Nationale vraagstuk. Leterme provoceert een nieuwe communautaire rel

Leterme wou zich doen opmerken en is daar ook in geslaagd. Zijn uitspraken in Libération leidden tot kilometers tekst in alle kranten. De voorbereidingen voor de staatshervorming zijn definitief begonnen.

Anja Deschoemacker

Leterme stelde dat de Franstaligen niet over de intellectuele capaciteiten beschikken om Nederlands te leren, maar ook dat van België alleen koning, bier en voetbal overblijven. Bovendien dreigde hij dat als de Franstaligen aan de taalgrens raken, dat zou leiden tot de afschaffing van de gelijke vertegenwoordiging van Vlamingen en Franstaligen in de federale regering en de alarmbelprocedure, etc. Di Rupo antwoordde dat dan ook de positie van de Brusselse Vlamingen de helling opgaat en dat een beurtrol zal worden geëist voor de post van eerste minister.

En zo weet iedereen weer wie de vijand is: de andere gemeenschap. Is dat zo? Maar vooraleer hierop in te gaan: weigeren “de” Franstaligen Nederlands te leren?

Willen of kunnen Franstaligen geen Nederlands leren?

De feiten zijn als volgt. In Brussel zijn Nederlandstalige kinderen een minderheid in het kleuter- en basisonderwijs. Een vierde van de Brusselse schoolgaande jeugd gaat naar een Nederlandstalige school. In Brussel en Wallonië geven reeds 115 basis- en secundaire scholen een deel van de lessen in het Nederlands.

Hoewel een meerderheid van Brusselaars zich in enquêtes uitspreekt voor tweetalig onderwijs, verzetten de Vlaamse politici in Brussel zich daartegen. In Vlaanderen is taalbadonderwijs overigens door de taalwet verboden en gaat de kennis van het Frans bij de jeugd achteruit. De afbouw van de middelen voor het onderwijs zijn daar niet vreemd aan.

De houding tegenover taal vanwege de werkende bevolking wordt fundamenteel bepaald door de noodzaken van de arbeidsmarkt. VBO-voorzitter Daoust: “Op de arbeidsmarkt betaal je eentaligheid cash. CV’s van eentalige kandidaten worden niet eens gelezen.”

Zo zijn in het verleden de Vlaamse Brusselaars in grote meerderheid verfranst. Zo leidt vandaag de hoge werkloosheid in Brussel (met een grote meerderheid van eentalig Franstalige werklozen) en Wallonië tot inspanningen om tweetaligheid te bevorderen, recent o.a. ook met door de overheid aangeboden taalcheques.

Vraag en antwoord

Moeten de economische verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië tot de splitsing van België leiden?

België bestaat bijna 200 jaar. Nochtans waren er altijd grote verschillen tussen de regio’s. Sinds het begin van de 20e eeuw gingen ook aan beide zijden stemmen op voor meer regionale autonomie. Een sterk Belgisch nationalisme heeft enkel hoogtij gevierd tijdens de oorlogen. Maar anderzijds is er op geen enkel moment in de geschiedenis een situatie geweest – in Vlaanderen noch in Wallonië – waarin een meerderheid van de bevolking zich uitsprak voor splitsing. De nationalistische bewegingen hingen steeds in meerderheid een programma aan van veranderingen binnen het Belgisch bestel. De burgerij verkiest inderdaad een aaneengesloten taalgebied om de economische ontwikkeling te bevorderen, maar de burgerij verkiest ook grote aaneengesloten gebieden boven versnippering.

Bovendien zou een splitsing van België aanleiding kunnen geven tot een domino-effect dat door de Europese burgerijen op zijn zachtst gezegd ongewenst is. En wat te doen met Brussel, dat door zowel Vlaanderen als Wallonië zal worden opgeëist?

Weerspiegelt de Vlaamse politieke unanimiteit een sterk Vlaams nationalisme en een wil tot verdere regionalisering onder de Vlaamse bevolking?

Als je gelijk welke Vlaamse politicus bezig hoort, zou je het wel denken. Maar hoe verklaar je dan dat de meeste Vlamingen in enquêtes rond de splitsing van BHV met “geen mening” antwoordden? Net zoals de meeste Walen, overigens. Eén gelijkenis tussen Vlaanderen en Wallonië is alvast dat de bevolking er betrekkelijk weinig interesse lijkt te hebben voor de communautaire politiek. In enquêtes naar de belangrijke dossiers in verkiezingen worden thema’s als werk, gezondheidszorg, veiligheid,… opgegeven. In de top tien vind je nooit “meer bevoegdheden voor gewesten en/of gemeenschappen”, noch in Vlaanderen, noch in Wallonië, noch in Brussel. In een enquête, uitgevoerd in volle BHV-crisis, pleitte 84% van de Vlamingen (en 92% van de Walen) voor het behoud van België.

Wie zegt wat?

  • In maart ’99 stemde het volledige Vlaamse parlement (behalve het Vlaams Blok) voor de volgende resoluties: volledige Vlaamse bevoegdheden voor gezondheidszorg, gezinsbeleid, ontwikkelingssamenwerking, telecommunicatie, wetenschaps- en technologiebeleid; meer fiscale en financiële autonomie; volledige constitutieve autonomie; overheveling van de spoorinfrastructuur en -exploitatie; objectieve en doorzichtige solidariteit met de andere deelstaten; homogene bevoegdheidspaketten inzake politie en justitie. Leterme (CD&V) stelt een doorbraak hierin, samen met de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, als een voorwaarde om in een federale regering te stappen, Vande Lanotte (SP.a) stelt de regionalisatie van de arbeidsmarkt als voorwaarde.
  • Het Franstalig front is voorlopig een verdedingsfront. Tegenover de eis tot splitsing van BHV stellen de meeste Franstalige politici de eis tot uitbreiding van het Brussels Gewest en minstens het behoud en de verankering van de faciliteiten.
  • De Brusselse politici weigeren het kind van de rekening te zijn. Ze eisen vooral meer geld voor Brussel.
  • De Vlaamse (kleine) patroons, verenigd in Voka en Unizo, eisen volgens recente enquêtes in grote meerderheid de regionalisering van de arbeidsmarkt.
  • Het VBO anderzijds, dat de grote bedrijven in België vertegenwoordigt, spreekt zich uit tegen regionalisering van de arbeidsmarkt. VBO-voorzitter Jean-Claude Daoust (DS, 1.9): “Bij Unizo gaat het om bedrijfjes die vaak heel lokaal actief zijn, alleen in Vlaanderen. (…) Die niet weten dat een dubbele of driedubbele wetgeving het ondernemen niet bevordert.”
  • ABVV en ACV hebben zich uitgesproken tegen een verdere regionalisering. ACV-leider Cortebeeck stelt in Le Soir (11.9) dat regionalisering van de arbeidsmarkt de Vlaamse arbeiders niets oplevert en het sociaal-economische weefsel schade zal toebrengen.
Delen: Printen: