Sociale woningbouw voldoet niet aan de behoeften

Vandaag schrijft De Morgen dat uit berekeningen blijkt dat er tussen 2001 en 2006 door de sociale huisvestingsmaatschappijen werven werden geopend voor 12.755 nieuwe sociale woningen en 34.435 renovaties. Begin dit jaar waren er van die 47.190 wooneenheden 11.575 bewoonbaar. Ruim onvoldoende om tegemoet te komen aan de noodzakelijke 258.425 huurwoningen of aan de 62.285 mensen die eind 2000 in Vlaanderen op wachtlijsten stonden voor een sociale woning.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de wachtlijsten voor sociale woningen langer zijn geworden. Er is nu al sprake van zo’n 140.000 mensen op een wachtlijst: 74.000 in Vlaanderen, 21.000 in Brussel en 43.000 in Wallonië. Tijdens deze legislatuur van de gemeenteraden was er dus een stijging van 62.000 naar 74.000 wachtenden in Vlaanderen. Dat is een stijging met ongeveer een vijfde. In België bestaat nog geen 6% van het woonbestand uit sociale huurwoningen. Het Europees gemiddelde is 17%. In Nederland is dat maar liefst 36%.

Er zijn in Vlaanderen minstens zo’n 100.000 nieuwe sociale woningen nodig. Dat zou de enige manier zijn om de lange wachtlijsten weg te werken en er tegelijk voor te zorgen dat via de sociale woningen de algemene huurprijzen onder druk komen te staan. Momenteel swingen die prijzen immers de pan uit en wordt het steeds moeilijker om een betaalbare woning te vinden. Huisvesting wordt zo stilaan een erg belangrijk element in het voorkomen van armoede.

De 11.575 bewoonbare nieuwe wooneenheden omvatten 8.615 huurwoningen en 2.960 koopwoningen. Het gaat hierbij wel enkel om woningen van de sociale huisvestingsmaatschappijen en niet van de gemeenten en de OCMW’s.

In De Morgen wordt gesteld dat de retoriek rond een “sociale mix” in de wijken er komt uit financiële noodzaak. De sociale huisvestingsmaatschappijen beschikken over onvoldoende middelen en willen bijgevolg ook hogere inkomensgroepen aantrekken. De gemeenten doen daar graag aan mee aangezien hogere inkomens ook zorgen voor meer gemeentebelastingen. De sociale problemen, waaraan de sociale woningen toch deels een oplossing zouden moeten bieden, worden hierdoor verdreven. Er wordt geprobeerd om de problemen van armoede op te lossen door de armen weg te jagen. Eens te meer worden de laagste inkomens zelfs verantwoordelijk gesteld voor hun situatie.

In De Morgen stelt expert Pascal De Decker: “Sociale mix zou een middel moeten zijn, maar het is een doel geworden. Op een woningmarkt waar de private huur- en koopmarkt vrij zijn en de socialewoningmarkt uiterst krap is, is het gevolg dat de goedkope huurwoningen verdwijnen. Nog anders gezegd: sukkelaars vinden geen huis meer. En die miserie concentreert zich in de steden en hier en daar op een camping.”

Vreemd genoeg ziet De Decker het project Zuurstof in de Brugse Poort (Gent) wel als een voorbeeld van een goed woonbeleid: “Er is groen, er zijn woningen, de publieke ruimte is verbeterd, er is ruimte voor stadsdiensten.” Het feit dat eerst een groot aantal inwoners uit de Brugse Poort moest verdwijnen, wordt daarbij over het hoofd gezien. Ook daar was er sprake van een verdringing van de bestaande bevolking die moest worden vervangen door een “betere sociale mix”.

Alleszins is het duidelijk dat er een groot tekort is aan betaalbare huisvesting. Een massaal programma van sociale woningbouw zou daar een antwoord op kunnen bieden. De middelen zijn aanwezig, kijk maar naar de vele prestigeprojecten in zowat alle steden. LSP komt ervoor op om die middelen niet langer aan te wenden voor prestigeprojecten die het imago van de stad moeten verbeteren, maar voor betaalbare huisvesting voor iedereen. In plaats van imago en perceptie centraal te stellen, willen wij de reële noden en behoeften van de meerderheid van de bevolking centraal stellen.

Delen: Printen: