vluchtelingenboot

De afgelopen week kwamen honderden vluchtelingen om toen ze in gammele bootjes vanuit Libië de Middellandse Zee probeerden over te steken. In dezelfde week redde de Italiaanse kustwacht naar eigen zeggen 10.000 andere vluchtelingen vanop zee.

Artikel door Simon Carter

Vorig jaar kwamen naar schatting 3.500 mensen om het leven toen ze via de Middellandse Zee  oorlog, vervolging of armoede uit hun land probeerden te ontvluchten op zoek naar een toekomst in Europa. Dat cijfer zal in 2015 overtroffen worden. Er werd bespaard op de reddingsoperaties: het goedkopere Triton-programma trad dit jaar in werking. Onder meer de Britse regering weigerde bij te dragen aan dit programma met het argument dat een reddingsprogramma vluchtelingen zou aanzetten om de gevaarlijke overtocht te maken. De wanhoop onder de vluchtelingen is echter zo groot dat ze hun leven riskeren. Er is geen legale route naar Europa voor deze mensen. Er is geen mogelijkheid om in Noord-Afrika asiel aan te vragen en dus is een overtocht de enige optie voor velen.

In Europa wordt gesproken van een massale vluchtelingenstroom, terwijl amper 1% van de vluchtelingen wereldwijd naar Europa komt. Toch is het Europese beleid gericht op het criminaliseren van vluchtelingen en het militariseren van de grenzen. Het aantal bootvluchtelingen neemt toe als gevolg van de brutale sectaire burgeroorlogen in Syrië, Irak, Somalië en Afghanistan. Veel jonge mannen uit Eritrea vluchten om aan de verplichte legerdienst te ontsnappen, een legerdienst die ook door Westerse media als slavernij wordt omschreven.

Geschokt door de dodentol beloofden Europese politieke leiders nu om maatregelen te nemen tegen mensenhandelaars. Tegelijk blijven ze oproepen tot het afsluiten van Fort Europa.  Gevestigde politici kunnen hun handen niet zomaar in onschuld wassen. Westerse militaire interventies in het Midden-Oosten en sub-Sahara Afrika hebben geleid tot politieke instabiliteit en versterken sectair geweld. Ze zorgen bovendien voor een verdere verstoring van de lokale economie in deze landen.

In 2011 kwamen miljoenen arme mensen, werkenden en jongeren, in verzet. Er was een golf van opstanden in het Midden-Oosten tegen de armoede en het gebrek aan democratische rechten. In sommige landen zorgde deze ‘Arabische lente’ ervoor dat rotte door het imperialisme gesteunde dictaturen verdwenen, dat was in Tunesië en Egypte het geval. Een gelijkaardige beweging ontwikkelde zich tegen onder meer de dictaturen van Khadaffi in Libië en Assad in Syrië.

Bij gebrek aan een massaal socialistisch alternatief dat vanuit een onafhankelijke arbeiderskracht naar voor werd gebracht, liepen de revoluties vast en kon de contrarevolutie met hulp van het imperialisme een stap vooruit zetten. Dit leidde weinig verrassend tot een nachtmerrie voor miljoenen mensen die op de vlucht gingen, de meerderheid in eigen land of eigen regio. Deze mensen werden overgeleverd aan machtige en meedogenloze mensenhandelaars.

Die vluchtelingen die tot in Europa geraken, worden daar vaak geconfronteerd met een onzekere en onveilige toekomst. Velen eindigen in overbevolkte en soms gewelddadige vluchtelingencentra of kampen in Griekenland, Italië en elders.

Voormalige sociaaldemocratische partijen hebben een volledig kapitalistische koers aangenomen. Hierdoor zijn er geen grote partijen die het lot van asielzoekers opnemen en ingaan tegen de vele leugens die dagelijks door de media naar voor worden gebracht. Het verdedigen van asielzoekers is onderdeel van de strijd tegen het besparingsbeleid en voor een socialistisch alternatief. Een socialistische samenleving is nodig zodat mensen niet meer gedwongen worden om alles achter te laten en hun leven te riskeren op zoek naar iets van een toekomst.