OCMW: handelaar in slaven? Een jaar na de wet op het leefloon

Meer dan een jaar geleden, op 26 mei 2002, werd het bestaansminimum vervangen door het leefloon. De wet op het bestaansminimum van 1974 voorzag de toekenning van het bestaansminimum aan iedereen die beantwoordde aan een aantal objectieve criteria (zoals leeftijd, nationaliteit, gebrek aan inkomsten,…). Je moest ook beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, een voorwaarde die minder strikt werd geïnterpreteerd dan wanneer je een werkloosheidsuitkering kreeg.

Cécile en Caroline

De positieve aspecten van de wet van 1974 werden gewijzigd met de wet van 2002. De sociale integratie wordt ingevuld door een job en/of door het "leefloon". Er wordt een financiële druk op de OCMW’s uitgeoefend opdat zij de uitkeringsgerechtigden zouden aanzetten tot het aanvaarden van om het even welke job. De OCMW’s krijgen onvoldoende middelen, maar ze ontvangen wel een toelage van de federale regering voor elke "cliënt" die ze aan het werk zetten (waar dan nog eens regionale, Europese,… premies bijkomen).

Hoe gaat het OCMW te werk om leefloners te dwingen om precaire en slecht betaalde jobs te aanvaarden? De nieuwe wet heeft het objectief recht op een bestaansminimum vervangen door een "contract" tussen de uitkeringsgerechtigde en het OCMW. Het is duidelijk dat er geen sprake is van een contract tussen 2 gelijke partijen. Als de leefloner een job weigert, dan verliest hij zijn "leefloon" voor een bepaalde periode (tot maximaal 3 maanden). Het gaat dus om een terugkeer naar verplichte arbeid!

Welke "jobs" stelt het OCMW dan voor? Meestal gaat het om tijdelijke jobs die geen rekening houden met de familiale omstandigheden, de capaciteiten of persoonlijke interesses van mensen, en dat voor een minimumloon. Het OCMW stelt mensen juist zolang tewerk tot ze opnieuw recht hebben op een werkloosheidsuitkering. Dit is "sociale integratie" volgens de regering!

Het OCMW kan uitkeringsgerechtigden zelf "werk" aanbieden of ze laten werken in de privé. Het kan zelfs mensen tewerkstellen in het kader van een "voorafgaande opleiding" voor 1 euro per uur (boven op het leefloon). Deze opleidingen vallen buiten de normale regels van het arbeidsrecht.

Het OCMW speelt meer en meer "de VDAB en BDGA (VDAB in Brussel) van de armsten". Diegenen die het maar moeten zien te doen met tijdelijke en slecht betaalde jobs. Nochtans zouden ze mensen aan jobs kunnen helpen met een écht contract en een écht loon. De vakbonden hebben nog niet gereageerd op deze nieuwe aanval op onze werkzekerheid.

Delen: Printen: