Duitsland. 52.000 stemmen voor WASG in Berlijn. Linkspartei.PDS verliest sterk

Tienduizenden inwoners van Berlijn stemden bij de regionale verkiezingen van 17 september tegen de besparingen in de sociale zekerheid en op de lonen. De Berlijnse WASG (Electoraal alternatief voor werk en sociale rechtvaardigheid) haalde meer dan 52.000 stemmen of 3,8% in de districten, ondanks het feit dat er slechts in 80% van de districten werd opgekomen. In de districten haalde de WASG tot 10%. Met de tweede stem voor de regionale lijst haalde de WASG meer dan 40.000 stemmen of 2,9% (3,3% in het oosten en 2,7% in het westen van Berlijn). Dat is een belangrijke score voor haar eerste deelname aan de regionale verkiezingen, maar minder dan de kiesdrempel van 5%. In 7 van de 12 districten behaalde de WASG wel verkozenen in de gemeenteraden, waaronder drie leden van de SAV.

Robert Bechert

Uitslagen raadsverkiezingen: 14 verkozenen voor de WASG

Hieronder vind je het resultaat van de WASG per regio in Berlijn:

  1. Friedrichshain-Kreuzberg: 6% = 3 zetels
  2. Lichtenberg: 5% = 2 zetels
  3. Marzahn-Hellersdorf: 4,8% = 2 zetels
  4. Mitte: 4,1% = 2 zetels
  5. Pankow: 3,6% = 2 zetels
  6. Treptow-Köpenink: 3,6% = 2 zetels
  7. Tempelhof-Schöneberg: 3,1% = 1 zetel
  8. Spandau: 2,6%
  9. Steglitz-Zehlendorf: 2,4%
  10. Reinickendorf: 2%
  11. Charlottenburg-Wilmersdorf: 1,3% (als "WSG")
  12. Neukölln: 0,8% (Als "Soziales Neukölln")

Deze uitslag is erg belangrijk voor de WASG omdat de Berlijnse afdeling niet de steun van de nationale WASG-leiding kreeg. Die steunde de campagne van de Linkspartei.PDS (L.PDS) ondanks het feit dat deze partij de afgelopen vijf jaar deelnam aan het asociaal beleid van de coalitie met de sociaal-democratische SPD.

Er was heel wat strijd nodig om met de Berlijnse WASG te kunnen opkomen. De leden van Sozialistische Alternative (SAV, onze Duitse zusterorganisatie) speelden daar een belangrijke rol in. De lijst werd getrokken door Lucy Redler, een lid van de SAV. Lucy werd niet verkozen in het regionale parlement, maar een aantal WASG-leden werden wel verkozen in enkele van de 12 districtsraden in de stad waar er slechts een kiesdrempel van 3% was. In 7 van de 12 districten was dit het geval. De resultaten zijn nog niet volledig, maar op dit ogenblik ziet het er naar uit dat 3 leden van de SAV verkozen zijn.

De regionale verkiezingen in Berlijn en in Mecklenburg-Vorpommern tonen nogmaals de haat aan tegenover de politieke partijen die een offensief lijken te voeren tegen de levensstandaard en de sociale zekerheid. De resultaten tonen de mogelijkheden voor een partij die zich duidelijk uitspreekt tegen de besparingen. Tevens werd een waarschuwing gegeven door de neo-fascisten van de NPD. Indien er geen links alternatief aanwezig is, kan die partij hoge scores halen.

In beide deelstaten haalde de christen-democratische CDU van bondskanselier Merkel haar slechtste resultaat ooit. Dat is een weerspiegeling van de dalende populariteit van de nieuwe regering die nog geen jaar aan de macht is. Het is een nederlaag voor de “grote coalitie”. Zowel de christen-democraten als de sociaal-democraten zijn blij dat er volgend jaar slechts één regionale verkiezing zal zijn.

In beide deelstaten was de opkomst erg laag. Er was een achteruitgang van zowat 10% waardoor er de laagste opkomst ooit was. In Berlijn slaagden de Groenen erin om vooruit te gaan en in Mecklenburg het liberale FDP. Dat komt omdat beide partijen geen deel uitmaken van de regering en niet gezien worden als verantwoordelijken voor het doorvoeren van besparingen. Het enthousiasme voor beide partijen was echter wel bijzonder beperkt.

Tot aan de verkiezingen werden zowel Berlijn als Mecklenburg geregeerd door een coalitie van sociaal-democraten en de L.PDS, het overblijfsel van de vroegere Oost-Duitse stalinistische staatspartij.

We hebben de afgelopen periode in artikels op deze website reeds meermaals gewezen op de impact van de besparingen in Berlijn. Het beleid in Mecklenburg-Vorpommern was gelijkaardig. Die deelstaat is de armste van Duitsland. Sinds de hereniging van Oost- en West-Duitsland verloor de deelstaat zowat 10% van haar bevolking. De werkloosheidsgraad bedraagt er 18,2%, de hoogste van de 16 Duitse deelstaten. Berlijn komt op de tweede plaats met 17,4%.

In Mecklenburg-Vorpommern is er sinds 1998 een coalitie van SPD en L.PDS. De SPD verloor er nu sterk. Van 394.118 (40,6%) stemmen in 2002 vielen de sociaal-democraten terug op 247.291 stemmen (30,2%). De L.PDS ging licht vooruit van 16,4% naar 16,8%, maar haalde wel minder stemmen (van 159.065 stemmen ging het achteruit tot 137.248). Tussen 1998 en 2002 verloor de L.PDS echter reeds een groot deel van haar kiezers. In 1998 haalde de partij nog 264.299 stemmen (24,4%). Op 8 jaar tijd is het aantal kiezers van de L.PDS in Mecklenburg dus zowat gehalveerd.

In Berlijn verloor de SPD niet zo sterk, vooral omwille van de persoonlijke populariteit van de soms radicaal klinkende lokale SPD-kopman Klaus Wowereit. Die is nationaal op dit ogenblik zowat het meest populaire SPD-kopstuk. De L.PDS betaalde wel een hoge prijs voor haar asociaal beleid. De partij haalde in 2001 nog 366.292 stemmen (22,6%), maar nu bleven daar nog zowat de helft van de kiezers van over: 186.000 stemmen (13,4%). De leiders van de partij wisten dat het beleid niet populair was, maar ze hoopten de neergang te beperken en hoopten op 17%. De val ging echter heel wat dieper.

De Berlijnse WASG waarschuwde steevast dat het beleid van de L.PDS deze partij deed vervreemden van de arbeiders. Kurt Beck, de nationale SPD-leider, stelde op de avond van de verkiezingen onmiddellijk dat de achteruitgang van de L.PDS in de oostelijke delen van Berlijn met zowat 20%, een nederlaag was voor Lafontaine. Dat is niet correct. Lafontaine, de voormalige SPD-leider die nu kopman is van de WASG, was niet verantwoordelijk voor het gevoerde beleid van de Berlijnse L.PDS.

De steun van Lafontaine voor de campagne van de Berlijnse L.PDS maakt het wel moeilijker om te bouwen aan een breed anti-besparingsalternatief. Lafontaine en anderen in de WASG hebben het moeilijk om uit te leggen waarom de L.PDS in het oosten van Berlijn sterk achteruitging. In 2001 haalde de partij daar nog 297.251 stemmen (47,6%). Daar bleven nu nog ongeveer 150.000 stemmen van over (28%). Dat is een enorme nederlaag voor de Berlijnse L.PDS. De 52.000 stemmen voor de WASG kunnen het beginpunt vormen voor een echte discussie over de toekomst van de linkerzijde in Duitsland, zeker bij de geplande fusie tussen L.PDS en WASG komend jaar.

Het potentieel voor een beweging die ingaat tegen het neoliberaal beleid werd ook aangetoond door de 30.000 stemmen voor “Die Grauen” (“De grijzen”), een partij van gepensioneerden die opkomt tegen de aanvallen op de pensioenen.

Deze verkiezingen vonden plaats tegen de achtergrond van een dalende populariteit van de nationale “grote coalitie” van christen-democraten en sociaal-democraten. Volgens een recente opiniepeiling staat de steun voor de christen-democraten (CDU en CSU) nationaal op 34% en voor de SPD op 28%. Dat is heel wat minder dan hun resultaten bij de nationale verkiezingen van 2005 toen ze respectievelijk 40,8% en 38,4% behaalden.

70% van de kiezers zegt ontevreden te zijn met het beleid van de nationale regering. Deze onpopulariteit komt ook tot uiting onder de kiezers van de regeringspartijen. 51% van de christen-democratische kiezers is ontevreden en 22% zegt niet meer voor hun partij te zullen stemmen. Onder de sociaal-democratische kiezers gaat het zelfs om respectievelijk 67% en 33%!

De vraag is echter hoe dit ongenoegen en deze woede zich zullen uiten.

De vakbondsleiders hebben eindelijk de details bekend gemaakt voor vijf regionale betogingen op 21 oktober. Dat is een belangrijke stap voorwaarts, maar de vakbondsfederatie DGB maakt steeds duidelijk dat het een aantal regeringsmaatregelen afkeurt, maar niet de regering op zich. Het is duidelijk dat deze vakbondsleiding geen ernstige campagne zal voeren. Dit verhoogt de druk op activisten en de linkerzijde om van onderop een beweging op te bouwen, zoals dit gebeurde voor de betoging van 1 november 2003 toen 100.000 betogers op straat kwamen en de basis werd gelegd voor de oprichting van de WASG in 2004.

In 1998 in Mecklenburg en in 2001 in Berlijn kreeg de L.PDS een record aantal stemmen omdat de partij gezien werd als een kracht die inging tegen de aanvallen op de levensstandaard. In beide deelstaten werd het hoge stemmenaantal gevolgd door een deelname aan een neoliberale coalitie.

Dat is één van de redenen voor het opzetten van een beweging om de WASG te vormen in 2004. In Berlijn was de WASG in staat om een strijdbaar alternatief aan te bieden. In Mecklenburg daarentegen was het vooral de neo-fascistische NPD die in staat was om in te spelen op de afkeer tegenover de traditionele partijen. De enorme vooruitgang voor de NPD in Mecklenburg is een waarschuwing. In 2002 haalde de partij er 7.718 stemmen (0,8%), maar nu waren dat er 59.674 (7,3%). Onder de jongeren haalde de NPD 17% tegenover 13% voor de L.PDS. Mecklenburg is nu de derde deelstaat met extreem-rechtse parlementsleden. Eerder haalde de NPD 9,4% in Saksen in 2004, terwijl haar bondgenoot DVU in datzelfde jaar 6,1% haalde in Brandenburg.

Het zal dan ook belangrijk zijn om te zien wat nu gebeurt ter linkerzijde. Ondanks het feit dat de WASG er niet in slaagde om de kiesdrempel van 5% te halen, zijn de 52.000 stemmen een belangrijke basis voor toekomstige strijd tegen de aanhoudende aanvallen van het establishment en voor de opbouw van een alternatief op de miserie van het kapitalisme.

De lessen van de verkiezingscampagne met de stap vooruit voor de Berlijnse WASG en de forse nederlaag van de Berlijnse L.PDS zullen moeten bediscussieerd worden in de WASG en in de rest van de linkerzijde om op die basis een programma en een strategie naar voor te brengen. De SAV zal daarbij het belang uitleggen van een combinatie van een vastberaden strijd voor de verbetering van de levensstandaard met de strijd voor een socialistisch antwoord op de problemen die veroorzaakt worden door het kapitalisme.

Delen: Printen: