Home / Belgische politiek / Lokaal - West-Vlaanderen / Kopman van verboden privé-militie kandidaat voor het VB bij gemeenteraadsverkiezingen

Kopman van verboden privé-militie kandidaat voor het VB bij gemeenteraadsverkiezingen

Roger Spinnewyn was één van de kopstukken van de verboden privé-militie VMO (Vlaamse Militanten Orde). Hij belandde meermaals in de cel en was betrokken bij wapenhandel en het geven van een onderduikadres aan gezochte terroristen. In zekere zin was de VMO voor haar verbod begin jaren 1980 vergelijkbaar met de neo-nazi’s van BBET. In 1983 werd de VMO verboden als privé-militie, mogelijk zal BBET straks een gelijkaardig verbod ondergaan. VMO-leider Bert Eriksson verklaarde steevast dat hij trouw bleef aan zijn "führer". Vandaag is Roger Spinnewyn lijstduwer van de VB-lijst in Zedelgem.

Geert Cool

Van links naar rechts: Bert Eriksson, Roger Spinnewyn, Emile Robbe en Leon Degrelle

De Vlaamse Militanten Orde (VMO) was niet bepaald een zachtzinnig groepje nationalisten. Eind jaren 1970 en begin jaren 1980 stond de groep in voor een hele reeks terreurdaden met aanvallen op andersdenkenden, militaire trainingskampen, het aanleggen van wapenvoorraden,… In augustus 1979 namen VMO-leden deel aan een trainingskamp van de terroristische Hoffman-groep in Duitsland. Later werd een kopstuk van die Hoffman-groep opgepakt op zijn onderduikadres, de privé-woning van Roger Spinnewyn.

Toen de VMO-leiding in februari 1982 een bezoek bracht aan de uitgeweken nazi-collaborateur Leon Degrelle was Roger Spinnewyn ook opnieuw van de partij. Op een foto van dat bezoek staat hij naast Bert Eriksson. In 2001 verscheen een opmerkelijk interview met Bert Eriksson in Het Laatste Nieuws. Hij stelde daarin onder meer: "Ja godverdomme, wat kan er nog slechter zijn dan onze huidige democratie. Ik mag hier niet eens vertellen wat ik wil. Ik mag zo’n kleurling niet eens vuile makak noemen of een of andere onverlaat stapt naar de procureur of naar de onderzoeksrechter om mij te laten vervolgen." Over Hitler zegt hij "die man was een profeet".

De Brugse fascisten hebben een "grootse" traditie. De VMO (Vlaamse Militanten Orde) had er een aantal van z’n bekendste leden: de familie Spinnewyn. Roger Spinnewyn richtte in ’60 reeds de Westvlaamse VMO-afdeling op. Hij was betrokken in operatie Brevier (het roven van het lijk van Cyriel Verschaeve uit Oostenrijk om het in "Vlaamsche" grond te begraven). Hij had de leiding over de VMO-commando’s bij de bestorming van het Voerense gemeentehuis (’79) en de inval in de Brugse Halletoren (’80).

Begin jaren 1980 vervoegde een groep jongeren de Spinnewyn-kliek: het NJSV (Nationalistisch Jongstudentenverbond) o.l.v. Dewinter. Frank Vanhecke en Filip Dewinter kregen in het NJSV hun politieke vorming van Roger Spinnewyn. Het NJSV vergaderde in het café van Spinnewyn en kon bij haar acties steeds op VMO-ondersteuning rekenen. Bij een herdenkingsplechtigheid voor Cyriel Verschaeve in ’84 waren er twee sprekers: Roger Spinnewyn en Filip Dewinter die het betreurde dat VMO-fuhrer Eriksson op dat ogenblik in de cel zat.

VMO- en NJSV-leden provoceerden in de jaren 80 herhaaldelijk de linkse cafés, zo werden herhaaldelijk ruiten ingegooid (waarvoor o.a. Martin Van Maele veroordeeld werd). Drie Spinnewyns werden veroordeeld voor slagen en verwondingen aan twee jongeren die een progressief café bezochten. Een café werd zelfs beschoten, net zoals het lokaal van het Masereelfonds. Hierbij werden zeer gevaarlijke dumdum-kogels gebruikt. Iedereen wist dat Alex Van Oeteren en de Spinnewyns de daders waren. Ze werden echter niet vervolgd.

Over de ideeën van het NJSV kon geen twijfel bestaan: in het NJSV-lokaal in Sint-Niklaas ging op 2 maart ’84 een bijeenkomst door waarbij iedereen gekleed was als leden van de Klu Klux Klan. In het Waasland was het NJSV toen overigens ook erg actief: ruiten werden ingegooid, linkse activisten bedreigd,…

Vandaag lijkt het Vlaams Belang er alles aan te doen om zich te distantiëren van Blood&Honour. Zo werd BBET omschreven als "halvegaren", "gestoord clubje neo-nazi’s", "gestoorde bietekwieten",… Nochtans zijn er heel wat raakpunten tussen BBET en de vroegere VMO: het aanleggen van een wapenvoorraad, het gebruik van geweld, een neo-nazistische ideologie, militaire trainingskampen,… Zelfs voormalig VMO-kopstuk Bert Eriksson zag de gelijkenissen en trok maar al te graag naar bijeenkomsten van BBET om er als gastspreker te fungeren.

Vroeger had het VB minder problemen met een radicalere groep zoals de VMO. Integendeel, de leiding maakte er zelf deel van uit. Vandaag liggen de kaarten anders door een grotere electorale steun voor de partij en bijhorende druk. (Zie ook het artikel "Extreem-rechts geweld. Zet Blood&Honour de traditie van VMO verder?" dat ingekort verscheen als opiniestuk in De Standaard op 12 september).

Het VB beweert dat de aanhangers van BBET "gestoorde bietekwieten" zijn, maar plaatst tegelijk gelijkaardige "gestoorde bietekwieten" op de eigen lijsten. Hoe kan men de oproepen van de VB-leiding tegen neo-nazi’s ernstig nemen als de partij dergelijke figuren op de eigen lijsten plaatst?

Leave a Reply