Nederland. Kabinet Balkenende III strompelt door: waar blijft het alternatief?

Na de vernietigende conclusies van het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de zogeheten Schipholbrand, waarbij 11 uitgeprocedeerde asielzoekers omkwamen, zijn er opnieuw ministers opgestapt. De steun voor het kabinet in de Tweede Kamer was al zodanig afgebrokkeld dat nieuwe verkiezingen noodzakelijk waren. Nu treden de CDA-minister van Justitie Donner en die van Volkshuisvesting, de VVD politica Dekker af.

Artikel van onze Nederlandse zusterorganisatie Offensief

Donner was één van de politici die aan de oorsprong stond van het kabinet Balkenende II. Kortstondig was de euforie over de positieve boodschap van de Miljoenennota, die meer een gevolg was van de aantrekkende wereldeconomie dan van ingrijpen door het kabinet Balkenende III bestaande uit (nu nog) CDA en VVD.

De regeringspartijen hopen dat deze bui spoedig overwaait en dat ze voort bordurend op het ‘positieve’ nieuws van de aantrekkende economie en de belofte van verbeteringen na de verkiezingen, snel in populariteit zullen groeien. Na tijdenlang tot de meest impopulaire regeringen behoort te hebben lonkt electoraal herstel op 22 november als Nederland naar de stembus gaat. De kans is groot dat het gevecht bij de stembus vooral zal gaan over welke partij het grootst wordt. Het CDA onder leiding van brokkenpiloot Balkenende of de PvdA onder leiding van Wouter Bos. Die laatste heeft zijn eigen glazen ingegooid door de aanwijzingen dat een PvdA-regering belasting gaat heffen op de AOW. De nog rechtsere partijen kunnen de sociaal-democraten wegzetten als een politieke formatie waarbij de oudedagsvoorziening (‘trekken van Drees’) niet meer veilig is.

De VVD zal pogen om met een mix van rechts economisch beleid en rechts populisme ook een gooi te doen naar een nieuwe coalitie met het CDA. VVD-minister Rita Verdonk, bekend om haar keiharde asielpolitiek en een van de bekritiseerde ministers in het rapport rond de Schipholbrand, moet als nummer twee extra stemmen trekken. De nazorg voor de overlevenden was zwaar onder de maat. In plaats van adequate opvang volgde deportatie.

‘Ietsje linkser dan de PvdA’

De SP denkt bij de komende verkiezingen hoge ogen te gooien. In de peilingen staat de nu nog negen zetels tellende partij in de dubbele cijfers. Bij de partijtop leeft de hoop dat de SP zal doorgroeien tot de vierde partij van Nederland. Niet alleen wat betreft ledenaantallen, maar ook wat betreft electorale posities. Kortom de partij wil uitstralen dat ze klaar is voor coalitievorming. Erg kieskeurig is ze daarbij niet. Partijleider Marijnissen gaf al aan een ministerspost in een regering met het CDA te ambiëren. Alleen de VVD en rechtspopulistische fortuynistische partijen worden nog uitgesloten. Maar dat weerhoudt de partij er niet van in de stad Haarlem samen met de VVD in het college van Burgemeester en Wethouders zitting te nemen. De partij is zo naarstig op zoek naar mogelijkheden om mee te regeren, dat er een verkiezingsprogramma voorligt dat zoals de SP-secretaris Hans van Heijningen het noemde ‘ietsje linkser is dan dat van de PvdA’. Een partij waar de SP ook nog mee samen wenst te werken in een zogeheten ‘linkse coalitie’.

De kans is niet gering dat de SP nog veel last gaat krijgen van de te verwachten nek aan nekrace tussen CDA en PvdA, zoals dat ook eind 2002 het geval was. Voor wie rechts tegen wil houden rest het stemmen op de sociaal-democraten. Dat is volgens de SP tenslotte ook een linkse partij. Als sneeuw voor de zon lijkt de betrokkenheid van diverse PvdA-ministers bij de introductie van neoliberale maatregelen te verdwijnen.

SP-fractievoorzitter Marijnissen beging bovendien een grote misser door het publiekelijk toe te juichen dat de ministers Donner en Dekker de eer aan zichzelf hielden. Juist een kamerdebat met de verantwoordelijke bewindslieden had de mogelijkheid geboden om het door de regering gewenste scenario te doorkruisen. Aan de Tweede Kamer dient verantwoording afgelegd te worden en daarbij kan de politieke schade voor de zittende coalitie verdiept en in tijd voortgezet worden.

Het programma met als titel ‘Een beter Nederland, voor hetzelfde geld’ ademt een sterk sociaal-democratische geest uit. Het establishment in Nederland kan met een gerust hart de SP uitnodigen om ook een hand aan het roer van het land te zetten. Fundamentele breuken met het bestaande beleid zijn niet te verwachten. NAVO en koningshuis vormen geen beletsel meer. Natuurlijk staan er vele goede punten in het programma. De partij neemt duidelijk stelling tegen het neoliberalisme. De vraag blijft na lezing of ze ook bereid is zaken terug te draaien. Denk aan de privatisering van nutsvoorzieningen en het openbaar vervoer. Onduidelijk is verder hoe naast een gunstige verkiezingsuitslag de SP deze voorstellen wil realiseren. En tenslotte legt het verkiezingsprogramma geen verband met het beginselprogramma. Het met de mond beleden socialistische einddoel verdwijnt steeds verder naar de achtergrond, waarbij het socialisme over blijft voor de zon- en feestdagen.

Discussie en debat over verbeteringen in het verkiezingsprogramma wordt niet echt aangemoedigd. De afvaardigingsregels ten behoeve van de voorbereidende regionale conferenties en het congres op 7 oktober zelf zijn aangescherpt. Een groot deel van de plaatsen is al gereserveerd voor afdelingsbestuursleden en parlementaire vertegenwoordigers. Over het algemeen niet het meest kritische deel van de partij en meestal ook niet zo massaal aanwezig op congressen. Leden die niet doordringen tot de conferenties en het congres hebben op de afdelingsvergadering alleen maar in grote lijnen hun mening kunnen laten horen over het verkiezingsprogramma. Kortom inhoud en behandeling van het programma stellen zeer teleur. Maar goed de oproep aan de afdelingsvoorzitters was dan ook op vooral zorg te dragen voor een positieve sfeer op het congres, dat vooral een goede indruk achter moet laten bij de aanwezige pers. Lastige criticasters kunnen daarbij node gemist worden.

De noodzaak van consequent socialistische politiek

Het is ook precies in deze periode dat de Internationale Socialisten hun spullen hebben moeten pakken binnen de SP. Niet dat we veel hoefden te verwachten van deze politieke stroming. De voorzichtige kritiek die de IS uitoefenden op de SP voordat ze zogenaamd na topoverleg met de partijleiding toetraden, verschrompelde tot niets meer dan de functie van cheerleaders voor de politieke koers van de SP. Geen document is er verschenen met socialistische kritiek op het programma van de SP. Bij de discussie over deelname aan Colleges van B & W hielden de IS-leden zich stil. Alles omwille van de zogenaamde ‘linkse eenheid’. Naar goed marxistisch gebruik kunnen we dit niet anders betitelen dan opportunisme. Het is bovendien een politieke lijn die ook elders toepassing vindt. Bij de onlangs gehouden verkiezingen in Berlijn riep de Duitse zusterorganisatie van de IS op om Linkspartei/PDS te stemmen, terwijl die partij samen met de SPD verantwoordelijk is voor afbraak van werkgelegenheid en bezuinigingen. Onze kameraden van de Sozialistische Alternatieve Voran (SAV) verbonden zich met andere anti-establishmentactivisten in de verkiezingscampagne van de Wahlalternative Arbeit und Soziale Gerechtigkeit (WASG) en behaalde enkele raadszetels.

Voor revolutionaire socialisten zijn het interessante tijden. De economie trekt iets aan en dat zou ook consequenties kunnen hebben voor het zelfbewustzijn van de arbeidersklasse. Daarnaast gaan diverse verslechteringen zoals verzelfstandigingen en privatiseringen gewoon door. In Rotterdam bijvoorbeeld legden de werknemers van het OV-bedrijf RET het werk neer uit protest tegen verslechteringen in hun rechtspositie (vervroegde uittreding en werkgelegenheid). Ook in andere sectoren kan het tot een opleving van de sociale strijd komen. De krapte in sommige sectoren op de arbeidsmarkt zal hier zeker aan bijdragen. Ook op het gebied van acties tegen de oorlog in Afghanistan zal het in Nederland roerig blijven. Van het zogenaamde schooltjes bouwen in Uruzgan is al helemaal niets gekomen. In plaats daarvan leveren de Nederlandse strijdkrachten hun medewerking aan de militaire operaties van het Amerikaanse leger. De eerste dodelijke slachtoffers zijn inmiddels gevallen en dit zal ook hier in Nederland leiden tot een groeiende anti-oorlogsbeweging. Verzet tegen imperialistische oorlogen zal gecombineerd met de opbouw van een antiracistische beweging en oplaaiende sociale strijd leiden tot een gunstige voedingsbodem voor socialistische krachten.

Het groeiende verzet zal in de komende periode vorm moeten krijgen door middel van de vakbeweging en via de SP. Het 10-punten plan dat de socialistische organisatie Ogfensief uitdraagt is een politieke basis om vakbeweging en SP zich te laten ontwikkelen in het belang van de arbeidersklasse.

De lessen die we kunnen trekken uit de ontwikkeling van de SP zullen in een later stadium bruikbaar zijn voor de aanzetten tot het opbouwen van een nieuwe brede democratische en strijdbare arbeiderspartij, waarbinnen diverse politieke opvattingen kunnen wedijveren om het verkrijgen van de steun van de leden en de kiezers.

Delen: Printen: