Home / Internationaal / Europa / Linkse eenheidslijsten aan de macht in grote Spaanse steden

Linkse eenheidslijsten aan de macht in grote Spaanse steden

Naar een nieuw front van verzet tegen het besparingsbeleid?

De nieuwe burgemeester van Barcelona, Ada Colau

De nieuwe burgemeester van Barcelona, Ada Colau

In Barcelona, Madrid en andere belangrijke Spaanse steden zijn er na de gemeenteraadsverkiezingen burgemeesters verkozen op linkse eenheidslijsten. De vele mobilisaties van de werkenden en sociale bewegingen de afgelopen jaren – met de beweging van indignado’s in 2011 en drie algemene 24-urenstakingen in 2012 en 2013 – kregen een politieke vertaling in de lokale verkiezingen van 24 mei.

Dossier door Marisa (Brussel) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

De politieke crisis van het Spaanse kapitalisme wordt dieper. Het establishment zal het moeilijk hebben om de situatie onder controle te houden en het besparingsbeleid met aanvallen op de levensstandaard gewoon verder te zetten. Voor de werkenden en jongeren stellen er zich nieuwe mogelijkheden en kan dit het begin van een nieuwe periode van strijd zijn.

Sinds het einde van de dictatuur van Franco in de jaren 1970 werd het Spaanse politieke stelsel gedomineerd door tweede grote partijen: de conservatieve PP en de sociaaldemocratische PSOE. Geen van beide partijen aarzelde om hard te besparen, onder meer op onderwijs en gezondheidszorg, of om de arbeidswet af te zwakken en de pensioenen naar beneden te halen. De levensstandaard van de werkenden en hun gezinnen ging er sterk op achteruit.

Waar de twee grote partijen voorheen goed waren voor 80% van de stemmen, haalden ze nu samen 52%. Vooral de PP kreeg harde klappen en verloor de macht in een aantal bastions. In alle regio’s waar de PP een absolute meerderheid had, ging deze verloren. Ook de PSOE verloor fors.

In de regionale verkiezingen haalde Podemos goede resultaten en werd het doorgaans de derde politieke formatie. Izquierda Unida (Verenigd Links) verloor zijn verkozenen in 4 van de 8 regionale parlementen waar het voorheen in vertegenwoordigd was. Tegelijk was er een brede steun voor alternatieve linkse lijsten bij de gemeenteraadsverkiezingen. In Barcelona, Madrid, A Coruña, Cadiz, Zaragoza en andere belangrijke steden werden stadsbesturen gevormd rond linkse eenheidslijsten.

Linkse eenheidslijsten

Deze lijsten waren allianties van linkse partijen en activisten van sociale bewegingen. Het waren eenheidsfronten rond linkse krachten als Podemos, Izquierda Unida (of toch minstens de linkerzijde van IU), linkse ecologisten en soms linkse nationalisten zoals de CUP in Catalonië of Anova in Galicië. Er werd ook aan deelgenomen door strijdbare syndicalisten, activisten tegen uithuiszettingen, antiracistische militanten, … Zelfs indien deze lijsten vaak met Podemos geassocieerd worden, hebben ze een onafhankelijk profiel. Deze lijsten werden gezien als vertegenwoordigers van een links verzet tegen het besparingsbeleid.

Met deze lijsten werd een politiek vacuüm ingevuld dat opengelaten werd door de traditionele arbeidersorganisaties. De linkse lijsten trokken ook nieuwe activisten uit sociale bewegingen aan. Doorgaans waren de programma’s van de lijsten gericht tegen de besparingen, voor een democratische audit van de gemeentelijke schulden, voor toegang tot water en energie voor de armsten, voor een stopzetting van de uithuiszettingen en ook andere eisen van de arbeidersbeweging en sociale bewegingen in strijd.

Het was duidelijk dat de linkse eenheidslijsten op lokaal niveau betere resultaten haalden dan Podemos dat alleen opkwam op regionaal vlak. Het meest duidelijke voorbeeld hiervan is Madrid. De linkse eenheidslijst ‘Ahora Madrid’ was goed voor 230.000 stemmen (31,85%) terwijl Podemos in dezelfde kiesomschrijving 17,73% haalde voor de regionale verkiezingen.

Coalities of linkse minderheidsbesturen?

Ondanks de schitterende overwinningen heeft geen enkele linkse eenheidslijst een absolute meerderheid. Dat versterkt de instabiliteit tegen de achtergrond van een erg versnipperd politiek landschap. De vraag die zich nu stelt voor de nieuwe lokale linkse besturen is hoe ze een beleid kunnen voeren gericht op de belangen van de meerderheid van de bevolking terwijl ze zelf in de gemeenteraden een minderheid vormen. In een aantal plaatsen leidt dit tot discussies over coalities met andere partijen, waaronder de PSOE. Voor Socialismo Revolucionario (SR, de Spaanse zusterorganisatie van LSP) moet deze discussie vertrekken van het programma en de vraag hoe een beleid kan gevoerd worden dat een einde maakt aan de besparingen.

De coalitie van Izquierda Unida en de PSOE in de autonome regio Andalusië in het zuiden van Spanje bracht een besparingsbeleid aan een trager ritme. Izquierda Unida werd daar zwaar voor afgestraft in de verkiezingen in Andalusië. Aangezien de PSOE een beleid ten dienste van de heersende klasse voert, is het niet mogelijk om met deze partij een gezamenlijk bestuur te voeren dat de belangen van de meerderheid van de bevolking dient. Socialismo Revolucionario is dan ook voorstander van linkse minderheidsbesturen met enkel die krachten die echt ingaan tegen de besparingen en die zich baseren op mobilisatie om dit af te dwingen.

Wat kan een links bestuur doen?

De linkse eenheidslijst ‘Barcelona en Comú’ gaf steun aan de staking van onbepaalde duur van het personeel van telecombedrijf Movistar dat voor betere arbeidsvoorwaarden opkwam. Dit voorbeeld is belangrijk en toont de mogelijkheden voor een links bestuur om strijd van werkenden en jongeren in het centrum van het debat te plaatsen en te versterken. Zowel in Madrid als in Barcelona maakten de linkse eenheidslijsten van het stoppen van uithuiszettingen een prioriteit. Ze moeten erkennen dat het in het huidige wettelijke kader niet mogelijk is om alle uithuiszettingen te stoppen.

Het klopt dat de lokale besturen niet zomaar alle uithuiszettingen kunnen stoppen. Daarvoor moeten ze beroep doen op mobilisatie en moeten ze actieve steun zoeken in de samenleving om een krachtsverhouding mee op te bouwen. Dat kan bijvoorbeeld met campagnes om steden uit te roepen tot ‘zones zonder uithuiszettingen’, een beleid waarbij banken die tot uithuiszettingen overgaan worden geboycot en dit vooral door de mobilisatie van een massale steun onder de bevolking. Dit kan de andere autoriteiten en de lokale politie ertoe dwingen om de uitvoering van uithuiszettingen te schorsen. De publieke druk en massale burgerlijke ongehoorzaamheid maken dat de linkse besturen sterk staan tegen eventuele juridische betwistingen.

Het probleem beperkt zich evenwel niet tot het stopzetten van de uithuiszettingen. Er is ook nood aan betaalbare huisvesting. Een massaal plan van publieke investeringen in sociale huisvesting kan een antwoord bieden op de tekorten en kan de huurprijzen naar beneden trekken. Dat vereist een confrontatie met de besparingen die door de nationale regering van de PP worden opgelegd en met de ‘wet op de begrotingsstabiliteit’ die tekorten op lokaal vlak verbiedt. Om te kunnen investeren in de creatie van jobs en een betere levensstandaard voor de meerderheid van de bevolking, kunnen de regels voor de lokale begroting niet gevolgd worden en moet de afbetaling van de gemeentelijke schulden gestopt worden. Door te mobiliseren en te organiseren, kunnen de besparingspartijen tot toegevingen gedwongen worden.

Indien dit voorbeeld in verschillende steden en dorpen gevolgd wordt, kan het de basis leggen voor een front van verzet dat ingaat tegen de beperkingen en de besparingen van de nationale en de regionale regeringen. Op dezelfde wijze weigeren 19 Griekse lokale besturen om een wet door te voeren waarmee duizenden jobs in de gemeenten en openbare diensten zouden verdwijnen. Een nationaal netwerk van rebelse steden kan de basis vormen voor een nationaal eenheidsfront van onderuit, met onder meer Podemos en Izquierda Unida. Zo’n front zou de strijd kunnen aangaan voor een linkse regering na de parlementsverkiezingen van dit najaar om een einde te maken aan de besparingen en aanvallen op de levensstandaard van de meerderheid van de bevolking.

 

Een beleid op basis van behoeften: het voorbeeld van Liverpool 1983-1987

Een gemeentebestuur kan breken met de besparingslogica. Dat werd in Liverpool in de jaren 1980 aangetoond. De Labour-meerderheid stond toen onder invloed van Militant, de voorloper van de Socialist Party. Labour haalde een meerderheid met de belofte om de door Thatcher en haar regering opgelegde harde besparingen op lokaal vlak te stoppen en integendeel te vertrekken van de noden en behoeften van de meerderheid van de bevolking. Dit werd ook afgedwongen, onder meer door de grote mobilisaties van het stadsbestuur en de arbeidersbeweging. Zo was er in maart 1984 een 24-urenstaking van 30.000 personeelsleden van de stad en een betoging met 50.000 aanwezigen om de begroting van het stadsbestuur te steunen. Het bestuur ging over tot de bouw van sociale woningen en andere voorzieningen, dit leidde zelfs tot de creatie van 6.500 jobs in de private bouwsector. Omdat het socialistische bestuur van Liverpool alleen bleef staan en ook niet gesteund werd door de leiding van Labour, kon de rechtse regering een tegenoffensief voorbereiden en werd het bestuur ondemocratisch afgezet.