Home / Internationaal / Latijns-Amerika / Dossier. Een nieuw keerpunt in Latijns-Amerika

Dossier. Een nieuw keerpunt in Latijns-Amerika

obamacastro De historische ontmoeting tussen Barack Obama en Raul Castro, politieke en economische onrust in Venezuela, het stilvallen van de hervormingen in Bolivia en de crisis in Brazilië zijn uitdrukkingen van een nieuw keerpunt in Latijns-Amerika. Er is ook een hernieuwde strijd van de werkenden en onderdrukten in deze nieuwe, instabiele periode. Een dossier door Tony Saunois.

Latijns-Amerika komt in een nieuwe fase van economische crisis alsook politieke en sociale onrust. De grote verwachtingen in de radicale hervormingen in Venezuela, Bolivia en Ecuador werden gevolgd door ontgoocheling en crisis. De verklaringen van Hugo Chavez en Evo Morales die een overgang naar het socialisme beloofden, gingen niet gepaard met maatregelen om met het kapitalisme te breken en te starten aan de opbouw van een socialistisch alternatief. Het zette de deur open voor een intrekking van de hervormingen die ze aangevat hadden en voor economische en sociale desintegratie.

Landen zoals Brazilië en Chili die geleid werden door zogenaamde ‘centrumlinkse’ regeringen onder leiding van Lula en nu Dilma Rousseff in Brazilië en Michelle Bachelet in Chili, komen eveneens in een nieuwe fase van crisis. Een nooit gezien niveau van corruptie en politieke crisis is kenmerkend voor de hele regio, van Mexico in het noorden tot Argentinië in het zuiden.

Gedurende meer dan tien jaar kende het continent een snelle groei en economische uitbreiding. Het vooruitzicht dat Brazilië en Argentinië de ‘eerste wereld’ zouden vervoegen, werd door de heersers in deze landen naar voor geschoven. De middenklasse werd groter en de levensstandaard van veel werkenden ging erop vooruit. Zelfs de armsten kenden zeker in Brazilië vooruitgang. Het maakte dat vele analisten meegingen in het perspectief dat deze landen tot de ‘eerste wereld’ zouden toetreden. Gedurende meer dan tien jaar kende Argentinië een jaarlijkse groei van telkens 5 tot 7%.

In een aantal gevallen liet deze groei de centrumlinkse regeringen toe om een aantal hervormingen door te voeren en de levensstandaard van werkenden te verhogen. Maar zelfs in deze periode van sterke groei, bleven miljoenen mensen achter in armoede. De groei is nu tot stilstand gekomen. Eerder werd de groei mogelijk door de stijgende grondstoffenprijzen en de export naar China. Olie, gas, koper, soja en andere grondstoffen die in overvloed voorkomen in Latijns-Amerika vonden een gretige afzetmarkt in China. In Chili is er veel koper, maar liefst 40% van de export ervan gaat naar China. De prijs van koper verviervoudigde de afgelopen jaren tot 4 dollar per pond. Een gelijkaardig verhaal zagen we bij olie en andere grondstoffen.

De vertraging van de Chinese economie heeft de export van grondstoffen eveneens snel doen vertragen. De prijzen kenden een forse daling. Dit heeft een vernietigend effect, zowel op economisch, sociaal als politiek vlak. De tijden van sterke economische groei en het vooruitzicht dat landen als Brazilië bij de club van de ‘eerste wereld’ zouden aansluiten, behoren tot het verleden. De Braziliaanse economie zal dit jaar wellicht voor het tweede jaar op rij een negatieve groei kennen, mogelijk met tot 1% dit jaar. Het is de sterkste economische achteruitgang sinds 1932. Argentinië kent eveneens een diepe economische recessie en in Chili is de economie sterk vertraagd.

De afhankelijkheid van de export van grondstoffen tijdens de periode van groei leidde tot een desindustrialisering van deze landen, waardoor ze uiteindelijk verzwakt uit deze periode komen. Wij hebben daar de voorbije jaren al meermaals op gewezen. Het aandeel van de industrie in de Latijns-Amerikaanse economie is de afgelopen tien jaar fors afgenomen. Eerder nam het belang van de export van grondstoffen af van 52% begin jaren 1980 tot 27% in de jaren 1990. Nadien nam het opnieuw toe tot meer dan 50%. Grondstoffen zijn goed voor 60% van de Braziliaanse export. Olie is goed voor 96% van de Venezolaanse inkomsten uit export. De Chinese aanwezigheid in Latijns-Amerika heeft volgens de analist Dani Rodrik van Harvard geleid tot een “premature desindustrialisering”.

Het feit dat de nieuwe periode van crisis het continent in zijn greep houdt terwijl linkse of centrumlinkse regeringen aan de macht zijn, leidt tot heel wat verwarring onder de Latijns-Amerikaanse linkerzijde. Het werpt vragen op zoals die of het continent nu naar rechts aan het opschuiven is. De traditionele rechtse krachten proberen de situatie op populistische wijze aan te grijpen om zichzelf te versterken. Dit wordt versterkt door de dreiging van kapitalistisch herstel in Cuba. In The Guardian stelde Jonathan Watts volgende vraag: “Schandalen, protest, zwakke groei: is de Latijns-Amerikaanse linkerzijde op de terugtocht?” (22 maart). Hij concludeerde: “Het algemene beeld is niet zo rooskleurig als tien jaar geleden, maar het is nog niet voorbij”.

Regeringen zoals die van Lula/Roussef in Brazilië of Christina Kirchner in Argentinië hebben geen links beleid gevoerd. Ze hebben een pro-kapitalistische koers gevaren waarbij aanvankelijk enkele beperkte toegevingen werden gedaan. In Venezuela heeft Chavez, en zeker zijn opvolger Maduro, net zoals Morales in Bolivia een prijs betaald voor het feit dat geen breuk met het kapitalisme werd gemaakt. Er waren belangrijke en positieve hervormingen, maar ook die zijn nu opnieuw bedreigd. Deze regeringen hebben de afgelopen periode meer nadruk gelegd op een pro-kapitalistisch beleid, ze maakten een scherpe bocht naar rechts.

Enorme corruptie in Brazilië

De aanhoudende woede en het ongenoegen heeft ruimte gegeven aan enkele traditionele rechtse partijen om via populistische acties en campagnes een grotere steun te vinden. Dit is geen uitdrukking van een bocht naar rechts in de samenleving. Het is de afwezigheid van een sterk en massaal socialistisch alternatief die ruimte liet aan de populistische rechterzijde om zich te beroepen op het vacuüm dat is ontstaan. Dit blijkt vooral heel scherp uit de enorme crisis die in Brazilië is ontstaan.

Brazilië kent verschillende crises, die mogelijk kunnen samenkomen in een ‘perfecte storm’ met een massale en nooit geziene sociale en politieke onrust. Het zal heel wat kansen bieden voor opkomende socialistische krachten zoals PSOL (Partido Socialismo e Liberadade) of de beweging van daklozen MTST (Movimento dos Trabalhadores Sem Teto) om een socialistisch alternatief naar voor te schuiven. De economische crisis leidt tot afdankingen, besparingen en aanvallen op de werkende bevolking en de middenklasse. Het leidde eerder dit jaar al tot een golf van strijd. Personeel uit de publieke sector, leraars, arbeiders uit de automobielsector, metaalarbeiders, … gingen in staking en strijd. In Paraná was er een staking van onbepaalde duur door het personeel van de publieke sector waardoor de lokale overheid de besparingen moest intrekken. Arbeiders van Volkswagen en General Motors behaalden gedeeltelijke overwinningen in stakingen tegen afdankingen.

Er is een bijzonder explosief corruptieschandaal rond Petrobas, het grote Braziliaanse oliebedrijf. Er werd tot 10 miljard dollar uitgedeeld aan bouwbedrijven en politici, vooral van de PT van Rousseff en Lula. Een manager slaagde erin om 100 miljoen dollar naar zichzelf door te schuiven en vervolgens in belastingparadijzen te plaatsen.

Er werden al 133 mensen in vervolging gesteld, waaronder 33 leden van de PT. De financiële verantwoordelijke van de PT, João Vaccari, werd opgepakt en moest ontslag nemen. Meer dan 40 politici zijn betrokken in corruptieschandalen, onder hen beide parlementsvoorzitters. De grootste coalitiepartner van de PT weigerde recent om een wetsvoorstel te steunen omdat een leider van de partij niet werd beschermd tegen een onderzoek naar corruptie. De presidentiële campagne van Rousseff in 2010 kreeg naar verluidt meermaals steun vanuit verdacht hoek. Volgens de federale politie zijn er onderzoeken naar tien grote bouwbedrijven. Dit schandaal en de achtergrond van economische en sociale crisis zorgen voor een val van het vertrouwen in het politieke stelsel en de kaste die aan het hoofd ervan staat.

Er is verder een aanhoudende periode van droogte die in het zuiden van het land, onder meer in São Paulo, verregaande gevolgen heeft. De rantsoenering van water heeft gevolgen voor miljoenen mensen en kan leiden tot een grote humanitaire ramp in een van de grootste stedelijke centra ter wereld. Het belangrijkste waterreservoir dat São Paulo bedient, stond in 2014 op een capaciteit van 39%. Dat is nu gedaald tot 19,4% – zelfs indien het ‘volume morto’ (de noodvoorraad die slechts na een speciale procedure kan gebruikt worden) in rekening wordt gebracht.

Nieuwe golf van strijd

Deze situatie is het directe gevolg van de privatisering en de ontbossing. Een gebrek aan investeringen in infrastructuur zorgt ervoor dat tot 30% van het water in São Paulo verloren zou gaan in lekken. Het versterkt de crisis die er al lang zat aan te komen. De federale of regionale regeringen hebben er niets aan gedaan en de geprivatiseerde waterbedrijven al helemaal niet. Het zorgt voor protest en het kan een belangrijk thema worden in de komende maanden.

Rousseff slaagde er nipt in om voor een tweede termijn verkozen te raken. De steun die ze geniet is wel in vrije val, van 25% tot 13% op enkele maanden tijd en het laagste niveau sinds de massabeweging tegen de voormalige president Fernando Collor de Mello. Die werd in 1992 door de bevolking uitgespuwd en vervolgd wegens corruptie. De traditionele rechtse pro-kapitalistische PSDB (Partido da Social Democracia Brasileira) gebruikte de recente ontwikkelingen op populistische wijze om de afzetting van Rousseff te eisen. Er volgden grote acties, vooral van de middenklasse. Velen op de acties waren geen traditionele rechtse aanhangers, maar mensen die gewoon woedend zijn, in het bijzonder omwille van de corruptie.

De PT en de regering probeerden hierop hun traditionele achterban te mobiliseren. Het leidt tot enorme verwarring, brede lagen van de bevolking zijn niet bereid om de PT-leiders te steunen. Mede door het werk van LSR (Liberdade Socialismo e Revolução, onze Braziliaanse zusterorganisatie) zijn er ook acties die sociale hervormingen eisen en ingaan tegen zowel de regering als de rechterzijde. Op 15 april was er in São Paulo een actie van de MTST en PSOL, waar ook de vakbondsfederatie CSP-Conlutas aan deelnam, met tot 30.000 aanwezigen. De druk van onderuit zorgde ervoor dat ook de officiële vakbondsfederatie CUT uiteindelijk de actie moest steunen en overging tot een nationale actiedag met ook acties en stakingen in Porto Alegre, Recife en vele andere steden.

Het idee van een algemene 24-urenstaking dat al enige tijd door LSR naar voor wordt gebracht, begint nu opgenomen te worden. CSP-Conlutas stelt terecht dat er een datum voor deze stakingsdag moet komen. De CUT staat voor het eerst sinds jaren onder druk om effectief over te gaan tot een algemene staking. De ontwikkelingen in Brazilië, de economische en politieke reus van het continent, zullen ongetwijfeld een grote impact hebben op de rest van het continent. Zeker indien PSOL en sociale bewegingen als MTST erin slagen om sterke socialistische krachten uit te bouwen als alternatief op zowel de regering als de rechtse oppositie.

Argentinië wordt gekenmerkt door een vernietigende economische crisis. Kirchner voerde een pro-kapitalistisch binnenlands beleid, maar ging wel in conflict met de internationale imperialistische belangen. Ze verrijkte zichzelf en is vandaag 20 keer zo rijk als in 2003. De electorale groei van de trotskistische alliantie FIT (Frente de Izquierda y de los Trabajadores) weerlegt het idee dat het continent naar rechts opschuift. Maar het succes van de FIT stelt wel nieuwe uitdagingen. Zal de alliantie erin slagen om op het succes verder te bouwen en ook delen van de voormalige aanhangers van de Peronistische vakbonden te betrekken in de opbouw van een bredere arbeiderspartij?

Chili was het voorbeeldland voor het continent, maar ook Chili wordt getroffen door de crisis. De economie vertraagt er als gevolg van de dalende koperprijzen en de afname van de export naar China. Michelle Bachelet en haar ‘Nieuwe Meerderheid’ voerden campagne met de belofte van hervormingen, maar na de verkiezingen kwam daar niets van in huis. Het verlies aan autoriteit van de gevestigde partijen bleek in de verkiezingen van 2013. Amper 41% van de kiezers ging effectief stemmen. Er was tegelijk een grote jongerenrevolte en het begin van een nieuwe golf van strijd van de werkenden en gewelddadige confrontaties van onder meer de Mapuche bevolking.

Venezolaanse regime onder druk

De dreiging van de rechtse MUD (Mesa de la Unidad Democrática) voor de regering-Maduro is reëel. De leiding van Henrique Capriles neemt een bijzonder populistische benadering aan om in te spelen op het ongenoegen als gevolg van de economische situatie. Maduro verwijst wel naar socialisme, maar schoof sterk naar rechts op om het kapitalisme gerust te stellen. De rechterzijde en het VS-imperialisme nemen er evenwel geen genoegen mee, ze blijven opkomen voor een volledige nederlaag van deze regering.

De bocht naar rechts blijkt onder meer in het nieuwe bestuur van het oliebedrijf PDVSA onder leiding van Eulogio del Pino. De private aandeelhouders, een minderheid in het oliebedrijf, kregen een grotere invloed. De werknemers van PDVSA moeten niet langer een rood t-shirt dragen en de door de overheid aangestelde bestuurders zijn aan de kant geschoven.

De economische ramp in het land werd versterkt door de val van de olieprijzen. Dit jaar zou de economie met 5% krimpen nadat het vorig jaar ook al een negatieve groei van 4% kende. Er is een tekort aan zowat alles. Volgens schattingen zijn een op de drie basisgoederen niet beschikbaar, het gaat onder meer om voedsel, medicijnen en kledij. Er zijn prikborden waar mensen aan ruilhandel doen, bijvoorbeeld toiletpapier ruilen voor wasmiddel. Venezuela kent de hoogste inflatiecijfers ter wereld met ongeveer 70%.

Dit ondermijnt de steun voor de regering. De tekorten zijn deels het gevolg van speculatie en de pogingen van de kapitalisten om het land te destabiliseren. Maar ze zijn ook het gevolg van de bureaucratische top-down aanpak van het regime. De hervormingen van Chavez worden hierdoor ondermijnd. Het gezondheidssysteem is in crisis, van de 45.000 bedden in publieke ziekenhuizen kunnen er slechts 16.000 effectief gebruikt worden. De rest worden niet gebruikt wegens tekorten.

De steun voor Maduro is volgens peilingen onder de 30% gezakt. Wij waarschuwden er eerder al voor dat dit het resultaat is van de impasse als gevolg van het feit dat niet gebroken werd met het kapitalisme. Er kwam geen nationalisatie van de economie onder democratische arbeiderscontrole en –beheer. De impasse opent de weg voor ontgoocheling, waar de rechtse MUD op kan inspelen.

Voorheen kreeg Venezuela leningen van China in ruil voor olie. De afname van de oliereserve heeft geleid tot vertragingen in de olieleveringen en een gedeeltelijk falen in de terugbetaling van de schulden aan China. Tegen de achtergrond van een diepere crisis is het niet uitgesloten dat zelfs Maduro radicalere maatregelen neemt waarbij tegen de kapitalistische belangen wordt ingegaan. Dit is niet het meest waarschijnlijke perspectief, maar het is niet uitgesloten.

Het einde van het embargo tegen Cuba

Begin dit jaar kondigden de Amerikaanse president Barack Obama en de Cubaanse president Raul Castro een reeks historische akkoorden aan. Het leidde tot een herstel van diplomatieke betrekkingen tussen de twee landen, een verzachting van de reisbeperkingen en de eerste stappen in de richting van een afbouw van het handelsembargo dat van kracht is sinds de revolutie van 1959/60. Er was al een vrijlating van gevangenen, waaronder Amerikaanse onderdanen, door Cuba en ook van Cubanen die in de VS werden vastgehouden.

Het wijst op een keerpunt in het beleid van het VS-imperialisme ten aanzien van Cuba. Deze bocht werd versterkt in de gesprekken tussen Obama en Castro tijdens de recente Amerikaanse Top in Panama. Voor het Cubaanse regime wijst dit op een verdere stap in de richting van kapitalistisch herstel, een proces dat al jarenlang bezig is. De aankondigingen in Panama waren het resultaat van geheime onderhandelingen tussen beide regeringen. Deze onderhandelingen waren al enkele jaren bezig in Canada. De rechtse regering van Canada en ook de paus speelden er een rol in.

Obama erkende: “Je kan niet meer dan 50 jaar hetzelfde doen en toch een ander resultaat verwachten.” De Europese en Canadese heersende klassen, maar ook het grootste deel van het Latijns-Amerikaanse kapitalisme, kozen voor een andere aanpak die nu ook door Obama wordt gedeeld. Raul Castro prees Obama en stelde dat hij de Nobelprijs voor de Vrede moet krijgen. Dat de huidige VS-president meer aanvallen met drones in Afghanistan en het Midden-Oosten uitvoerde dan George Bush, leek Castro te ontgaan.

Sinds de Cubaanse revolutie heeft het VS-imperialisme een strikt embargo opgelegd tegen Cuba en werden verschillende pogingen ondernomen om het regime omver te werpen en het kapitalisme te herstellen. In 1961 was er zelfs een gewapende interventie daartoe. Ondanks de verregaande gevolgen van het embargo, heeft de VS-aanpak gefaald. Dat kwam vooral door de brede steun voor de revolutie in Cuba. In de VS werd de harde koers mee in de hand gewerkt uit electorale overwegingen, meer bepaald onder de Cubaanse vluchtelingen in Miami.

Het VS-imperialisme kiest nu voor een nieuw beleid waarbij het embargo kan verdwijnen. De dreiging van kapitalistisch herstel in een geïsoleerde arbeidersstaat kan niet alleen voortkomen uit de dreiging van een militaire interventie. Zoals Leon Trotski waarschuwde met betrekking tot de voormalige Sovjet-Unie kan de dreiging ook komen in de vorm van “goedkope producten in de goederentrein van het imperialisme.” Het doel van het VS-imperialisme blijft hetzelfde, maar er wordt voor een andere weg gekozen om dit te bereiken. Door de Cubaanse economie te overspoelen met goederen en investeringen hoopt de VS het kapitalisme volledig te herstellen.

Verworvenheden uit het verleden op de helling

De koerswijziging van de VS werd mee mogelijk door de verandering van het beeld van de nieuwe generatie binnen de gemeenschap van Cubaanse vluchtelingen in de VS. De vorige generaties hielden sterk vast aan een embargo en een openlijke strijd tegen het regime. Volgens sommige peilingen zouden 52% van de Cubanen in de VS vandaag voorstander zijn van het beëindigen van het embargo. Delen van de kapitalistische klasse, zoals suikermagnaat Alfy Fanjul, spraken zich openlijk uit voor het einde van het embargo. Zij kijken uit naar de vooruitzichten van nieuwe markten in een kapitalistisch Cuba.

Veel Cubanen zijn afhankelijk van financiële steun die ze van familieleden in de VS krijgen. Naar schatting 62% van de Cubaanse gezinnen krijgt steun van buitenaf. Volgens sommige schattingen zouden deze bijdragen zelfs goed zijn voor maar liefst 90% van de distributiemarkt. De harde economische situatie is rampzalig voor de massa’s. De belangrijke sociale verworvenheden als gevolg van de omverwerping van het kapitalisme worden ondermijnd. De steun voor de revolutie en de vijandigheid tegenover het kapitalisme en het VS-imperialisme zorgden ervoor dat het Cubaanse regime de geplande economie en het bureaucratische regime tegen de stroom in kon behouden doorheen de jaren 1990 (de ‘speciale periode’). De waarde van de lonen in Cuba zou nu nog slechts 28% van de waarde voor de val van de Sovjetunie bedragen.

Het regime en de planeconomie hielden stand ondanks de golf van het vrijemarktkapitalisme op wereldvlak. Het regime hield zich politiek in stand en gebruikte het VS-embargo om de afkeer tegen het imperialisme te versterken. Toen Chavez aan de macht kwam in Venezuela was er wat ademruimte in de vorm van goedkope olie. Dit wordt nu bedreigd als gevolg van de dalende olieprijzen en de crisis van de regering-Maduro. Het gebrek aan echte arbeiderscontrole en –democratie zorgt samen met het bijhorend bureaucratisch wanbeheer en corruptie voor een versterking van de economische en sociale crisis.

De revolutionaire ontwikkelingen in Venezuela, Bolivia en Ecuador begin deze eeuw zorgden ervoor dat Cuba uit het isolement kon geraken. Een echte arbeidersdemocratie zou deze kans gegrepen hebben om stappen te zetten in de richting van een vrijwillige socialistische federatie van deze landen. Het zou de mogelijkheid geboden hebben om tot economische samenwerking en planning over te gaan en de rest van de werkende bevolking van Latijns-Amerika mee te trekken in een alternatief op het kapitalisme. Deze kans werd niet gegrepen, de crisis die nu al deze landen treft zorgt ervoor dat de massa’s hier de prijs voor zullen betalen.

Jammer genoeg hebben noch het Cubaanse regime noch de reformistische regimes van Morales, Chavez of Rafael Correa (uit Ecuador) stappen in deze richting gezet. De laatste drie bleven vastzitten in het kapitalistische kader. Het Cubaanse regime voerde een reeks maatregelen die de weg naar kapitalistische herstel openen. De ontwikkelingen van de afgelopen periode wijzen erop dat het proces verder deze richting uitgaat.

Een bruggenhoofd voor het kapitalisme

Het afzwakken van de reisbeperkingen moet zeker verwelkomd worden, maar andere maatregelen bedreigen de overblijvende verworvenheden van de revolutie. De nieuwe arbeidswet vormt een aanval op de arbeidsvoorwaarden. De pensioenleeftijd werd in 2008 al met vijf jaar verhoogd. De invoering van een ‘dubbele munt’ waarbij sommige werkenden in dollars betaald worden, heeft de ongelijkheid versterkt. Het regime voerde een ‘omwisselbare peso’ (CUC) in die aan de dollar werd vast geklonken en gebruikt wordt in de toeristische sector en voor de import. Lokale producten gebruiken de lokale peso (CUP) waarvan er nu al 25 nodig zijn voor 1 CUC. De regering kondigde aan dat de dubbele munt zal verdwijnen, maar voorlopig bleef het bij woorden.

De dubbele munt versterkt de zwarte markt. De regering wil bovendien een miljoen werkenden uit de publieke sector halen om duizenden kleine en middelgrote bedrijven (“cuentapropistas”) op te zetten. Er zijn al 500.000 toelatingen voor dergelijke bedrijven. Het gaat vooral om kleine bedrijven zoals restaurants. Het aantal personeelsleden in de private sector nam sinds 2007 toe van ongeveer 140.000 tot 400.000. Dat is een opmerkelijke stijging maar het blijft slechts een minderheid van het totale aantal werkenden dat vijf miljoen bedraagt.

Er is in de toeristische sector een bruggenhoofd voor kapitalistisch herstel gevestigd. Deze sector trok heel wat buitenlandse investeringen uit Europa, Canada, Brazilië en recent ook uit China aan. Prostitutie werd na de revolutie uit de samenleving verbannen maar is nu terug op de straten van Havana, zeker in de toeristische gebieden.

Er zijn speciale vrijhandelszones geopend, zoals de nieuwe haveninfrastructuur aan de baai van Mariel gefinancierd door investeringen uit Brazilië en Singapore. Er wordt hier geïnvesteerd met het oog op een einde van het Amerikaanse handelsembargo en de uitbreiding van het kanaal van Panama en de opening van het nieuwe vanuit China gefinancierde kanaal in Nicaragua. Investeerders krijgen contracten van 50 jaar in plaats van de gebruikelijke 25-jarige contracten. Investeerders hebben 100% bezit van de infrastructuur. Ze moeten geen lokale belastingen betalen en worden tien jaar vrijgesteld van de belasting van 12% op de winsten.

Ondanks deze maatregelen moeten kapitalistische investeerders nog steeds onderhandelen met de regering of de staatsbedrijven. Het Cubaanse regime hanteert nog steeds elementen van socialistische retoriek, deels is dit een uitdrukking van de steun die er nog altijd is voor de revolutie en dit zeker onder de oudere generatie, maar er wordt steeds vaker beroep gedaan op het nationalisme van José Marti, de leider van de onafhankelijkheidsbeweging tegen de Spaanse kolonisten.

De jonge generaties wachten wanhopig op de nieuwe vrijheden van internet en de mogelijkheid om te reizen. Zij hebben niet zozeer de verworvenheden van de revolutie gekend, maar wel de ondermijning en uitholling van deze verworvenheden met economische en sociale crisis alsook de verstikkende bureaucratie. De komst van goedkope goederen kan aanvankelijk een aantrekkingskracht uitoefenen, maar de realiteit van het leven in een kapitalistische samenleving zal eveneens gauw duidelijk worden.

Deze ontwikkelingen vormen een belangrijke stap in de richting van een herinvoering van het kapitalisme. Dit is al bezig in enkele sectoren, ook al gebeurt het onder toezicht van de overheid. De staat oefent nog steeds een sterke controle uit en kan op bepaalde ogenblikken de contrahervormingen terugdraaien. Randal C Archibold haald eeen Amerikaanse advocaat aan die advies geeft aan investeerders in Cuba: “Wat gebeurt er indien het kapitaal naar daar gaat en Cuba van koers verandert? Je weet nooit of de Cubanen van standpunt kunnen veraderen. Er zijn heel wat onzekerheden omdat dit een volledig nieuwe ontwikkeling is.” (New York Times 9 april).

De overgang naar een volledig kapitalistisch herstel zal niet rechtlijnig verlopen. Delen van het regime zien deze ontwikkeling ook niet zitten. Zo verklaarde Maiela Castro, de dochter van Raul, in januari: “De Cubaanse bevolking wil geen terugkeer naar het kapitalisme.” Op dit ogenblik zijn de sleutelsectoren van de economie nog niet geprivatiseerd of verkocht aan buitenlandse kapitalisten. De komst van Mastercard en Netflix is opmerkelijk maar blijft grotendeels symbolisch.

Crisis en verzet

Voor socialisten en de werkende klasse vormen de maatregelen in de richting van kapitalistisch herstel een stap achteruit. Het ondermijnt de verworvenheden van de Cubaanse revolutie voor de massa’s. Het zal uiteindelijk door de heersende klasse, zeker in Latijns-Amerika, gebruikt worden om het idee van socialisme als alternatief op het kapitalisme te discrediteren. Maar dit zal niet dezelfde effecten hebben als het ideologische offensief tegen het socialisme na de val van de voormalige stalinistische regimes in de Sovjet-Unie en Oost-Europa in 1989/90.

Er opent zich een nieuwe fase van kapitalistische crisis en arbeidersstrijd doorheen de wereld. De arbeidersklasse heeft de afgelopen 25 jaar de ‘suprematie van de vrije markt’ ondergaan en begint de strijd ertegen te voeren. Het opheffen van het embargo tegen Cuba is een nederlaag voor het vroegere beleid van het VS-imperialisme in de pogingen om het Cubaanse regime omver te werpen. Het zal Cuba de mogelijkheid bieden om handel te drijven op de wereldmarkt.

Zonder een echte arbeidersdemocratie dreigt dit de ontwikkeling van kapitalistisch herstel te versnellen. Een staatsmonopolie op buitenlandse handel, onder democratische controle van een arbeidersdemocratie is essentieel om deze dreiging af te wenden. Tegen de achtergrond van een nieuwe internationale kapitalistische crisis is het mogelijk dat de stappen naar kapitalistisch herstel beperkt blijven. Het is mogelijk dat Cuba een langere tijd een gemengde of hybride situatie kent.

Aanvankelijk zullen verworvenheden van de revolutie op het vlak van gezondheidszorg en onderwijs mogelijk behouden blijven, zelfs al gaan ook deze gebukt onder een gebrek aan investeringen. Er blijven heel wat obstakels en er zal ongetwijfeld verzet zijn als de realiteit van kapitalistisch herstel duidelijk wordt. Delen van de bevolking zijn bang voor het verdwijnen van de verworvenheden van de revolutie en vrezen dat het land een nieuw Puerto Rico kan worden. Er is verzet nodig tegen het kapitalistisch herstel waarbij dit verzet gekoppeld wordt aan de strijd voor arbeidersdemocratie en een geplande economie.

In Latijns-Amerika is er nood aan een massaal socialistisch alternatief. Daarbij moeten we de beperkingen van de radicale reformistische maatregelen en bureaucratische methoden in Venezuela, Bolivia en Ecuador erkennen. Deze landen bleven gevangen zitten in het kapitalisme. De opportunistische populistische mobilisaties van de rechterzijde in Brazilië, Venezuela en andere landen tonen de dringendheid van een sterke socialistische beweging. Er is een nieuwe fase in de crisis en de strijd doorheen het continent. De arbeidersklasse en de revolutionaire socialisten moeten daarin bouwen aan een strijdbaar socialistisch alternatief.