Afghanistan. NAVO-troepen geconfronteerd met Taliban-opstand

De recente horror in Libanon en de aanhoudende problemen bij de bezetting van Irak, hebben de oorlog in Afghanistan van de voorpagina’s van de kranten verdreven. Maar de situatie in dat land is bloediger dan ooit in de vijf jaar sinds het omverwerpen van het regime van de Taliban. Dit wordt nogmaals bevestigd door de dood van 9 Britse militairen bij 25 belangrijke confrontaties met de Taliban-guerrilla en na de machtsovername door de Taliban in de provincie Helmand in mei van dit jaar.

Steve Score

Het Amerikaans leger beweert dat het in juli zo’n 600 ‘verdachte Talibanstrijders’ heeft omgebracht in de zuidelijke provincies om hierna de controle over te dragen aan de NAVO. Het leger stelt ook dat er sinds het begin van dit jaar 1.700 mensen omkwamen. Het aantal Britse troepen als onderdeel van de NAVO-macht is opgetrokken tot 5.000.

De term ‘verdachte Talibanstrijders’ is op zich veelzeggend. Het verhult immers het aantal burgerslachtoffers. Een BBC-correspondent in de provincie Helmand stelde: “De veelvuldig gebruikte frase ‘de harten en geesten winnen’ wordt naar voor geschoven als een belangrijke doelstelling, maar door de infrastructuur – de scholen, ziekenhuizen, winkels en huizen – te bombarderen, is het moeilijk om de steun van de lokale bevolking te verkrijgen.”

De plannen van de Amerikaanse en Britse regeringen hebben heel wat schade opgelopen in Afghanistan. Na de aanvallen van 11 september 2001, moest de invasie van Afghanistan Al-Qaida vernietigen alsook het Taliban-regime dat steun gaf aan Al-Qaida.

Er werden dan plannen gemaakt om de economie “her op te bouwen” en een stabiele pro-Westerse ‘democratie’ in te stellen. In realiteit was het een deel van het VS-plan om de wereldwijde macht van het imperialisme te herbevestigen, met als volgende stap het verwijderen van Saddam Hoessein in Irak.

Het was ironisch genoeg de VS die aanvankelijk financiële en materiële steun gaf aan de VS in de oorlog tegen de Russische bezetting van Afghanistan in de jaren 1980.

Na de overwinning van de bezettingstroepen in 2001 leek het erop dat het gedaan was met de Taliban. Maar zoals we toen reeds stelden: “Zolang de voorwaarden bestaan waardoor mensen zich richten tot bewegingen zoals Taliban, zullen er steeds meer nieuwe aanhangers zijn.”

“Het falen van de ‘modernisering’ naar het Westers kapitalistisch model, extreme armoede, gebrek aan onderwijs en gezondheidszorg en vooral de vernedering door de dominantie van rijke buitenlandse machten, zal de delen van de bevolking in de handen blijven drijven van ‘islamitische fundamentalisten’ of beter gezegd van rechtse Islamitische partijen of bewegingen.”

Vijf jaar na het schrijven van die woorden (Socialism Today, februari 2002), is het duidelijk dat Al Qaida nog steeds bestaat, de Afghanen leven nog steeds in grote armoede en de regering in Kaboel controleert slechts een heel beperkt deel van het land.

Zelfs in Kaboel zien we een glimp van de desillusies en de woede tegenover de bezettingstroepen van de VS in de rellen en de betogingen met duizenden deelnemers in mei, na een verkeersongeval dat werd veroorzaakt door een Amerikaans legerkonvooi. Er werd toen bericht dat het leger op de bevolking schoot. De bevolking denkt dat de arrogantie van de VS-troepen ook tot uiting komt in de roekeloze wijze waarop ze door druk bevolkte straten rijden en dat komt bovenop het gevoel dat ze in de steek gelaten worden door de niet vervulde beloftes van economische hulp.

De BBC haalde een inwoner van Kaboel aan die stelde: “Er is heel wat armoede en er zijn veel problemen met werkloosheid – ik ben niet tevreden met de manier waarop de hulp wordt verspreid.” Vijf jaar van bezetting en zogenaamde ‘heropbouw’, hebben niet kunnen vermijden dat Afghanistan één van de hoogste percentages van ondervoeding ter wereld kent, de levensverwachting is 46 jaar en één kind op vier sterft voor het vijf jaar wordt. Het inkomen per hoofd van de bevolking bedraagt officieel slechts 204 dollar per jaar. Dat loopt op tot 330 dollar als de opiumhandel wordt meegerekend. Die handel staat nu naar schatting in voor een derde van de economie.

Sinds het verwijderen van het Taliban-regime is de productie van opium sterk toegenomen en daarmee ook de enorme problemen van corruptie en een verzwakte controle door de regering. 70% van de bevolking is afhankelijk van landbouw en de sociale problemen onder boeren leiden onvermijdelijk tot het versterken van de teelt van opium als enige manier om voldoende middelen te hebben om de familie in voedsel te voorzien.

Terwijl de westerse donors hun beloftes niet nakomen, komt er wel steun van drughandelaars. De journalist Ahmed Rashid stelde: “Drughandelaars en drugkartels bieden nu heel wat voordelen aan onder de Pashtoon boeren, meer dan de hulpagentschappen… Opiumhandelaars bieden verbeterde versies van de zaden aan, meststoffen, betere methoden om de opium te kweken, leningen en ze organiseren grootschalige tewerkstelling voor de oogst.”

De provinciale gouverneurs, politieverantwoordelijken en regeringsverantwoordelijken warop de regering van Karzai zich baseert, zijn allen krijgsheren die door de VS werden ingezet in de oorlog tegen de Taliban.

De Pashtoon krijgsheren die loyaal zijn aan Karzai in de zuidelijke provincies, waar de Taliban het sterkst staat, waren betrokken in drughandel en werden eerder gediscrediteerd wegens openlijke corruptie. Dat verzwakt verder de positie van de regering.

Na meer dan vijf jaar van gevechten, lijkt het er niet op dat er een snel einde komt aan de onrust. Op een ogenblik dat de VS meer troepen nodig heeft in Irak, ook al beweert het dat dit niet de bedoeling is, is er ook geen “uitgangstrategie” in Afghanistan, ook niet met een grotere NAVO-aanwezigheid.

Het kapitalisme heeft geen oplossingen voor de bevolking van Afghanistan. De enige hoop ligt op de opbouw van een socialistisch alternatief in Afghanistan en internationaal. Een onafhankelijke arbeidersbeweging is nodig als antwoord op de extreme armoede en de constante oorlog waarmee de massa’s worden geconfronteerd.

Delen: Printen: