Home / Belgische politiek / Nationaal / Debat over basisinkomen. Hoe iedereen een leefbaar inkomen garanderen?

Debat over basisinkomen. Hoe iedereen een leefbaar inkomen garanderen?

In Seattle voerden de linkse socialisten een offensieve campagne voor een hoger minimumloon. Dit leverde resultaat op, het minimumloon van 15 dollar per uur werd effectief afgedwongen.

In Seattle voerden de linkse socialisten een offensieve campagne voor een hoger minimumloon. Dit leverde resultaat op, het minimumloon van 15 dollar per uur werd effectief afgedwongen.

Zowat 15% van de Belgen leeft in armoede, veel jongeren worden veroordeeld tot nepjobs (eigenlijk tot neplonen voor echte jobs), … Tegelijk waren er nog nooit zoveel miljonairs in ons land. De vraag naar een herverdeling van de rijkdom werpt zich dan ook op en leidt tot discussies over verschillende voorstellen. Zo is er heel wat steun voor een onvoorwaardelijk basisinkomen.

Artikel uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

Het klinkt interessant: elke maand een vast bedrag betalen aan iedereen, of die nu werkt of niet. Als het bedrag dan nog eens een pak boven de huidige armoedegrens ligt, zou het voor veel gepensioneerden, alleenstaande ouders, interimmers of werklozen een serieuze stap vooruit zijn. Maar er zitten ook adders onder het gras.

Ten eerste moeten we ons afvragen hoeveel dit basisinkomen zou bedragen en wie daarover beslist. Vandaag worden beslissingen genomen vanuit de noden van de grote bedrijven. Dat is de reden waarom de ongelijkheid zo sterk toeneemt. Een rechtse voorstander van een basisinkomen, zoals de voormalige minister-president van de Duitse deelstaat Thüringen, stelt voor om het inkomen op 420 euro vast te leggen. Niet bepaald een leefbaar inkomen dus. Maar zelfs een hoger bedrag wordt snel ondermijnd door stijgende prijzen. Door de lonen van werkenden schijnbaar deels los te koppelen van hun arbeid, wordt bovendien het sterkste argument voor loonsverhogingen (het opeisen van ons deel van wat we geproduceerd hebben) ondermijnd. De neoliberale mythe van de onbetaalbaarheid zal dan luider dan ooit klinken.

Dat leidt tot de tweede vraag, die van de financiering van het stelsel. Toen het voorstel van een basisinkomen destijds door huidig Vld-politicus en rijke ondernemer Roland Duchâtelet in ons land naar voor werd gebracht, werden bijvoorbeeld hogere BTW-tarieven naar voor geschoven. Natuurlijk zijn er ook voorstellen om de middelen bij de rijken te zoeken, bijvoorbeeld met een vermogensbelasting. Dat vereist een krachtsverhouding. Op het eerste gezicht kan een universeel basisinkomen de eenheid tussen werkenden en werklozen versterken, iedereen vertrekt immers van dezelfde basis. Maar de maatregel verandert niets aan de fundamentele reden voor de werkloosheid, met name het tekort aan jobs. Terwijl sommigen zich kapot werken, zoeken anderen vruchteloos naar werk. Een basisinkomen zou voeding geven aan de argumentatie dat werklozen zelf voor hun situatie gekozen hebben en zich wentelen in hun hangmatten. Het zou geen opstap naar eenheid in strijd zijn.

Een derde probleem is het gevolg voor de loonvorming van werkenden. Een basisinkomen kan aangewend worden om komaf te maken met de arbeids- en loonsvoorwaarden van alle werkenden. Door een deel van het inkomen niet langer als loon betaald door de werkgever te beschouwen, wordt een enorme loonsubsidie ingevoerd waarvan de financiering onder het kapitalisme steeds een strijdtoneel zal zijn (zie hierboven). Werkgevers zullen bovendien steeds proberen om het loon boven het basisinkomen te beperken, net zoals ze nu onze lonen naar beneden drukken met indexsprongen, steeds meer flexibiliteit en bijhorende productiviteit. Het basisinkomen zal daarbij als argument ingeroepen worden tegen loonsverhogingen en dit terwijl het bedrag van het basisinkomen zelf onderdeel is van strijd tussen de werkenden en hun gezinnen aan de ene kant en de kapitalisten aan de andere. Het maskeert het uitgangspunt van het kapitalistisch productieproces, met name dat alle waarde het resultaat is van onze arbeid.

Het idee van een basisinkomen heeft de verdienste dat de discussie over een leefbaar inkomen wordt gevoerd. Onder het huidige systeem heeft de kleine laag van superrijken geen enkel belang bij een leefbaar inkomen voor de meerderheid van de bevolking. Ongelijkheid zit ingebakken in dit systeem en kan niet met kunstgrepen uitgeschakeld worden. Zonder publiek bezit van de productiemiddelen kan de gemeenschap geen controle uitoefenen op de aanwending van de bestaande middelen en rijkdom.

Betekent dit dat we dan maar moeten wachten op een ander systeem om tot een leefbaar inkomen te komen? Zeker niet. Er zijn heel wat eisen voor een onmiddellijke vooruitgang van onze levensstandaard. Socialisten komen op voor een kortere werkweek om het beschikbare werk te verdelen, een 30-urenweek zonder loonverlies en met verlaging van de werkdruk. We komen op voor loonsverhogingen en pleiten voor een algemeen minimumloon van 15 euro per uur. Het minimumpensioen met omhoog tot 1500 euro per maand, werkloosheidsuitkeringen moeten minstens 1200 euro per maand bedragen.

Met deze eisen kunnen we een leefbaar inkomen voor iedereen afdwingen zonder de oorzaken voor ongelijkheid te maskeren. Het is bovendien een programma gebaseerd op de positie van de werkenden in het productieproces. Dat is noodzakelijk omdat de arbeidersbeweging de kracht is die in staat is om fundamentele verandering te bekomen door strijd tegen diegenen die een groeiende groep van de bevolking veroordelen tot ellende en armoede.