Home / Internationaal / Europa / Nieuwe linkse formaties uitgetest in Europa

Nieuwe linkse formaties uitgetest in Europa

Tsipras en IglesiasLSP stelt al langer dat er nood is aan een nieuwe arbeiderspartij, een brede politieke vertaling van de eisen van de arbeidersbeweging waarbinnen verschillende stromingen en standpunten een plaats vinden. De nood aan nieuwe formaties laat zich bijzonder sterk voelen sinds de val van het stalinisme en de verburgerlijking van de sociaaldemocratie die zijn actieve basis in de arbeidersbeweging grotendeels verloren is. Nieuwe linkse formaties zoals Syriza in Griekenland of Podemos in Spanje zijn voorbeelden van de zoektocht naar nieuwe politieke uitdrukkingen. Op de zomerschool van het CWI werd een specifieke discussie gevoerd over de verwezenlijkingen en beperkingen van deze nieuwe formaties. Een samenvatting van de inleiding en de discussie op basis van nota’s van Mathias (Gent).

De factoren die aanleiding gaven tot de opmars van nieuwe formaties als Syriza en Podemos zijn niet uniek voor Griekenland en Spanje, ze zijn in meerdere of mindere mate aanwezig in de meeste landen van Europa. De discussie over deze ervaringen is dan ook niet vrijblijvend, maar belangrijk voor gelijkaardige ontwikkelingen in de komende periode.

Het feit dat nieuwe formaties ontstaan, bevestigt overigens onze perspectieven over de nood aan nieuwe politieke instrumenten voor de arbeidersklasse. Het bewustzijn loopt achter op de objectieve situatie, maar de crisis en harde aanvallen door het kapitalisme brengen de kwestie van een politiek verlengstuk voor onze strijd telkens weer naar voor. Bovendien komen we in een periode terecht waarin alles bijzonder snel kan ontwikkelen. Het is tegen deze achtergrond dat de snelle opkomst van bijvoorbeeld Syriza moet gezien worden.

Vanaf de jaren 1990 hebben wij materiaal gepubliceerd waarin we de noodzaak van nieuwe arbeiderspartijen naar voor schoven. De kwestie van een politiek verlengstuk werd duidelijk en met zelfvertrouwen geschetst, in de discussie waren we toen al zeer flexibel over de wijze waarop nieuwe formaties tot stand zouden komen en over het karakter ervan. We wezen op de gevaren in verschillende situaties en benadrukten de noodzaak van een duidelijk klassenkarakter. Gezien de ervaringen met het stalinisme werd ook benadrukt dat de discussie over democratie binnen nieuwe formaties van groot belang zou zijn om tot een massale basis te kunnen uitgroeien. De nood aan een brede politieke vertaling van de eisen van de arbeidersbeweging maakte tenslotte geen einde aan de noodzaak om revolutionaire krachten uit te bouwen. Meer nog, de versterking van revolutionaire stromingen is noodzakelijk om binnen nieuwe brede formaties tussen te komen en een programma aan te bieden waarmee verder kan gebouwd worden aan een alternatief.

De ontwikkeling van nieuwe formaties gebeurde niet zozeer door afsplitsingen van de sociaaldemocratie. Het ideologische offensief van de burgerij na de val van het stalinisme liet sporen na in het bewustzijn en de organisaties van de arbeidersklasse. Links was niet klaar voor de nieuwe historische taken, waardoor linkse krachten soms op een vreemde of onverwachte wijze ontwikkelden. Soms ontstonden nieuwe krachten vanuit bestaande organisaties, zoals communistische partijen die zich links van de sociaaldemocratie bevonden (denk maar aan IU in Spanje of Die Linke in Duitsland). Maar er waren ook eerder marginale krachten die konden uitgroeien tot grote formaties. Zo ontstond Syriza vanuit Synaspismos dat om en bij de 2% haalde bij de verkiezingen. Het politieke vacuüm maakt dat krachten met een juiste oriëntatie en tactiek snel kunnen groeien. De beperkte basis van waaruit ze groeien en de achtergrond van waaruit vaak bestaande beperkingen (zoals topdown benaderingen bij voormalige communistische krachten of de tweestadiatactiek van samenwerking met de burgerij in een ‘eerste’ stadium) worden meegenomen, zorgen voor limieten en kunnen tot een snelle neergang leiden. De volatiliteit is kenmerkend voor deze nieuwe linkse krachten. Wij benadrukten dit eind jaren 1990 al, onder meer op basis van de ervaring met de Italiaanse PRC.

De stabiliteit van de arbeiderspartijen na de Tweede Wereldoorlog is er niet meer, de onderliggende situatie is veranderd. De stabiliteit in de na-oorlogse periode was vooral gebaseerd op angst voor revolutie enerzijds en de economische groei anderzijds waardoor er ruimte was voor hervormingen. Vandaag biedt het kapitalisme geen ruimte voor hervormingen, waardoor de basis voor linkse partijen veel onstabieler is. We zien in Griekenland hoe Syriza heel snel geconfronteerd werd met de keuze tussen een breuk met het kapitalisme of mee in het besparingsbeleid stappen.

De Italiaanse Rifondazione Comunista (PRC) vormde in de jaren 1990 een belangrijk voorbeeld voor nieuwe linkse organisaties. Het was een van de eerste nieuwe formaties die bovendien over een massale basis beschikte van tienduizenden activisten en honderdduizenden leden. De kwestie van coalities met burgerlijke partijen, in naam van het ‘minste kwaad’, werd de partij fataal. Deelname aan de regering-Prodi ondermijnde de steun voor de PRC. Enkele jaren later is de partij volledig uit elkaar gevallen en doodgebloed. Het leidt tot een politiek vacuüm waar populisten zoals Beppe Grillo op kunnen inspelen.

Syriza werd een eerste keer opgezet in 2004 rond de voormalige eurocommunisten van Synaspismos. De eerste verkiezingsdeelname was een flop met een slechter resultaat dan eerder voor Synaspismos. Het initiatief werd gestopt maar werd in 2007 terug boven gehaald. De sociaaldemocratische PASOK was toen sterk naar rechts opgeschoven terwijl er onder de bevolking een radicalisering plaatsvond met een draai naar links. Met een duidelijk verzet tegen samenwerking met burgerlijke krachten en met een nadruk op termen als socialisme kon Syriza snel groeien. Tsipras nam de leiding van de partij en werd gezien als een erg linkse kracht. Syriza groeide van 2% naar 8%, maar dreigde opnieuw te verdwijnen met een meer gematigde koers. Aan de rechterkant van Syriza was er een afsplitsing. Pasok trad tot de regering toe en Syriza lanceerde de slogan van een ‘linkse regering’. Dit werd gezien als een offensieve benadering voor een breuk met het besparingsbeleid. Het maakte een explosieve groei van Syriza mogelijk. Opmerkelijk is dat de grootste groei er niet kwam met een ‘gematigd’ programma, maar net met een offensieve benadering. Dat is belangrijk als argument tegen diegenen die stellen dat links zich ‘aanvaardbaar’ (aanvaardbaar voor het establishment, niet voor de noden van de bevolking…) moet opstellen om bredere steun te kunnen opbouwen.

De reformistische beperkingen van veel nieuwe linkse formaties komen meteen tot uiting in de eisen waar ze nadruk op leggen. Zo zijn er linkse krachten die stellen dat de ECB een instrument voor herverdeling moet worden, onder meer gericht op infrastructuurwerken. Het is echter niet mogelijk om de bestaande neoliberale instellingen en structuren zodanig te hervormen dat ze een andere rol gaan spelen dan waarvoor ze opgezet zijn. Dit is een illusie die voorbij gaat aan het feit dat er in de huidige periode geen ruimte is voor reformisme. Europa is geen neutrale arena waarbinnen een machtsstrijd tussen verschillende standpunten mogelijk is. De Griekse ervaring doorprikt de illusies op scherpe wijze. Linkse krachten zoals het Links Blok in Portugal zullen hun posities moeten aanpassen.

Om te breken met het besparingsbeleid is een revolutionair socialistisch programma nodig dat vertrekt van een groot vertrouwen in de arbeidersklasse. Daar wringt het schoentje voor de nieuwe linkse formaties. Doorheen de toespraken en standpunten van Pablo Iglesias, Tsipras of Varoufakis blijkt dat zij geen centrale rol voor de arbeidersklasse zien. Ze zien in de arbeidersklasse geen actieve en doorslaggevende factor. Ze zien in de bevolking slechts een kracht die gaat stemmen waarna zij zelf de machtsverhoudingen en instanties kunnen veranderen.

Deze opstelling komt voort uit de klassensamenstelling van de leiding van deze nieuwe linkse formaties, maar ook uit het feit dat het doorgaans electorale instrumenten zijn en geen massale arbeiderspartijen met een actieve basis in de arbeidersklasse. Verschillende topfiguren van Syriza werden verkozen terwijl ze niet in Griekenland woonden en moesten hun job aan universiteiten in het buitenland opgeven om minister te worden. Van de 68 leden in de centrale leiding van Podemos zijn er maar drie die geen academische achtergrond hebben. Het gebrek aan controle van de arbeidersklasse die van onderuit actief is binnen nieuwe linkse krachten, maakt dat de leiding snel naar recht kan opschuiven.

De mogelijke snelle ontwikkeling van een nieuwe linkse kracht in Griekenland na de bocht van Tsipras en de leiding van Syriza of nog de ontwikkelingen in Spanje tonen aan hoe snel het kan gaan. Dat Podemos zo snel kon groeien, komt mee door het falen van IU. Die partij bleef na het begin van de crisis gewoon verder doen alsof er niets veranderd was. Ze verloor het contact met de jongeren en de werkenden. Hierdoor ontstonden nieuwe beweging zoals de indignado’s en ook Podemos, een kracht die door velen gezien werd als links van IU.

Podemos kon een deel van de indignado-beweging wegbrengen van een antipolitieke opstelling. Anderzijds werden apolitieke elementen overgenomen, onder meer door beslissingen louter via internet te nemen in plaats van een actieve basis uit te bouwen. Hierdoor is Podemos wellicht een van de meest top-down organisaties ter linkerzijde in Europa. Algemene vergaderingen zoals ten tijde van de indignado’s zijn populair en wij moeten dat element benadrukken omdat het een bredere betrokkenheid mogelijk kan maken.

De leiding van Podemos bouwt voort op links populistische ideeën, vooral op basis van eigen ervaringen met de linkse regeringen in Latijns-Amerika. Verschillende topfiguren van Podemos werkten eerder voor Chavez of Correa. Ze brachten het links-populisme mee naar Europa, onder meer rond de ideeën van Ernesto Laclau. Dat zijn geen nieuwe ideeën, ze bouwen voort op het eurocommunisme en gaan ervan uit dat er naast klassentegenstellingen ook andere centrale breuklijnen zijn waarbij links een ander narratief moet gebruiken om aan invloed te winnen. Denk maar aan concepten zoals de ‘politieke kaste’ versus ‘het volk’ zoals gebruikt door Pablo Iglesias. Het vertroebelt de klassenbreuklijnen en vertrekt in feite van een gebrek aan vertrouwen in de arbeidersklasse.

In de ontwikkeling van nieuwe linkse formaties kunnen wij een actieve en belangrijke rol spelen. Initiatieven die wij nemen kunnen eveneens snel ontwikkelen en voorbeelden worden, denk maar aan de Anti-Austerity Alliance in Ierland. We zijn flexibel inzake tactieken naar nieuwe linkse formaties toe, maar onverzettelijk inzake programma van socialistische verandering op basis van massale arbeidersstrijd.

Het potentieel uit zich soms op verwrongen manieren. Denk maar aan de populariteit van Jeremy Corbyn in de verkiezingen voor een nieuwe Labour-voorzitter. We gaan daar flexibel mee om, we wensen Corbyn succes maar merken meteen op dat hij bij een overwinning niet zal getolereerd worden door de parlementaire fractie en het partij-apparaat. De populariteit van Corbyn toont echter wel aan dat linkse standpunten een brede steun genieten als ze op een grotere schaal aan bod komen in de samenleving. Met TUSC, een alliantie van socialisten en strijdbare syndicalisten, hebben we de basis gelegd om op die steun voor linkse standpunten te kunnen bouwen.

We kunnen niet kunstmatig zelf proberen bredere formaties te worden bij gebrek aan andere krachten. Het uitbouwen van bredere krachten mag de uitbouw van de revolutionaire partij niet in de weg staan, beiden moeten elkaar versterken. Wij vertrekken van de tactiek van het eenheidsfront en proberen daarmee in elke situatie voorstellen tot stappen vooruit te doen.