Extreem-rechts aan de macht laten: geen oplossing

Uit de Europese voorbeelden van landen waar extreem-rechts mee aan de macht (geweest) is, blijkt dat dit geen operatie zonder risico’s is. Overal heeft extreem-rechts een erg asociaal beleid gevoerd, al dan niet aangevuld met een versterkte repressie tegen andersdenkenden. Denk maar aan de uitzuivering van de bibliotheek in Orange, het optrekken van het inschrijvingsgeld voor studenten in Oostenrijk,… Dat zijn maatregelen waartegen wij campagne zouden voeren, geen maatregelen die we onszelf willen opleggen bij wijze van sado-masochistisch experiment. In plaats van oplossing, is het aan de macht laten van extreem-rechts een gevaar voor alle andersdenkenden en zal het gebruikt worden om een harde aanval in te zetten op de verworvenheden van de arbeiders.

Diegenen die vandaag beweren dat het misschien mogelijk is extreem-rechts te bestrijden door ze aan de macht te laten waar ze noodgedwongen zullen bewijzen dat ze voor eenzelfde neo-liberaal beleid staan, maken een wel erg cynische inschatting. Er wordt geprobeerd het falen van de traditionele partijen af te schuiven op anderen. Maar dat neemt het falen van de traditionele partijen natuurlijk niet weg. Het kan schijnbaar een tijdje naar de achtergrond verdwijnen, maar daar verandert de politieke positie van de traditionele partijen als verdedigers van het establishment niet.

Terwijl uiteraard een onderscheid moet gemaakt worden tussen de rechts-populistische krachten en neo-fascistische partijen, kunnen uit een aantal Europese voorbeelden toch gezamenlijke lessen getrokken worden. Wat we overal gezien hebben is dat zolang de voedingsbodem blijft bestaan, extreem-rechts verder kan groeien of kan terugkomen. De enige manier om hen in defensief te dwingen, is op basis van bewegingen tegen het neo-liberale beleid waarbij vanuit die bewegingen nagedacht wordt over een politiek alternatief. Als de verwachtingen van dat politiek alternatief niet ingelost worden (Gauche Plurielle in Frankrijk na de beweging van ’95, Olijfboomcoalitie en RC in Italië na ’94), kunnen rechts-populistische en/of neo-fascistische partijen vrij snel terugkomen. Daarbij groeien deze partijen vooral door de zwakte van de andere partijen. Als Le Pen in 2002 naar de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen kon doorstoten, was dit vooral omdat Jospin (PS) zo slecht scoorde.

LSP komt op voor een nieuwe arbeiderspartij. Wij denken dat het noodzakelijk is dat de arbeiders en jongeren over een eigen politiek instrument beschikken dat opgebouwd wordt vanuit strijd en tegelijk in staat is om strijdbewegingen te versterken. Een dergelijk politiek instrument dat gebaseerd is op een socialistische programma, kan ervoor zorgen dat het terechte ongenoegen ook op een actieve wijze politiek opgenomen wordt door eigen vertegenwoordigers van de arbeidersklasse. Dat zal de enige manier zijn waarmee extreem-rechts op lange termijn een fundamentele nederlaag kan toegebracht worden.

Uiteraard willen we in afwachting van het ontstaan van een nieuwe arbeiderspartij niet passief toekijken. Vandaag willen we ons programma – op beperkte schaal en met beperkte middelen – in de praktijk uittesten. We willen arbeiders en jongeren organiseren op een programma dat ingaat tegen de verdeel-en-heerstaktieken van het huidig systeem waarbij de werkenden tegen de werklozen worden opgezet, de Belgen tegen de migranten,… Door campagne te voeren rond wat ons verenigt – de strijd voor degelijk werk voor iedereen, de strijd tegen werkloosheid – kunnen we een antwoord bieden op racisme en andere verdeeldheid. Daarom voeren we nu campagne voor een nieuwe Jongerenmars voor werk en tegen racisme. Werk hieraan mee en sluit aan bij LSP!

Delen: Printen: