Sociale onrust leeft op in Mexico

Het Amerikaanse blad Wall Street Journal had in haar weekendeditie begin september als titel: “Sociale onrust zet Mexico in brand”. Op vrijdag 6 oktober bracht het Spaanse dagblad El Pais een artikel van Ignacio Sotelo met als titel: “Mexico – een pré-revolutionaire situatie”. Deze titels geven correct aan wat het belang en de omvang is van de strijd die momenteel in Mexico plaatsvindt na de massale verkiezingsfraude die de rechtse kandidaat Felipe Calderón aan de macht bracht.

Tony Saunois

Felipe Calderón van de PAN (Partido Acción Naciónal) werd uitgeroepen tot winnaar van de presidentsverkiezingen in juli. Sindsdien waren er in Mexico-stad wegblokkades door het opzetten van een tentenkamp door duizenden aanhangers van de radicale populist López Obrador (ALMO), de presidentskandidaat van de PRD (Partido Revoluccionario Democratico).

Het is te vroeg om de situatie in Mexico nu reeds op nationaal vlak te omschrijven als pré-revolutionair in de betekenis die daaraan wordt gegeven door marxisten, maar er zijn elementen van een dergelijke situatie die zich ontwikkelen en een massale sociale onrust komt tot uiting.

De laatste massale mobilisatie was de volksvergadering met naar schatting anderhalf miljoen aanwezigen op 16 september, de dag van de nationale onafhankelijkheid van Mexico. Deze massale bijeenkomst verkoos Obrador als “president” van een parallelle regering die zich ertoe verbindt om massaal campagne te voeren met “burgerprotest” gericht tegen de aanstelling van Calderón als nieuwe president op 1 december. Ook zal de parallelle regering strijd voeren tegen iedere poging van de nieuwe regering om haar neoliberale agenda op te leggen.

Deze campagne gaat gepaard met massale strijd door de arbeiders, boeren en anderen sinds verschillende maanden. De recente ontwikkelingen zorgen echter voor een nieuw hoofdstuk in de strijd van de Mexicaanse massa’s. Met de enorme revolutionaire tradities van Mexico, die teruggaan op de revolutionaire periode 1910-1920, zijn de heersende klasse en haar vrienden van de regering-Bush bijzonder bang van wat gaat komen. Als “neo-koloniaal” land met landgrenzen aan een belangrijke imperialistische mogendheid, kunnen sociale opstanden niet enkel in Mexico en Latijns-Amerika belangrijke gevolgen hebben, maar ook in de VS zelf waar er een grote groep Hispanics van Mexicaanse afkomst leeft. Sinds de revolutie van 1910-1920 kent Mexico een sterke en vrij bewuste arbeidersklasse. De bevolking is sinds 1910 geëxplodeerd van 15 miljoen tot 100 miljoen vandaag. In 1910 leefde slechts 29% in de steden, terwijl dit nu 75% bedraagt. 55% van de arbeiders werken in de dienstensector. De geschiedenis van de Mexicaanse revolutie staat diep gegrift in het bewustzijn van de massa’s.

De krant Wall Street Journal stelde: “De bittere strijd na de verkiezingen heeft een deel van Mexico naar boven gebracht waarvan gedacht werd dat het materiaal voor de geschiedenisboeken was.” (WSJ, 1 september). Hetzelfde artikel vergeleek de actuele situatie met de periode die aanbrak in 1913 na de moord op president Francisco Madero, “de periode die de Mexicanen nu hun ‘revolutie’ noemen” (WSJ). De prominente Mexicaanse historicus en politieke tegenstander van Obrador, Enrique Krauze, waarschuwt: “Er mag niet aan getwijfeld worden dat López Obrador een revolutionaire bedreiging vormt. Dit is geen grap. Ik hoop dat hij er niet in zal slagen en dat de democratie het zal halen. Maar toch is het belangrijk dat de bevolking weet wat er op het spel staat.” (WSJ 1 september)

Het is echter niet zozeer López Obrador die een revolutionaire bedreiging vormt, de echte dreiging komt van de massa’s van arbeiders, boeren, studenten en anderen die uitgebuit worden door het kapitalisme en die nu hun steun verlenen aan Obrador. Diens radicale programma spreekt zich uit tegen corruptie, armoede en inefficiëntie, maar blijft beperkt binnen de limieten van het kapitalisme met als doel om dat systeem “op te kuisen” en een meer “menselijke” vorm van het kapitalisme tot stand te brengen.

De heersende klasse vreest terecht dat Obrador aan de macht kan komen en dat die overwinning de deur zou openzetten voor een massale beweging van stakingen en bezettingen die van de regering eisen dat verder wordt gegaan dan aanvankelijk bedoeld door die regering. Die angst is terecht. Mexico is een kruidvat dat in een proces van sociale explosie zit. Het is duidelijk dat de nieuwe regering van Calderón, als die er al in slaagt om president te worden, geen enkele autoriteit of geloofwaardigheid zal hebben. Er zal massale strijd plaatsvinden en deze vindt nu ook al plaats.

Zelfs voor de presidentsverkiezingen waren er reeds acties van duizenden mijnwerkers in Lázaro Cárdenas, Michoacán. Daarbij waren er confrontaties met de politie en kwamen er twee mijnwerkers om. Staalarbeiders gingen 141 dagen in staking waarbij ook de haven werd gesloten. Er waren gevechten met de politie en de kantoren van het staalbedrijf werden platgebrand. De staalarbeiders wonnen al hun eisen af en dwongen het bedrijf om hen te betalen voor iedere dag dat ze in staking waren.

Mexico kent een sterke en gesyndiceerde arbeidersklasse met 10 miljoen vakbondsleden. Dat zijn voornamelijk de officiële vakbonden die verbonden zijn met het vroegere regime van de PRI (Partido Revolucionario Instituciónal) dat het land 70 jaar lang heeft geleid in een steeds repressiever en corrupter systeem met een sterke overheidssector in de economie.

Het neoliberale PAN kwam in 2000 aan de macht en staat voor een kapitalistisch en imperialistisch beleid. Het imperialisme is erg geïnteresseerd in de overheidsbedrijven in de olie-, elektriciteits- en watersector naast andere diensten. Zelfs de corrupte officiële vakbondsleiders moeten nu acties ondernemen onder de druk van hun leden en moeten ook acties ondernemen als ze hun eigen positie willen veilig stellen.

400.000 arbeiders die actief zijn in de sector van de sociale zekerheid dreigen met acties vanaf midden november. De leider van die vakbond is een aanhanger van Obrador. De leiding van de elektriciteitsarbeiders in Mexico-stad dreigt ook met stakingsacties om private investeerders buiten te houden en om Obrador te steunen. Op een massale bijeenkomst stelde vakbondsleider Fernado Amezcua: “We zullen niet toelaten dat onze nationale rijkdom wordt geplunderd.” Onder het oude regime van de PRI zorgde de vakbondsleiding ervoor dat de arbeidersbeweging onder controle bleef en dit in ruil voor toegevingen aan de machtige overheidssector. Nu dit onder druk komt te staan, zullen er massale strijdbewegingen plaatsvinden.

Er waren (zeker voor de neokoloniale wereld) belangrijke toegevingen afgedwongen door de Mexicaanse arbeidersklasse. De imperialisten willen dat nu echter ongedaan maken. Ze willen de arbeidswet uit de jaren 1930 hervormen (die wet werd doorgevoerd door het radicale populistische regime van Cardenas die de olie-industrie nationaliseerde en overigens ook politiek asiel gaf aan Leon Trotski). Op basis van die wetgeving was het mogelijk dat de hoogste lonen die werden onderhandeld door een vakbond en een bedrijf automatisch werden opgelegd in heel de sector, zelfs in bedrijven waar er geen vakbond bestond. Nu durft zelfs de neoliberaal Calderón niet raken aan die bepaling omdat hij bang is dat een dergelijke aanval nog meer sociale onrust zou veroorzaken.

Alle commentatoren vrezen dat de toekomstige strijd in Mexico nu reeds naar voor komt in wat we zien in de staat Oaxaca waar een massale volksopstand plaatsvindt. Het begon als een militante staking van de leraars rond de kwestie van de lonen, maar het ontwikkelde tot ene massale opstand waarbij het ontslag wordt geëist van de gouverneur, Ulises Ruis van de PRI.

70.000 leraars zijn in de staat in staking sinds begin mei. Hierdoor kunnen 1,3 jongeren niet naar school. De staat heeft de leraars een volledige loon moeten uitbetalen. De leraars hebben een sterke militante traditie. Sinds de jaren 1980 zijn ze elk jaar in staking gegaan om een hogere loonsverhoging te eisen dan wat werd overeenkomen door de nationale vakbondsleiding. Na een mars op Mexico-stad kregen ze gewoonlijk enkele honderden dollars extra. Dit jaar werden de onderhandelingen afgebroken waarop de leraars uit Oaxaca een totale verhoging van het budget eisten met 100 miljoen dollar en daarvoor in staking gingen. Enrique Rueda, leider van de lerarenvakbond in Oaxaca, stelde: “We hebben geleerd om voor alles dat we krijgen te vechten, anders krijgen we nergens enig gehoor.”

De hoofdstad van de deelstaat wordt nu al drie maanden belegerd. Toeristen kunnen niet langer ene bezoek brengen aan deze koloniale stad. De gouverneur moet zich verschuilen en het regionale parlement moet heimelijk vergaderen in een hotel. De Volksvergadering van Oaxaca (APPO) werd opgezet om de leraars te ondersteunen en coördineert nu honderden sociale organisaties, vakbonden, politieke groepen en organisaties van de indigene bevolking. Het heeft de stad virtueel overgenomen en zorgt ook voor de veiligheid. De politie verdween en kwam enkel even terug toen het enkele activisten neerschoot. Er zijn jongerengroepen die door de stad trekken en groepen leraars op de straathoeken. Velen van hen zijn gewapend met machetes om ervoor te zorgen dat alles geordend verloopt.

De APPO heeft een avondklok ingevoerd en een verbod op foto’s omwille van het gevaar dat er foto’s zouden genomen worden door de geheime diensten. Acht private radiozenders werden overgenomen door de opstandelingen om zo hun eisen en actie-oproepen te verspreiden en de beweging mee te helpen coördineren. De gouverneur verbergt zich en ook de rechters verstoppen zich. Er zijn elementen van een duale macht aanwezig en er bestaat een pré-revolutionaire situatie. Dit houdt in dat de oude kapitalistische staatsmachine haar controle deels heeft verloren en dat delen ervan werden overgenomen door de arbeidersklasse en haar aanhangers, maar de arbeiders hebben nog niet de volledige controle verkregen en de oude staatsmachine bestaat nog (ook al is die verzwakt).

Zo’n situatie kan niet onbeperkt blijven duren, zeker niet indien het geïsoleerd is in één staat. De beweging kan dan uitdoven of zelfs neergeslagen worden. De regering heeft zich tot nu toe weerhouden van een brutale repressie tegen de beweging omdat het een nog grotere crisis vreest. Zo’n maatregelen kunnen op een bepaald ogenblik echter wil ingezet worden om de massa’s op nationaal vlak af te schrikken van het idee van een opstand. De belangrijkste eisen van de beweging richten zich op het ontslag van de gouverneur, maar het is dringend noodzakelijk om de beweging nationaal open te trekken en uit te breiden met protestacties en stakingen in solidariteit met de bevolking van Oaxaca. Het is opvallend dat Obrador een zekere afstand heeft gehouden tegenover de beweging en de nationale strijd wil beperken tot “vreedzaam burgerprotest”. De opstand in Oaxaca is echter een voorbode van de beweging die er zit aan te komen in Mexico in de komende maanden en jaren.

Terwijl deze strijd zich ontwikkelt in Mexico wordt de noodzaak van eigen arbeidersorganisaties dringender. Onafhankelijke organisaties, een eigen partij en een programma om het kapitalisme omver te werpen. Daarbij is het dringend noodzakelijk om te komen voor een democratisering van de vakbonden die nog steeds op corporatistische basis worden geleid door een machtige ondemocratische bureaucratie. Vrije democratische verkiezingen van de vakbondsleiding en een democratische controle op de vakbonden door de basis zijn dringend en noodzakelijk.

Tegelijk is er nood aan een campagne om te bouwen aan een 24-urenstaking op nationaal vlak als eerste stap om te vermijden dat Calderón de eed kan afleggen als president. Een campagne van burgerlijke ongehoorzaamheid, zoals voorgesteld door Obrador, zal niet volstaan om de corrupte gangsters te stoppen die de verkiezingen hebben gestolen van de Mexicaanse bevolking.

Democratisch verkozen strijdcomités zijn nodig in alle werkplaatsen, universiteiten, arbeiderswijken, onder arme boeren en anderen die zich verzetten tegen het bestaande systeem. Dergelijke comités met verkozen vertegenwoordigers moeten het voorwerp zijn van permanente afzetbaarheid en volledige verantwoording verschuldigd zijn aan massabijeenkomsten. Ze moeten lokaal, regionaal en nationaal gecoördineerd worden. Dergelijke organen kunnen een echte democratische uitdrukking en organisatie worden van de beweging en de basis om de strijd vooruit te brengen.

Vanuit deze beweging blijkt ook de dringende nood aan een eigen partij van de arbeidersklasse die opkomt voor haar belangen en een revolutionair socialistisch programma ontwikkelt. Obradar stelde dat Mexico nood heeft aan een revolutie. Hij ziet die ‘revolutie’ als iets binnen het kapitalistisch systeem. Er is nood aan een revolutie die breekt met het juk van het kapitalisme en het grootgrondbezit in Mexico. Als dit niet wordt gedaan, zal het niet mogelijk zijn om tegemoet te komen aan de verwachtingen van de massa’s die vandaag de campagne van Obrador steunen.

De beweging om te vermijden dat Calderón op 1 december de eed kan afleggen als president en tegen zijn regering indien deze kan gevormd worden, moet een onderdeel vormen van de strijd voor een regering van arbeiders en boeren met een revolutionair socialistisch programma. Door zich te verbinden met bewegingen in Venezuela en Bolivië en het voltooien van een socialistische revolutie in die landen, samen met het doorvoeren van een echte arbeidersdemocratie in Cuba, zou het mogelijk maken om te komen tot een democratisch socialistische federatie van die landen samen met Mexico. Het kapitalisme en het grootgrondbezit in Latijns-Amerika zouden te maken krijgen met een sterke oppositie. Het zou ook de deur openzetten voor de steun van de arbeiders en armen in de VS. Dat is de uitdaging waar socialisten en Mexicaanse arbeiders vandaag voor staan naarmate de strijd scherper wordt.

Delen: Printen: