ramadi Enkele dagen nadat Islamitische Staat (ISIS) Ramadi veroverde, de hoofdstad van de de Irakese provincie Anbar, werd ook de Syrische stad Palmyra veroverd door de soennitische jihadisten. In beide landen leidde de opmars van ISIS opnieuw tot een vernedering van het nationale leger, vluchtelingen en een versterking van ISIS.

Artikel door Niall Mulholland

Volgens het regime in Bagdad en de Amerikaanse regering zat ISIS in Irak zogezegd in een defensieve positie. Eerder dit jaar werd ISIS verslagen door een combinatie van Koerdisch verzet en door de VS geleide luchtaanvallen rond Kobani in het noorden van Syrië en nadien werd het ook uit Tikrit in het centrum van Irak verdreven. ISIS moest ongeveer 20.000 vierkante kilometer gebied prijsgeven in het noorden van Irak.

De westerse bombardementen hebben ISIS pijn gedaan, maar het volstaat niet als alternatief op gewapende grondtroepen in Irak. Die zijn compleet ondoeltreffend en corrupt. Zoals bij de dramatische val van de stad Mosoel vorig jaar, sloegen de Irakese soldaten ook nu meteen op de vlucht voor het offensief van ISIS op Ramadi. Ze lieten artillerie en munitie achter. ISIS ging vervolgens over tot een aanval op de stad Husaibah in de buurt van Ramadi. Het Amerikaanse beleid om het Irakese leger op te bouwen terwijl het ondersteund wordt door luchtaanvallen, faalt. Ook van het plan om soennitische stammen te ‘activeren’ in het verzet tegen ISIS komt niets in huis.

De Syrische ‘elitetroepen’ die trouw blijven aan president Bashar-al-Assad moesten de belangrijke olievelden ten noorden van Palmyra verdedigen. Maar eens de strijd begon, gaven ze zich al gauw over. Ook hier bleven grote voorraden munitie achter. ISIS controleert nu naar verluidt meer dan 50% van het Syrische grondgebied.

De vooruitgang van ISIS heeft meer te maken met de zwakte van de staat in Syrië en Irak dan met de eigen kracht. Het brutale regime van Assad discrimineerde de soennitische meerderheid jarenlang en het door sjiieten gedomineerde regime in Bagdad wordt gevreesd en gehaat door de soennitische minderheid in het land.

De val van Ramadi en Palmyra komy bovenop een lange lijst van humanitaire rampen in de twee buurlanden. Meer dan 25.000 mensen zijn Ramadi ontvlucht, vanuit Palmyra vertrok een derde van de 200.000 inwoners. Wie blijft, wordt met de barbarij van ISIS geconfronteerd. Er verschenen al foto’s op sociale media van lijken die op straat werden geëxecuteerd. Ook het door UNESCO erkende werelderfgoed in Palmyra moet er wellicht aan geloven. Eerder ging ISIS in Irak over tot de vernietiging van oude sites.

De Irakese regering is nu afhankelijk van sjiietische milities om het verzet tegen ISIS te voeren en Ramadi en de rest van de hoofdzakelijk soennitische provincie Anbar te heroveren. Dit zal de sectaire spanningen en wreedheden enkel doen toenemen. Volgens Human Rights Watch gingen sjiietische milities en Irakese troepen over tot oorlogsmisdaden met plunderingen, martelingen en willekeurige excuties van soennieten toen ze de stad Amerli in september op ISIS heroverden. De barbaarse methoden van ISIS worden sterk veroordeeld door de westerse regeringen, maar gelijkaarige barbaarse handelingen door de sjiietische bondgenoten van de VS in Irak krijgen geen enkele aandacht.

In heersende kringen in de VS is er discussie over hoe ISIS kan aangepakt worden. Er zijn ongeveer 5.000 Amerikaanse soldaten in Irak als ‘speciale adviseurs’. In Washington roepen sommigen op tot een grote toename van het aantal grondtroepen. Maar Obama staat wijfelachtig tegen een grotere Amerikaanse betrokkenheid in een langdurige, bloedige en dure grondoorlog in Irak. Zeker aangezien er geen garantie op succes is.

In Syrië steunt de VS de zogenaamde ‘gematigde’ rebellen met luchtaanvallen tegen zowel ISIS als het regime van Assad. Er is ongeveer 500 miljoen dollar uitgetrokken om de rebellen op te leiden.  Gezien de inefficiëntie van een groot deel van de anti-Assad rebellen komt een groot deel van deze Amerikaanse hulp in de realiteit bij de lokale afdeling van Al Qaeda, Al Nusra, terecht.

Tegenstellingen in het westers beleid

De enorme tegenstellingen en hypocrisie van het westerse en Amerikaanse beleid in de regio zijn het gevolg van meer dan tien jaar van imperialistische agressie, illegale oorlogen, bloedige bezettingen en militaire bombardementen en dit van Libië tot Syrië. Naar schatting kwamen meer dan een miljoen mensen om het leven als gevolg van de acties van de VS en andere westerse machten. Het nastreven van geostrategische doelstellingen, vooral toegang tot olie en de bijhorende winsten voor grote bedrijven, staan centraal in het bepalen van het westerse beleid in de regio. Het leven van de bevolking in de regio wordt daar totaal aan ondergeschikt.

Het Amerikaanse beleid in de regio vertrekt van een ‘verdeel-en-heerspolitiek’ waarbij soennieten tegen sjiieten worden uitgespeeld. Dit creëert monsters van Frankenstein, zoals ISIS.  De soennitische jihadistische krachten maakten aanvankelijk deel uit van de soennitische opstand tegen het door de VS gesteunde sjiietische regime in Irak. Na het zogenaamde soennitische ‘Ontwaken’, een opstand van soennitische stammen tegen het lokale bewind van Al Qaeda, trokken verschillende jihadisten naar Syrië waar ze een rol speelden in de ontwikkelende burgeroorlog. Een aantal van deze krachten vormden zich om tot de Islamitische Staat van Irak en Syrië dat snel terrein kon winnen binnen het verzet tegen Assad, onder meer door bewapening en steun vanuit de reactionaire Golfstaten (die bondgenoten van de VS zijn). Het succes in de strijd tegen Assad en tegen concurrerende jihadisten, dreef ISIS terug naar Irak waar het steun vond in soennitische regio’s die al jarenlang gebukt gaan onder staatsrepressie en vervolging onder het door sjiieten gedomineerde regime van Bagdad.

De bloedige spiraal toont aan dat er op basis van het kapitalisme en onder bewind van reactionaire elites en sectaire krachten steeds meer conflicten en humanitaire rampen zijn in de regio. Enkel de werkende bevolking van de regio, verbonden met de rest van de arbeidersbeweging doorheen de wereld, kan een uitweg vinden uit deze nachtmerrie.

Het potentieel hiervoor bleek tijdens de zogenaamde ‘Arabische Lente’, toen dictators omvergeworpen werden door massabewegingen van werkenden en armen in Tunesië en Egypte. Maar deze bewegingen die reageren tegen decennia van dictatuur hadden geen vastberaden leiding vanuit de arbeidersbeweging, een leiding die de massa’s kon mobiliseren en organiseren tegen de dictators maar ook tegen het kapitalisme. Het liet ruimte aan de contrarevolutie die met de steun van de westerse machten opnieuw de overhand kon halen. Het leidde tot de terugkeer van een militaire ‘leider’ in Egypte en in Libië en Syrië werd de massabeweging op een zijspoor gezet op basis van reactionaire, sectaire verdeeldheid of verschillen tussen stammen.

Opstand

De werkende bevolking in de regio zal uiteindelijk opnieuw tot massastrijd overgaan tegen de dictators en alle sectaire krachten. De diepe haat van de soennieten tegen het regime in Bagdad blijkt uit het feit dat sommigen het middeleeuwse bewind van ISIS verwelkomen of tot op zekere hoogte gedogen. Ze hopen dat het kan leiden tot het einde van de vervolging door sjiieten en een zekere graad van ‘stabiliteit’ en ‘orde en tucht’ kan brengen. De realiteit van het leven onder een fundamentalistische barbarij zal uiteindelijk soennieten aanzetten tot verzet tegen ISIS. De Ierse journalist Patrick Cockburn bracht recent verslag uit van de vreselijke situatie waarin soennieten leven in het door ISIS gecontroleerde deel van Irak. Meisjes worden er gedwongen tot ‘jihadistische huwelijken’ en alles van muziek en dansen, of zelfs van het voederen van duiven, wordt verboden.

De werkende bevolking en de armen in Irak en Syrië kunnen enkel rekenen op zelforganisatie om een einde te maken aan de oorlog en de sociale ellende. Een onafhankelijke, verenigde, arbeidersbeweging kan de zelfverdediging van alle gemeenschappen en minderheden organiseren. Met een socialistisch programma kan zo’n beweging regionale en internationale steun van de arbeidersbeweging vinden in de strijd tegen rotte regimes en om een einde te maken aan het imperialisme en alle sectaire, reactionaire politici en milities. Het kan de basis vormen voor een democratische socialistische herorganisatie van de samenleving.