pride9Op zaterdag 16 mei is er de manifestatie Pride.be. Het kadert in een week van strijd tegen homofobie en voor de rechten van LGBTQI (lesbiennes, gays, biseksuelen, transgenders, queers en interseksuelen). Vorig jaar namen ongeveer 100.000 mensen deel aan de manifestatie die dan onder de naam Pride4Every1 doorging. De nadruk ligt al enkele jaren op het feestelijke aspect, maar het zal nodig zijn om terug aansluiting te vinden bij de strijdbare tradities.

De opstand van Stonewall

In de nacht van 27 juni 1969 vielen agenten binnen in de Stonewall Inn, een gay bar in New York. Willekeurige arrestaties en vernederingen waren schering en inslag, maar op die avond beslisten de slachtoffers van het politiegeweld om zich niet te laten doen. Er kwam hard verzet met drie nachten van rellen door duizenden LGBTQI-activisten in heel het land.

Dit was in een context waarin de burgerrechtenbeweging tegen racisme ontwikkelde en er ook een breed gedragen radicalisering was. Dat vormde de inspiratie voor een brede beweging voor gelijke rechten voor holebi’s. Honderdduizenden mensen kwamen uit de kast en organiseerden grote betogingen in heel het land.

In 1969 werd het Gay Liberation Front opgezet, een beweging met expliciete steun voor revolutionair socialisme. Het was expliciet solidair met de bewegingen tegen de oorlog in Vietnam en met de arbeidersstrijd.

De noodzaak om bewegingen met elkaar te verbinden stelde zich. In 1970 verklaarde Heuy Newton, een van de oprichters van de revolutionaire afro-Amerikaanse Black Panther Party: “We moeten ons proberen te verenigen met vrouwen en homoseksuelen in een revolutionair perspectief. (…) Niemand erkent het recht van de homoseksuelen om vrij te zijn. Zij zijn misschien de meest onderdrukte laag in de samenleving.”

Stonewall werd een begrip in de LGBTQI-beweging. Het is een symbool voor het verzet van de gay gemeenschap tegen onderdrukking en voor de strijd voor gelijkheid op alle vlakken. Een jaar na de opstand van 1969 werd de eerste verjaardag gevierd, het was het begin van de Gay Pride die zich nadien wereldwijd verspreidde. Pride.be op 16 mei is de hedendaagse uitdrukking van deze traditie.

Strijd is niet gestreden

Sinds 1969 is de situatie sterk veranderd. Er was heel wat vooruitgang op het vlak van strijd tegen seksisme, racisme en homofobie. Maar reactionaire vooroordelen zitten diep ingebakken in de samenleving.

De strijd voor gelijke rechten voor alle LGBTQI-mensen moet verder gevoerd worden. Wetten volstaan op zich niet om een einde te maken aan discriminatie en geweld waar deze gemeenschappen het slachtoffer van zijn. Er zijn al langer wetten en strenge regels tegen geweld op vrouwen, maar toch zien we dat 36% van de vrouwen in ons land een vorm van fysiek of seksueel geweld ondergaat in hun leven. Ondanks de wet op racisme en xenofobie, een wet uit 1981, gaan 56% van de aangiften bij het Centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding over discriminatie op basis van afkomst of religieuze en filosofische overtuigingen.

Een economisch systeem gebaseerd op een fundament van ongelijkheid kan nooit leiden tot echte gelijkheid. Dit systeem versterkt ongelijkheid en creëert nieuwe vormen van ongelijkheid die nog niet bestonden. Hoe kunnen we onder het kapitalisme een einde maken aan discriminatie als in dit systeem een kleine minderheid het grootste deel van de middelen bezit en de meerderheid van de bevolking tot ellende veroordeelt? De belangen van de verschillende klassen in de samenleving zijn aan elkaar tegengesteld. De ene klasse, die van de 1% rijksten, wil zijn privileges behouden terwijl de andere, die van de meerderheid van de bevolking, de rijkdom wil verdelen. De heersende klasse is numeriek zwak en weet dit ook, vandaar dat het vermijden van eenheid van onderuit belangrijk is en kan gebeuren door verdeeldheid onder de werkenden te stimuleren. Hier ligt het belang in het instandhouden van homofobe ideeën. De heersende klasse gebruikt alle mogelijkheden om te benadrukken wat ons verdeelt, uiteraard met als doel om ons te verzwakken.

De gevestigde media brengen vaak een bijzonder stereotype beeld van LGBTQI-mensen. Ze beperken het vaak tot het beeld van een rijk gay koppel zoals we dit zien in de reclame van grote merken die inspelen op de ‘pink market’. Het wordt voorgesteld alsof alle gays rijk zijn. Bepaalde media stellen lesbiennes daarentegen vaak voor als eerder mannelijke ‘vrachtwagenchauffeurs’.

Niet alleen inzake vooroordelen en beeldvorming stellen er zich problemen. Ook op wettelijk vlak zijn er nog altijd tekortkomingen. Zo bestaat er nog altijd de mogelijkheid van gedwongen psychiatrische opname van transgenders. Extreemrechts en allerhande religieuze fundamentalisten, over de verschillende godsdiensten heen, keren zich tegen LGBT-rechten waarmee ze discriminatie versterken en daarmee de belangen van de kapitalisten dienen.

Terugkeer van reactionaire homofoben

Op 16 mei, dezelfde dag als Pride.be, is er een zogenaamde ‘Mars voor het gezin’ in Antwerpen. Het initiatief wordt onder meer gesteund door het KVHV van Wouter Jambon. De naam voor de actie is duidelijk verkeerd gekozen, het gaat immers om een betoging tegen het huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht of nog tegen adoptie door zulke koppels. Ze zijn ook tegen het recht op abortus, maar over het recht op een menswaardig leven voor iedereen wordt gezwegen. Homoseksuelen worden omschreven als “ontaarde mensen die tegen de natuurwetten ingaan.”

We moeten strijden tegen elke vorm van verdeeldheid, zowel tegen racisme, homofobie als seksisme. We mogen niet toelaten dat conservatieve extremisten ons honderd jaar terug in de tijd willen sturen.

Tegelijk moeten we ingaan tegen diegenen die homofobie gecreëerd hebben, met name de verantwoordelijken voor het ongelijke systeem dat enkel gericht is op de winsthonger van de kapitalistische klasse. Nadruk op het klassieke gezin met bijhorend erfrecht is onderdeel van de verdediging van de belangen van de allerrijksten. We moeten ons politiek organiseren tegen het kapitalisme en strijden voor een ander economisch stelsel. Het democratisch socialisme zal niet meteen een einde maken aan elke discriminatie, maar het is wel een noodzakelijke voorwaarde om komaf te maken aan ongelijkheden.