Home / Op de werkvloer / sociale verkiezingen 2016 / Democratie op de werkvloer versterken door ook in KMO’s sociale verkiezingen te organiseren

Democratie op de werkvloer versterken door ook in KMO’s sociale verkiezingen te organiseren

socialeverkiezingenOpen Vld-Kamerleden Vincent Van Quickenborne en Egbert Lachaert schrijven in een opiniestuk in De Morgen dat ze vraagtekens plaatsen bij het democratisch gehalte van de sociale verkiezingen. We delen de bekommernis van de liberale parlementsleden, maar om andere redenen.

Geen verkiezingen in KMO’s

Er is al jarenlang een Europese richtlijn die een aantal minimumvoorschriften vastlegt voor rechten van werknemers in ondernemingen, waaronder kleine ondernemingen. Deze richtlijn van 11 maart 2002 erkent dat er in bedrijven vanaf 20 werknemers een vakbondsafvaardiging moet komen. De richtlijn leidde tot uitgebreide discussies in ons land waarbij het patronaat uiteindelijk haar slag thuishaalde. In ondernemingen tussen 50 en 100 werknemers komt er ook na de sociale verkiezingen van 2016 geen ondernemingsraad maar krijgt het CPBW (Comité Preventie en Bescherming op het Werk) enkele extra bevoegdheden. In bedrijven met minder dan 50 werknemers krijgt de vakbondsafvaardiging, voor zover die erkend is, beperkte financiële informatie. Het was een magere stap vooruit, maar het staat nog ver van een volwaardige vakbondsaanwezigheid in KMO’s.

De partijen in de rechtse regering, waaronder Open Vld, benadrukken graag het aantal KMO’s in ons land. Door geen sociale verkiezingen toe te laten in deze KMO’s en dit ondanks de Europese richtlijn, wordt de democratie bij de sociale verkiezingen inderdaad ondermijnd. Waar wachten Van Quickenborne en Lachaert op om hun democratische aspiraties waar te maken door sociale verkiezingen te laten organiseren in KMO’s? De vakbonden en werknemers zijn er daar alleszins vragende partij voor. Ongeveer 15% van de werkenden in ons land is tewerkgesteld in een bedrijf met 20 tot 50 werknemers, deze ruim 300.000 mensen worden hun deelname aan de sociale verkiezingen ontzegd.

Niet democratisch?

Als Van Quickenborne en Lachaert de democratie bij de sociale verkiezingen betwisten, hebben ze het vreemd genoeg niet over de KMO’s. Wel zeggen ze dat de lijststem te zwaar doorweegt waardoor de vakbonden en niet de werknemers bepalen wie uiteindelijk verkozen is. Ook zou de gendergelijkheid onvoldoende aan bod komen. En er worden vragen gesteld bij het feit dat enkel de erkende vakbonden lijsten kunnen indienen.

Het is opmerkelijk dat de liberale verkozenen klagen over het democratisch gehalte van de verkiezingen in ons land met de grootste actieve participatie. Bij de sociale verkiezingen van 2012 waren er 129.148 kandidaten of dubbel zoveel als alle kandidaten van alle Belgische politieke partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, in die verkiezingen waren er in totaal 64.289 kandidaten.(1) Verkiezingen met 129.148 kandidaten zijn slechts mogelijk indien er een breed gedragen deelname en steun voor is. Open Vld stelt trots dat zij van alle Vlaamse partijen het meeste leden telt, het gaat om 63.000 leden of nog niet de helft van het aantal kandidaten bij de sociale verkiezingen.

Volgens de liberale parlementsleden weegt de lijststem bij de sociale verkiezingen te sterk door waardoor ‘de vakbond’ zou beslissen wie er verkozen is en wie niet. Als verkiezingen die het dichtst bij de leefwereld van de stemmers staan, worden vaak naamstemmen uitgebracht bij sociale verkiezingen en worden strijdbare kandidaten vaak vanop lagere plaatsen omhoog geduwd. Dit speelt veel sterker dan bij de politieke verkiezingen waar dezelfde kopstukken steeds opnieuw alle lijsten trekken en als enigen opduiken in de media.

Een volgende kritiek is op de genderongelijkheid. Een lijst van enkel mannen is mogelijk bij de sociale verkiezingen en dat vindt Open Vld niet meer van deze tijd. Natuurlijk zijn het niet de vakbonden die verantwoordelijk zijn voor gendergelijkheid op de werkvloer en is het niet hun beleid dat vooral vrouwen tot deeltijdse arbeid veroordeelt. Maar los daarvan kan opgemerkt worden dat het ACV met de laatste verkiezingen aankondigde dat 40,79% van zijn verkozenen in het CPBW en 37,7% van die in de ondernemingsraad vrouwen waren. Het ACV merkte nog op: “Dat is, zonder ritslijsten, beter dan in de politiek bij de recente gemeenteraadsverkiezingen.”  In het algemeen waren 37,7% van de verkozenen in het CPBW vrouwen en 35% in de ondernemingraad.

De lijsten worden ingediend door de representatieve vakbonden. Het klopt dat daar minimale vereisten aan verbonden zijn, net zoals dit overigens bij politieke verkiezingen het geval is. De beperking van media-aandacht en maatregelen zoals de kiesdrempel maken het evenmin gemakkelijk voor nieuwe politieke formaties om op de voorgrond te treden. Gezien de nabijheid en de betrokkenheid bij sociale verkiezingen, is het veel moeilijker om wat op de werkvloer leeft uit te sluiten of te negeren. Dat geldt overigens ook voor vertegenwoordigers in openbare bedrijven waar spijtig genoeg geen verkiezingen worden georganiseerd.

Van waar deze kritiek?

Waarom komt Open Vld vandaag met deze kritiek op de sociale verkiezingen? Het is duidelijk dat het om een goedkope poging tot discreditering van de vakbonden gaat. Na de stakingsbeweging in het najaar die de regering aan het wankelen bracht, gaan de regeringspartijen zelf in het offensief tegen de vakbonden. De liberalen deden dit eerder al door hun jongeren de zogenaamde ‘Werkbond’ te laten opzetten waarmee ze het stakingsrecht aan banden wilden leggen, naar het model van de liberale antivakbondsregels van begin 19e eeuw. Nu worden parlementsleden ingezet om de autoriteit van de sociale verkiezingen te betwisten.

Uit de cijfers en feiten blijkt nochtans dat sociale verkiezingen diegene zijn die het meeste betrokkenheid en participatie kennen van alle verkiezingen. Hoe verklaart Open Vld dat zogezegd weinig democratische verkiezingen waarbij de vakbondsleiders alles beslissen dubbel zoveel kandidaten op de been brengen als gemeenteraadsverkiezingen in dit land? En als Open Vld effectief bezorgd is om het democratisch gehalte van de sociale verkiezingen, waar wacht de partij dan nog op om sociale verkiezingen ook in KMO’s mogelijk te maken?

 

(1) Er waren 62.670 ACV-kandidaten, 48.490 van het ABVV en 17.988 van het ACLVB.  Cijfers van het ACV: https://www.acv-online.be/Images/121108-Definitieve-resultaten-sociale-verkiezingen-2012_tcm183-297920.pdf