Voor een herfinanciering van de gezondheidszorg!

Gezondheidszorg is een basisbehoefte waar eenieder recht op heeft. Elke persoon die op het Belgisch grondgebied verblijft, moet kosteloos beroep kunnen doen op alle diensten en middelen die de nodige zorgverlening vereisen. Maar in de praktijk is hier helemaal geen sprake van: we merken zelfs dat kwalitatieve zorgverstrekking voor de doorsnee patiënt alsmaar duurder wordt.

Laurent Grandgaignage

Personen met een laag inkomen (werklozen, gepensioneerden, alleenstaande ouders, …) voelen die stijgende kostprijs het hardst in hun portemonnee, en hebben het vaak moeilijk om de eindjes aan mekaar te knopen (denk bv. aan langdurige opname in het ziekenhuis, gespecialiseerde medische ingrepen, …).

De sociale zekerheid is meer dan dienstverlening: het is een solidariteitsmechanisme. En er is meer dan ooit nood aan solidariteit. Uit een studie van de Universiteit Antwerpen bleek dat in 2003 15,2% van de Belgische bevolking in armoede leefde: 22,6% van de 65-plussers en 32% van de werklozen vallen onder de armoedegrens! Willen we het recht op gezondheidszorg waarborgen en uitbreiden, dan moeten we eerst nagaan in welke mate de huidige beleidsmaatregelen toereikend zijn om iedereen een degelijke zorgverlening en ziekte- en invaliditeitsverzekering te verzekeren.

Voor een volledige herfinanciering

De financiële toestand van de gezondheidszorg is zorgwekkend. In 2004 werd het budget overschreden met 850 miljoen euro (ongeveer 34 miljard oude Belgische frank). Jaarlijks hebben de ziekenhuizen te kampen met een gemiddeld tekort van 364 miljoen euro (wat neerkomt op circa 14,5 miljard frank). Omwille van die schuldenberg zijn ziekenhuizen genoodzaakt te besparen op middelen en onderzoek, maar ook op personeel: eind 2003 werd er nog gestaakt in de Antwerpse OCMW-ziekenhuizen omdat 625 personeelsleden moesten afvloeien, op een totaal van 6.000! Minder verpleegkundigen en artsen betekent een hogere werkdruk enerzijds (wat op zich gevolgen heeft voor de kwaliteit van de dienstverlening) en anderzijds langere wachtlijsten.

De onderfinanciering van de Antwerpse OCMW-ziekenhuizen is een treffend voorbeeld. Het herstructureringsplan ZINA – dat o.a. door OCMW-voorzitster Monica De Coninck (sp.a) werd opgelegd – zorgde voor heel wat protest onder het ziekenhuispersoneel. Het dienstenaanbod van het Sint-Elisabeth en Sint-Erasmus ziekenhuis werd ondertussen fors ingeperkt. Deze privatiseringsplannen zorgden niet enkel voor heel wat afdankingen, maar stellen ook de sluiting van het Sint-Erasmus en Stuivenberg ziekenhuis voorop. In plaats daarvan, zou een nieuw ziekenhuis in de regio van Antwerpen-Noord worden gebouwd… wat de bereikbaarheid voor heel wat zorgbehoevenden zal bemoeilijken.

Door deze besparingspolitiek zal de individuele patiënt ook meer uit eigen zak moeten betalen: voor een ziekenhuisopname in 1998 betaalde men gemiddeld 334 euro. In 2002 steeg dit gemiddelde naar 424 euro. Het invoeren van maatregelen zoals de maximumfactuur is slechts een doekje voor het bloeden wanneer men vaststelt dat alles gemiddeld duurder wordt.

Onze eisen:

> stop de besparingen; voor een volledige herfinanciering van de gezondheidszorg op nationaal niveau; neen aan de inmenging van het bedrijfsleven in de non-profit;

> stop de afdankingen; meer volwaardige jobs als garantie voor een kwalitatieve dienstverlening en als middel om bestaande wachtlijsten terug te dringen;

> voor een uitbreiding van de dienstverlening op lokaal vlak i.p.v. de inperking daarvan;

> voor het opzetten van een nationale gezondheidszorg onder controle van werknemers en consumenten;

> een einde aan het verhalen van kosten op de consument door het verlagen van forfaitaire kosten en remgeld; het betalen van voorschotten bij ziekenhuisopname mag niet verplicht worden aan de patiënt.

Voor een evenwichtige herverdeling van het Riziv-budget

Het totale budget van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (Riziv) bedroeg in 2005 17,4 miljard euro (± 701,5 miljard frank). Het leeuwendeel wordt besteed aan artsenhonoraria (30,4%), de verpleegdagprijs in ziekenhuizen (21,8%) en de farma-industrie (19,3%).

De zogenaamde prestatiegeneeskunde geeft de arts het voorrecht om een toeslag bovenop het wettelijke forfait aan te rekenen. Dit is geneeskunde op twee snelheden: diegenen die het kunnen betalen kunnen beroep doen op prestatiegeneeskunde, diegenen die het financieel minder hebben moeten het maar stellen met “forfaitaire geneeskunde”. Er bestaat al een beperkt aantal groepspraktijken die laatstgenoemde toepassen, maar algemene invoering van dit systeem wordt belemmerd door de belangenorganisaties van geneesheren. In Nederland en Groot-Brittannië is forfaitaire geneeskunde wel op grote schaal van toepassing. Het ontstaan van wachtlijsten kan vermeden worden door voldoende personeel in te schakelen indien nodig. Wij pleiten voor het afschaffen van de prestatiegeneeskunde en deze te vervangen door forfaitaire geneeskunde, waardoor in de praktijk de zorgverstrekking voor de patiënt kosteloos wordt na terugbetaling door het ziektefonds.

Over de farma-industrie kunnen we gerust stellen dat deze niet produceert uit liefdadigheid. In 2003 maakte Janssen Pharmaceutica in België 355 miljoen euro (± 14,5 miljard frank) nettowinst. Hetgeen het Riziv met gemeenschapsgeld terugbetaalt, komt eigenlijk in de zakken van de aandeelhouders terecht. Ook hebben vele farmaceutische bedrijven het alleenrecht (beschermd door patenten) om bepaalde geneesmiddelen te produceren. De productie van goedkopere, generische varianten van bepaalde medicijnen wordt hierdoor belemmerd. De enige manier om de winsthonger van de industrie tegen te gaan, is het nationaliseren van de farma-industrie zodat enkel de beste producten aan de laagste prijs aangeboden kunnen worden. Dit zorgt ervoor dat de industrie geen nood meer heeft aan onderlinge concurrentie, maar aan samenwerking, wat in het voordeel speelt van onderzoek en ontwikkeling en de organisatie van een efficiënter productieproces.

Onze eisen:

> voor het afschaffen van de prestatiegeneeskunde; voor een forfaitaire geneeskunde, georganiseerd in bereikbare groepspraktijken en wijkgezondheidscentra;

> halt aan de winsthonger van de farmaceutische bedrijven; haal het geld waar het te halen valt; voor het volledige nationalisering van de farma-industrie onder arbeiderscontrole.

Meer middelen voor het OCMW nodig

Het OCMW heeft de doelstelling de sociale grondrechten van de inwoners van de stad te waarborgen en het welzijn van elke persoon te organiseren op verschillende vlakken: werkgelegenheid, huisvesting, gezondheidszorg, cultuur, e.a. Maar het gebrek aan middelen waarmee deze openbare instelling kampt, leidt – zoals eerder al aangehaald – tot besparingsmaatregelen waar (minder gegoede) hulpvragers de dupe van zijn. De stadskas wordt in vele gevallen aangesproken om tekorten bij te schieten, maar is vaak ontoereikend. Daarom moet de federale overheid haar verantwoordelijkheid opnemen door deze op nationaal niveau te financieren, indien nodig. Niet enkel de OCMW- en gemeenteraad mag exclusief beheerder zijn van de financiën, maar ook het OCMW-personeel moet actief betrokken worden.

Het zijn de werknemers die het beste op de hoogte zijn van de dagelijkse gang van zaken, en ook van de mogelijke knelpunten. Daarom moeten deze georganiseerd worden in democratisch verkozen comités, ondersteund door de vakbonden, en medezeggenschap verwerven over de financiële middelen. Zo kan een financieel wanbeleid (zoals de “put” van 50 miljoen euro die eind 2004 werd ontdekt in de Antwerpse OCMW boekhouding) vermeden worden.

Gratis en degelijke gezondheidszorg is mogelijk!

De welvaart in de maatschappij is nog nooit zo hoog geweest. Terwijl de bedrijven jaar na jaar recordwinsten boeken, voert de regering een besparingspolitiek waarbij de gewone bevolking moet inleveren. Loonmatiging wordt opgedrongen, wat een verdere aanval betekent op onze koopkracht. Ook de sociale zekerheid blijft niet gespaard. De bewering dat er niet genoeg geld zou zijn, is een leugen. Cadeau’s aan de patroons in de vorm van lastenverlagingen en fiscale voordelen doorprikken die stelling. Het gevoerde beleid staat haaks tegenover de werkelijke behoeften van de bevolking, wat o.a. duidelijk werd met de massale stakingsbeweging van de non-profit, enkele jaren geleden.

Geen enkele partij in regering of oppositie gaf gehoord aan de eisen van deze sector voor meer middelen, meer personeel, betere arbeidsvoorwaarden, … Maar door deze syndicale strijd te voeren, werden uiteindelijk belangrijke toegevingen afgedwongen. Het zou een stuk handiger zijn wanneer men een politiek verlengstuk heeft om deze strijd te voeren op regeringniveau. Een nieuwe arbeiderspartij links van sp.a en Groen! zou daar een nuttig middel voor zijn. Enkel wanneer de geproduceerde rijkdom effectief geïnvesteerd wordt in de maatschappij, kunnen we het recht op een gratis en degelijke sociale zekerheid voor iedereen verzekeren.

Delen: Printen: