Onderwijs“markt” straks enkel toegankelijk voor een kleine elite?

In de aanloop naar de verkiezingen probeert de Vlaamse onderwijsminister Frank Vandenbroucke (SP.a) studenten en personeel te sussen. Enkele weken geleden kondigde de minister aan dat er vanaf 2010 jaarlijks 100 miljoen euro extra komt voor het hoger onderwijs en dat het personeel o.a. meer vakantiegeld krijgt (wat overigens voorheen ook al werd beloofd…).

Christophe Michiels

Dat klinkt in theorie goed, maar het volstaat niet om tegemoet te komen aan de behoeften na eerdere besparingen. Steeds meer wordt duidelijk dat de democratisering van het onderwijs zwaar onder vuur ligt.

3 jaar Bologna

Dit academiejaar is het derde jaar van de Bolognahervorming. In het kader van die hervormingen werden de universiteiten en hogescholen samengebracht in associaties, kwam er een flexibel studiepuntensysteem en werd de Bachelor-Master structuur doorgevoerd.

In essentie gaan de Bologna-hervormingen echter over de creatie van een Europese onderwijsmarkt die de concurrentie moet aangaan met andere onderwijsmarkten. Dat zeggen niet alleen wij, maar ook de rector van de Franstalige universiteit van Louvain-la-Neuve bij de opening van het academiejaar. Hij vond dit niet negatief.

Wel gaf de rector kritiek op het feit dat er teveel universiteiten zouden zijn met te weinig middelen. De rector wil dus zelf snoeien in de opleidingen en tegelijk middelen zoeken, onder meer in de privé-sector en door het creëren van de mogelijkheid van hogere inschrijvingsgelden.

Dat zijn elementen die ook reeds aan bod komen in de logica van het financieringsdecreet van minister Vandenbroucke. Er moet gesnoeid worden in het aantal richtingen per instelling en er moeten meer middelen uit de privé-sector komen.

“Rationaliseren”?

Het afbouwen van diensten aan de bevolking noemt men tegenwoordig “rationaliseren”. De hogescholen en universiteiten moeten de beperkte middelen zo efficiënt mogelijk aanwenden. Bij de KU Brussel weet men intussen wat dit betekent: deze kleine universiteit is niet efficiënt genoeg en moet vanaf volgend academiejaar reeds een aantal richtingen schrappen. Bovendien moet de KUB aansluiting zoeken bij een grote associatie of instelling. Slachtoffers van deze “rationalisatie” zijn het personeel en de studenten.

Rationaliseren betekent ook dat er meer moet worden gedaan met minder middelen. Uiteindelijk wordt minder gedaan met veel minder middelen. In 1980 werd nog 7% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) aan onderwijs besteed, nu is dat 4,9%. De gevolgen zijn er naar…

Studeren wordt onbetaalbaar

Er is momenteel een groot tekort aan goedkope studentenkoten. Bij de sociale kamerverhuur van de universiteiten zijn er ellenlange wachtlijsten. In Leuven zijn er 4.000 kamers beschikbaar, maar staan 500 à 1000 studenten op de wachtlijst. De VUB biedt 1.300 kamers aan voor 9.000 studenten, toch wachten nog 250 studenten op een goedkope verblijfplaats. In Gent staan 412 mensen op de wachtlijst.

De stijgende kosten om te studeren leiden er toe dat meer studenten moeten bijklussen. Uit vergelijkend onderzoek bleek dat werkende studenten 40% minder slaagkans hebben. Vorig jaar kluste 87% van de studenten bij, tegenover 59% in 1999. Afgelopen studiejaar werkte 90,4% van de 18-jarige studenten en scholieren (inclusief een vakantiejob). Vier jaar geleden was dat 72,5%.

De huidige studiebeurzen volstaan niet. De gemiddelde beurs in het hoger onderwijs bedraagt 1.499 euro, maar slechts een kleine minderheid krijgt die beurs ook daadwerkelijk. Van de 157.000 studenten vragen 50.000 een beurs aan en zo’n 34.000 krijgen die ook (23% van de studenten).

In het middelbaar krijgen 72.000 leerlingen op 435.000 een beurs van gemiddeld 164 euro per jaar. Vijftien jaar geleden waren er nog 106.000 scholieren met een studiebeurs, maar de inkomensgrenzen werden niet aangepast sinds 1991. Veel ouders moeten nu leningen aangaan om het begin van het schooljaar door te komen.

In het lager en secundair onderwijs mag er officieel geen inschrijvingsgeld worden gevraagd. De Grondwet bepaalt immers nog steeds dat de toegang tot het onderwijs kosteloos is tot het einde van de leerplicht. Er zijn echter wel schoolgerelateerde kosten die sterk oplopen.

Tussen 1989 en 1999 gingen de kosten in het secundair onderwijs met 55% omhoog bovenop de inflatie. In het lager onderwijs was dat zelfs 68%. In het eerste leerjaar wordt nu gemiddeld 389 euro betaald aan schoolkosten, in het eerste middelbaar 857 euro en tegen het zesde middelbaar zelfs 1.265 euro per jaar.

De school wordt een fabriek

Deze trends zullen enkel nog versterkt worden door de Bologna-hervormingen. In dit marktgericht denken zijn scholen instellingen die kant-en-klare werkkrachten klaarstomen.

VDB wil voor het hoger onderwijs bepaalde specialisatiejaren duurder maken. Beurzen zullen, net als in Amerika, op termijn enkel aan de beste studenten en niet aan de minst begoede jongeren gegeven worden. Hierdoor zal de meerderheid van de bevolking enkel toegang hebben tot een basisopleiding en zal een verdere opleiding beperkt zijn voor een elite van rijke of superslimme studenten.

Verzet is nodig!

De verschillende maatregelen van Vandenbroucke werden door een deel van de vakbondsleidingen aanvaard. Dat beperkt de actiemogelijkheden. Verzet blijft echter nodig!De strijd voor meer middelen voor onderwijs, door het optrekken van het overheidsbudget tot 7% van het BBP, is immers een strijd voor onze toekomst.

Op 25 oktober zal daarom in Leuven actie gevoerd worden. Afspraak: 14u, Grote Markt

Delen: Printen: