de indruk wekken dat er gerechtigheid is. Het vervolgen van leden van het oude regime die ook deel uitmaken van het huidige regime, zoals voormalige generaal Fonseka of de huidige president en andere hooggeplaatsten in de regering en het leger, is niet aan de orde. Ook de rol van de VN en het Rode Kruis zal niet onderzocht worden.

In Zuid-Afrika kwam er geen gerechtigheid. De zwarte meerderheid moest de indruk hebben dat ze iets hadden afgedwongen. De racisten van het brutale apartheidsregime gingen vrijuit en de slachtoffers van de decennialange apartheid kregen geen gerechtigheid. De nieuwe ‘zwarte elite’ bood zijn diensten aan het imperialisme aan en vulde de eigen zakken. Zo werd de voormalige mijnwerkersleider Cyril Ramaphosa een miljardair. Hij wordt genoemd als een mogelijke internationale figuur in het ‘onderzoek’ naar de oorlogsmisdaden in Sri Lanka. Het Zuid-Afrikaanse model heeft niet geleid tot het einde van ongelijkheid, ellende en repressie voor de meerderheid van de bevolking. Zuid-Afrika blijft een van de meest ongelijke samenlevingen. Het bloedbad tegen de mijnwerkers van Marikana enkele jaren terug toonde de rol van het zwarte establishment.

Sommige TNA-leiders staan al klaar om een gelijkaardige rol te spelen. Sumanthiran beweerde dat het internationale onderzoek afgelopen is. TNA-fractieleider Sampanthan zei dat de regering “een correcte positie inneemt” en dat “internationale input mogelijk onvermijdelijk wordt.” Eigenlijk verklaren ze zich al akkoord met wat de regering wil aanbieden.

De leiders van de organisaties in de diaspora doen hetzelfde. Een dag voor de publicatie van het rapport van de VN Mensenrechtenraad was er een discussie in de zogenaamde All-Party Parliamentary Group for Tamils (APPGT) in het Britse parlement. De conservatief Hugo Swire stelde daar: “Tamils zijn fantastische zakenlui”. Swire stemde voor oorlog en allerhande besparingsmaatregelen. Hij verklaarde: “Ik begrijp waarom velen in de Tamil gemeenschap een internationaal mechanisme willen, maar het is al langer duidelijk dat een geloofwaardig nationaal mechanisme dat aan de internationale standaarden voldoet een veel betere manier is om een sterkere, meer inclusieve en welvarende samenleving op te bouwen.”

Anderen hadden het vooral over hoe “handel en investeringen” het land kunnen verenigen. Ze hadden het over het ontwikkelen van de luchthaven van Jaffna en over het bouwen van een brug naar India. Sommige meer onvoorzichtige conservatieve parlementsleden verwezen naar het succes van het vredesproces in Noord-Ierland, terwijl ze zelf natuurlijk de rol van het Britse Rijk in Noord-Ierland steunden. Ze hadden het allemaal over verbeteringen in Sri Lanka en volgden de conclusies waar de conservatief Liam Fox al lang voor pleit, voor een “constructieve samenwerking met de regering van Sri Lanka.”

De leiders van de diaspora moeten hun nederlaag erkennen. De afgelopen vijf jaar hebben ze de Tamils die opkwamen voor gerechtigheid steeds gezegd dat ze moesten wachten op het “internationale onderzoek” dat er door hun lobbywerk zou komen. Ze hebben hun samenwerking met rechtse regeringen en partijen daarop afgestemd. Nochtans zijn het dezelfde rechtse krachten die de bevolking hier een hard besparingsbeleid opleggen. De rechterzijde in de leiding van de diaspora is versterkt, maar dit is een tijdelijk gegeven.

De massale mobilisatie in 2009 zorgde ervoor dat de Tamils in Groot-Brittannië en elders een politieke stem kregen. Het was op deze basis dat internationale instanties zich verplicht zagen om iets te ondernemen rond de situatie in Sri Lanka. Nu beweert de APPGT, waar de officiële Tamil organisaties BTF en GTF mee samenwerken, dat het VN-rapport er enkel kwam door de opstelling van de Britse regering en andere VN-leden. Wat een arrogante stelling van diegenen die tijdens het bloedbad zwegen en nu de rol van de 150.000 betogers in Londen destijds negeren. De Britse regering bleef de regering van Sri Lanka doorheen de oorlog steeds steunen.

De slachtoffers van de oorlog en de onderdrukte Tamils willen geen wraak. Maar ze willen ook geen ‘toneeltje’ om de oorlogsmisdaden toe te dekken en tegelijk een Tamil elite te creëren waarmee de woede en tegenstellingen onder de Tamil bevolking onder controle moeten gehouden worden. Het neoliberale offensief dat samengaat met de zogenaamde ‘hybride rechtbanken’, zal een impact hebben op de bevolking. Het zal de armoede onder de Singalese meerderheid versterken en het zal leiden tot onveiligheid en angst. Dit kan in de kaart van het Singalese chauvinisme spelen. In plaats van het conflict tussen de Tamil en de Singalese bevolking op te lossen, dreigt het conflict net aan kracht te winnen. Tamil Solidariteit stelt dat verzoening moet verbonden worden met een oplossing voor de nationale hoop en verbeteringen in de voorwaarden van iedereen. Daarvoor is er nood aan een mobilisatie van de bevolking op een eengemaakte niet-sectarische wijze rond eisen die de belangen van de werkenden, jongeren en armen centraal stellen. Alle progressieve elementen in de diaspora en in Sri Lanka moeten daaraan bijdragen.