Nationale vormingsdag over de kwestie van een nieuwe arbeiderspartij en het werken binnen bredere formaties

Afgelopen zaterdag organiseerde LSP/MAS een vormingsdag over onze oproep voor een nieuwe arbeiderspartij en het werken van linkse socialisten binnen bredere formaties. Een 70-tal leden uit zowat alle regio’s van het land namen deel aan de discussies. Tijdens de vormingsdag waren er twee plenaire sessies en twee commissies die tegelijk plaatsvonden.

Verslag op basis van de notities van Jeroen Weyn

Oproep voor een nieuwe arbeiderspartij

De vormingsdag werd begonnen met een plenaire discussie over de oproep voor een nieuwe arbeiderspartij. De discussie werd ingeleid door een delegee van een groot bedrijf die een beeld gaf van het totstandkomen van de oproep voor een nieuwe arbeiderspartij midden jaren 1990 en de verdere ontwikkelingen sindsdien.

De oproep tot een nieuwe arbeiderspartij is onlosmakelijk verbonden met de periode na de val van het stalinisme eind jaren 1980, begin jaren 1990. De val van de Berlijnse Muur zorgde ervoor dat er geen reëel bestaand alternatief werd gezien op het kapitalisme. Het wegvallen van het Oostblok zorgde er ook voor dat de druk die ervan uitging op de Westerse burgerijen verdween.

De sociaal-democratie, in die periode “burgerlijke arbeiderspartijen” (een burgerlijke top en politiek, maar met een actieve arbeidersbasis), schoof bijzonder snel naar rechts na het wegvallen van het stalinisme. Ze zijn op relatief korte tijd geëvolueerd tot zuiver burgerlijke partijen. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is New Labour van Tony Blair, maar zowat elke sociaal-democratische partij in Europa heeft dit proces doorgemaakt. Het afstoten van de actieve basis was daar een belangrijk element bij en ging gepaard met het voeren van een neoliberaal beleid.

Zelfs delen van de vakbondsleiding hebben gecapituleerd voor het neoliberalisme en weigert om verzet te organiseren. Er werd geprobeerd om tot oplossingen te komen door in achterkamers met het patronaat te onderhandelen. Maar bij de vakbonden is de actieve basis natuurlijk nooit verdwenen.

Vanaf 1993 zagen we ook in België de eerste elementen die wezen op de noodzaak van een nieuwe arbeiderspartij. In 1993 waren er de acties tegen het Globaal Plan, een besparingsplan van de rooms-rode regering-Dehaene. Tegen dat Globaal Plan kwam er een algemene staking, maar de leiding weigerde om de beweging verder uit te bouwen en tot conclusies te brengen. De kwestie van een politiek verlengstuk voor de beweging was toen reeds – impliciet – aanwezig, maar werd nog niet geconcretiseerd. Het is in dit kader dat onze organisatie, toen nog onder de naam Militant, besloot om zich om te dopen tot Militant Links en tegelijk een oproep lanceerde over de noodzaak van een nieuwe arbeiderspartij, een partij gebaseerd op bredere lagen van de arbeidersbeweging. We stelden dat het daarbij belangrijk was dat er een breuk zou komen tussen delen van de vakbond en hun respectieve partijen CVP en SP.

In 1996 was er de Witte Beweging die op straat vooral werd gedragen door studenten en scholieren, maar die ook in de fabrieken werd ondersteund. Op het hoogtepunt van deze beweging zagen we een groot wantrouwen in alle instellingen van de staat. Maar ook hier was er geen partij van de arbeiders die de beweging kon vooruithelpen.

Er waren in 1996 en 1997 acties tegen het IPA en er was de betoging georganiseerd door Roberto D’Orazio en de delegatie van Forges De Clabecq waarop 70.000 syndicalisten aanwezig waren.

Als reactie hierop ontstonden een aantal initiatieven. Er was de Beweging voor Syndicale Vernieuwing rond de strijd in Forges De Clabecq. Op politiek vlak zagen we onder meer de BSV van Patsy Sörensen. In al deze initiatieven was er heel wat politieke verwarring en/of onduidelijkheid over het organiseren van een beweging. De BSV is het beste voorbeeld van politieke verwarring, Sörensen ging nadien in een kartel met Vivant dat thans een kartel vormt met de VLD.

De periode van de jaren 1990 was moeilijk voor de arbeidersbeweging. De burgerij was ervan overtuigd dat ze gewonnen had. Het is onze verdienste geweest dat we in die periode er in geslaagd zijn om onze kleine groep die we hadden bijeen te houden en deze zelfs uit te bouwen en te versterken. We zijn niet ten prooi gevallen aan ideologische verwarring, maar hebben consequent aan politiek gedaan op basis van een bewust en duidelijk programma.

Bij het begin van de 21ste eeuw zagen we de eerste tekenen van verzet. Eerst was er een radicalisatie onder jongeren die het kapitalisme terug in vraag stelden (de antiglobaliseringsbeweging). Sommigen ter linkerzijde legden eenzijdig de klemtoon op die beweging, maar wij stelden steeds dat deze niet beperkt zou blijven tot jongeren. Er waren voorbeelden van arbeidersstrijd in deze periode, maar voornamelijk defensieve strijd voor het behoud van loon en werk. Het was echter duidelijk dat dit niet zo zou blijven.

Dat is de reden waarom 2001 een belangrijk jaar was voor onze partij. We hebben in dat jaar onze naam veranderd van Militant Links naar Linkse Socialistische Partij. Het feit dat we ons partij gingen noemen, was een uitdrukking van een zekere ambitie maar ook van het feit dat we ons wilden voorbereiden op een keerpunt in de objectieve situatie. Dat is later bevestigd door de feiten.

De radicalisatie die we hadden verwacht, is zich effectief beginnen te manifesteren. In december 2004 betoogden 50.000 arbeiders in Brussel tegen het IPA. Daarbij is het belangrijk dat de oproep voor die betoging van bij de basis kwam.

In 2003 schreven we reeds in een tekst voor een nationale conferentie: “Hoewel de objectieve nood aan een nieuwe arbeiderspartij zich nu al meer dan 10 jaar stelt, zijn de krachten voor de vorming ervan vandaag nog steeds niet gerijpt. Dat zal pas gebeuren op basis van massale industriële en politieke strijd. Zoiets kan echter zeer snel ontwikkelen. We moeten onze krachten daar systematisch op voorvereiden. Intussen zijn we bereid om deel te nemen aan eenheidsfronten rond concrete eisen voor zover ze geen belemmering vormen op de uitbouw van onze partij en op onze interventie in of rond toekomstige massapartijen. Een fusie van klein links zou echter voor beide een fatale vergissing zijn.”

Vandaag staan we aan het begin van een radicalisatie. Maar daarbij is er reeds een grotere aandacht rond het ontbreken van een politiek instrument voor de gevoerde strijd. In de strijd tegen het Generatiepact is dit bijzonder duidelijk geworden. Op de algemene staking van 7 oktober kwamen we nog vrij voorzichtig tussen met de noodzaak van een netwerk van strijdbare syndicalisten, maar daar werd duidelijk dat de discussie over een politiek alternatief steeds terugkwam. Vandaar dat we vanaf 8 oktober 2005 ons begonnen voor te bereiden op het concreter maken van onze oproep voor een nieuwe arbeiderspartij, met onder meer een petitie op de betoging van 28 oktober. De mogelijkheden die we toen inzagen, kwamen nadien ook tot uiting in onder meer de publieke stellingnames van Jef Sleeckx over de nood aan “iets nieuw”. Vanuit een campagne tegen de Europese Grondwet werd doorgegroeid naar een initiatief rond een nieuwe formatie, “Een Andere Politiek”. Uit de vele meetings de afgelopen maanden is gebleken dat er ruimte is voor een nieuwe politieke formatie. De conferentie van 28 oktober zal erg belangrijk zijn om dat concreter te maken.

Het feit dat er vandaag stappen in de richting van een nieuwe arbeiderspartij gezet worden, is van groot belang. Het feit dat we slechts aan het begin van een radicalisatie staan, zorgt voor enige verwarring en ruimte voor reformistische opvattingen. Het is niet uitgesloten dat we in nieuwe formaties ook stuiten op negatieve reacties. LSP/MAS heeft een dubbele taak: enerzijds het uitbouwen van onze eigen revolutionaire partij en anderzijds de uitbouw van een bredere formatie. Beide elementen zijn met elkaar verbonden en kunnen elkaar versterken. Doorheen een bredere formatie zullen heel wat arbeiders vanuit de eigen ervaringen tot de noodzaak van een socialistisch alternatief komen.

Wij willen van de conferentie van 28 oktober een succes maken. Het is geen eindpunt, maar het begin van een langere campagne. Wij zullen in die campagne opkomen voor een brede arbeiderspartij waarin duizenden jongeren en arbeiders die zich verzetten tegen het systeem, zich kunnen organiseren. Er zal nood zijn aan een begrijpbaar programma dat gezien wordt als een alternatief, aan democratische structuren,…

Commissies

Op de vormingsdag werd de eerste discussie over de oproep voor een nieuwe arbeiderspartij gevolgd door twee commissies. De eerste ging over de rol en de noodzaak van een revolutionaire partij ingeleid door Cédric Gérôme. De tweede over de ervaring van het entrisme in de jaren 1970 en 1980 ingeleid door François Bliki. Entrisme was een taktiek om als linkse socialisten te werken binnen de sociaal-democratie om gemakkelijker toegang te hebben tot discussie met de actieve basis van die partijen.

Daarbij werd telkens ingegaan op de verhouding tussen klasse, partij en leiding. Hoe kunnen we de revolutionaire krachten versterken? Het begrijpen van vroegere taktieken kan daarbij erg nuttig zijn om een zekere flexibiliteit aan te tonen. Het entrisme was geen in steen gebeitelde wet, maar een taktiek op korte termijn. Ook al is onze organisatie zowat 20 jaar actief geweest binnen de SP. We hebben ons in het verleden gericht op de actieve basis van de SP, toen die nog bestond. Vandaag zou het waanzin zijn om te werken binnen de SP.a op een ogenblik dat bredere lagen in bvb het ABVV net de vraag stellen of de banden met de SP.a niet moeten herzien worden. Bovendien is de basis van de SP.a nog slechts een schim van wat het ooit was, althans op het vlak van activiteitsgraad en betrokkenheid.

Als revolutionaire organisatie hebben we de ambitie om van een subjectieve kracht een objectieve factor te worden. Een kracht die het verloop van de klassenstrijd mee vorm geeft en er een beslissende impact op heeft.

Conferentie van 28 oktober

Tenslotte werd de dag afgesloten met een plenaire discussie over het belang van de conferentie op 28 oktober. Dit werd ingeleid door Bart Vandersteene. De conferentie van Een Andere Politiek op 28 oktober is van enorm belang. Er is een grote interesse voor, ook onder nieuwe lagen. De interesse voor Een Andere Politiek werd onder meer duidelijk bij de persartikelen die in de loop van de maand augustus verschenen en de vele reacties die hierop kwamen.

Wij verdedigen de noodzaak van een nieuwe arbeiderspartij. Daarmee bedoelen we dat het initiatief moet komen uit de klasse en organisaties van de klasse en dat het initiatief een oriëntatie moet hebben op het winnen van nieuwe lagen arbeiders. Het gaat dus niet om het herschikken of samenvoegen van bestaande georganiseerde krachten, maar om het bereiken en betrekken van nieuwe lagen.

Daartoe is het belangrijk dat er op de conferentie van 28 oktober zoveel mogelijk arbeiders en jongeren aanwezig zijn, zoniet zullen discussies tussen of tegen georganiseerden sterk kunnen doorwegen. De mogelijkheden om van de conferentie zijn enorm, dat blijkt onder meer uit de reacties die werden gepubliceerd op de website van Een Andere Politiek.

Het zal ook belangrijk zijn dat een nieuwe formatie kan gezien worden als een ‘zuivere’ formatie. Geen enkel lid kan individueel voordeel halen uit het initiatief en de slogan “parlementairen aan een arbeidersloon” zal belangrijk zijn. We gaan geen engagement aan voor geld of privileges, maar voor het verdedigen van de belangen van de arbeiders en hun gezinnen.

Er zal wellicht ook wel wat discussie zijn over welk soort actie- en campagnevoorstellen er zullen komen. We hebben een bijzonder positieve ervaring opgedaan in Luik waar onze kameraden samen met de huurders van een sociale woonblok in Droixhe een campagne hebben opgezet. We zijn er in geslaagd om een bevolking die verloren leek voor de politiek, deels kunnen overwinnen. De acties en het programma dat voorgesteld wordt binnen de nieuwe formatie zal de verzuchtingen van bredere lagen moeten weerspiegelen.

Wij zullen de komende weken vooraan staan in de mobilisatie naar 28 oktober. Deze conferentie is voor ons een absolute prioriteit. De uitkomst van de conferentie zal in grote mate bepaald worden door de samenstelling van de aanwezigen en in het bijzonder de aanwezigheid van nieuwe lagen van arbeiders en jongeren. Ook in onze verkiezingscampagne zal de conferentie van 28 oktober centraal staan.

Meer info

Wil je meer weten over het standpunt van LSP/MAS over de noodzaak van een nieuwe arbeiderspartij en onze benadering van nieuwe formaties? Lees dan Marxisme.net, ons theoretisch magazine dat een als eerste nummer volledig aan dit onderwerp gewijd is.

> Magazine Marxisme.net. Dit is op papier verkrijgbaar voor 3 euro.

Delen: Printen: