Personen met een handicap hebben meer nodig dan een aalmoes!

Gisteren publiceerde De Standaard het verhaal van een man met een ernstige verstandelijke en fysieke handicap die op een lange wachtlijst stond om geplaatst te worden en voorlopig in een psychiatrische voorziening terechtkwam, waar hij overleed. De wachtlijsten om als persoon met een handicap geplaatst te worden, lopen op. De Vlaamse regering stelt dat ze 22,5 miljoen euro vrijmaakt voor de sector. Dat aalmoes is onvoldoende.

Terecht stelde De Standaard dat de zachte sector enorme problemen kent omwille van het tekort aan middelen en opvangcapaciteiten. Dat werd bijzonder scherp door het aangehaalde voorbeeld. Een 50-jarige man met een ernstige verstandelijke en fysieke handicap stond op de wachtlijsten in drie verschillende provincies. In totaal staan zo’n 1.000 mensen op een wachtlijst.

Voorlopig werd hij in een psychiatrische voorziening geplaatst. Dat is op zich een schande: mensen met een handicap worden afgedaan als psychiatrische patiënten en omgekeerd worden psychiatrische problemen als een handicap bestempeld. Beide doelgroepen hebben nood aan een begeleiding die afgestemd is op hun noden en behoeften.

Het resultaat bij de man in kwestie was een gebrek aan individuele opvolging waardoor hij uit zijn kamer kon glippen om iets te eten uit de koelkast. Als gevolg van zijn specifieke aandoening kon hij echter niet alle voedingswaren eten. Het resultaat was dat de man aan verstikking overleed. Een natuurlijke dood volgens de dokter. Een dode veroorzaakt door het gebrek aan middelen voor de opvang ik zou dit weglaten. volgens ons!

Van de 1.000 personen op een wachtlijst, hebben er zo’n 400 urgentie 1. Dat betekent dat het erg dringend is. 22,5 miljoen extra van de Vlaamse regering volstaat niet eens om die meest dringende plaatsen te voorzien in instellingen.

De houding van de Vlaamse regering tegenover personen met een handicap is overigens niet enkel problematisch op het vlak van opvangmogelijkheden. De Vlaamse regering beloofde dat het werk zou maken van het betrekken van personen met een handicap op de arbeidsmarkt. Heel wat personen met een handicap kunnen een bijdrage leveren en voelen zichzelf bovendien nuttig als ze kunnen werken (ook al is dat veelal aangepast werk).

In de privé-sector staat men daar veelal niet voor te springen. Werknemers moeten net flexibeler worden en rekening houden met beperkingen past niet in dat plaatje. Het zijn immers niet de behoeften die centraal, maar de harde winstcijfers.

Maar ook de Vlaamse regering zelf geeft niet bepaald het goede voorbeeld. Tegen 2010 had ze een streefdoel dat 4,5% van haar eigen werknemers personen met een handicap zouden zijn. In 2001 was dat 1,28% (157 op 12.287 werknemers). Sindsdien werden in 2003 5 personen met een handicap aangeworven, in 2004 13 en in 2005 ook 13. Onvoldoende dus om het percentage fundamenteel op te krikken.

Linkse socialisten komen op voor meer middelen in de sociale sector. Tegelijk eisen we ook meer mogelijkheden voor personen met een handicap om een rol te spelen in de samenleving, in plaats van gewoon opgesloten te worden. Daartoe is het echter noodzakelijk dat de behoeften van iedereen centraal staan, en niet de winsten van een kleine minderheid

Delen: Printen: