Home / Partijnieuws / CWI Nieuws / 13de Wereld Sociaal Forum – verslag vanuit Tunesië

13de Wereld Sociaal Forum – verslag vanuit Tunesië

16823651039_7b9b7c08b6_zHet 13de Wereld Sociaal Forum (WSF) vond plaats van 24 tot 28 maart in Tunis, waar ook het WSF van 2013 plaatsvond. Het WSF werd in 2001 opgezet in Porto Alegre in Brazilië en wil een antwoord van de sociale bewegingen vormen op het Wereld Economisch Forum van Davos. Er waren meer dan 1000 werkgroepen, conferenties en debatten met syndicalisten, militanten van diverse organisaties en partijen, onderzoekers of jongeren uit meer dan 120 landen.

Een verslag door Nicolas Croes

In 2013 telde het WSF maar liefst 70.000 aanwezigen. Dat was een uitdrukking van het revolutionaire proces in Tunesië en de regio dat in 2011 begon maar in 2013 nog steeds tot de verbeelding sprak van vele linkse militanten maar ook van brede lagen daarnaast. Er waren toen veel Tunesisische activisten die met hun vakbondsfederatie UGTT (Union Générale Tunisienne du Travail) aanwezig waren, dat was erg zichtbaar met de stands van de UGTT en de vakbondskleuren waren dominant. Dit jaar waren er volgens de organisatoren 45.000 aanwezigen.

De terreuraanslag van 18 maart op het Bardomuseum waarbij 24 doden vielen, had ongetwijfeld een impact op de mobilisatie. Het WSF begon op dinsdag met een mars voor “vrijheid, gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en vrede”. Deze mars trok onder strenge politiebewaking naar het museum waar de aanslag werd gepleegd. Het WSF van 2013 volgde op de politieke moord van de linkse oppositieleider Chroki Belaïd. Destijds reageerden de UGTT en de linkerzijde op die aanslag met een massale mobilisatie, zelfs indien de historische algemene staking van 8 februari 2013 geen vervolg kreeg. Nu werd alle initiatief voor een reactie op het terrorisme overgelaten aan de regering (waarin zowel de islamitische partij Ennahda als de partij van het oude regime onder Ben Ali, Nidaa Tounès, zetelen).

De beperktere opkomst voor het WSF, met vooral opmerkelijk minder Tunesiërs, komt onder meer door het aanhoudende getreuzel van de leiding van de arbeidersbeweging die er maar niet in slaagt om een radicaal revolutionair alternatief te bieden op de impasse van de kapitalistische crisis. Het revolutionaire enthousiasme van de massa’s was kenmerkend voor de situatie twee jaar geleden. Dat enthousiasme heeft plaats gemaakt voor een groter scepticisme maar ook voor meer uitgesproken politieke standpunten en een groeiend wantrouwen in de leiders van de vakbondsfederatie UGTT en het Front Populaire, een koepel met verschillende linkse organisaties. Dat wantrouwen wordt versterkt door de dubbelzinnige houding die deze organisaties innemen ten aanzien van de burgerlijke partij Nidaa Tounès.

Waar staan we met de antikapitalistische strijd?

Veel activisten, zowel jongeren als werkenden, hoopten van het WSF gebruik te maken om ervaringen over het proces van revolutie en contrarevolutie in hun land uit te wisselen. Dat leidde tot heel wat ontgoocheling.

In een artikel onder de titel “Wereld Sociaal Forum 2015: waar is de antikapitalistische strijd naar toe?” beschrijft de Tunesische journaliste en activiste Henda Chennaoui de reacties van een militant uit Sidi Bouzid, de bakermat van de Tunesische revolutie van 20122. De militant beschreef zijn ontgoocheling als volgt: “Ik had een totaal ander idee van het forum. Ik dacht dat het een veel radicaler evenement was dat meer tegen de stroom inging. In werkelijkheid zijn er meer reformisten dan revolutionairen. De feestelijke en bijna commerciële sfeer komt in de plaats van het verzet en de woede die we moeten hebben door de wereldwijde crisis.” Zijn vaststellingen doen denken aan wat een Sloveense activist stelde: “Het gemeenschappelijk doel van het Forum is niet meer om het systeem te veranderen en tegen het kapitalisme te strijden, maar enkel om de gevaren van het neoliberalisme aan te klagen omdat dit neoliberalisme de wereld in groeiende chaos meesleurt.”

Onder de aanwezigen waren er ongetwijfeld een aantal “revolutionaire toeristen” voor wie het WSF niet meteen een kans is om ervaringen over sociale strijd uit te wisselen. Voor vakbondsleiders staat deelname aan het WSF goed op hun militante CV en biedt het een kans om het linkse imago op te poetsen. Voor tal van verantwoordelijken van organisaties is het een gelegenheid om een rechtvaardiging voor subsidies te vinden.

De beperktere deelname is dus ook deels toe te schrijven aan het feit dat het “model” van het WSF uitgeput raakt door de beperkingen die het WSF kent in de opbouw van een ernstig alternatief op het kapitalisme. De organisatoren van het WSF verwijzen naar sociale strijd en de arbeidersbeweging, maar staan er zelf vaak mijlenver van af, ook in hun interne werking. Een uitdrukking daarvan zagen we in de protestactie van tientallen vrijwilligers op deze editie van het WSF. De vrijwilligers kwamen in opstand tegen de harde arbeidsvoorwaarden, terwijl het WSF op heel wat subsidies kan rekenen.

Dit gezegd zijnde blijft het WSF een verzamelplaats voor heel wat jongeren, werkenden, syndicalisten, … uit Tunesië en de rest van de wereld waarbij velen openstaan voor een ernstige discussie en het WSF willen gebruiken om hun politieke inzichten en hun engagement te versterken.

Goede reacties op socialistische standpunten

alternative_socialiste_tunisieHet CWI, de internationale organisatie waar LSP de Belgische afdeling van is, was op het WSF aanwezig met Tunesische militanten alsook enkele leden uit Groot-Brittannië, België, Italië en Duitsland. Ons pamflet was gericht op de discussie over de impasse in de massabewegingen. Het eindigde met volgende conclusie: “Ondanks een historische crisis zal het kapitalisme niet uit zichzelf verdwijnen. De werkenden, jongeren en onderdrukten hebben nood aan organisaties die hun dagelijkse strijd voor betere levens- en arbeidsvoorwaarden verbinden met het doel van een duurzame maatschappijverandering.

“Het revolutionaire elan van de massa’s in Noord-Afrika en het Midden-Oosten vond een enorm gehoor in de rest van de wereld. De afwezigheid van revolutionaire organisaties met voldoende wortels onder de werkenden, de volkse klassen en onder de jongeren, opende evenwel de weg voor een terugkeer van de contrarevolutie en dit onder verschillende gedaanten. De woede van de 99% blijft echter bestaan. Het enige element dat ontbreekt is een massaal politiek alternatief om de arbeidersklasse, jongeren en armen op internationaal vlak te organiseren rond een programma van sociale verandering.

“Tegen de chaos van het kapitalisme is slechts duurzaam economisch herstel mogelijk indien de arbeidersklasse zich de controle toeëigent over de grote banken en de sleutelsectoren van de economie. Hierdoor kan de productie democratisch gepland worden zodat ze afgestemd wordt op de behoeften van iedereen. Democratisch socialisme laat toe om de beschikbare middelen en moderne productiecapaciteiten ten dienste van de volledige samenleving te plaatsen met respect voor het milieu, in plaats van een erg kleine minderheid van parasieten toe te laten om het leven van de overgrote meerderheid van de bevolking naar de vaantjes te helpen.”

Op het WSF verscheen het eerste nummer van de krant van onze Tunesische zusterorganisatie. In deze krant staan verschillende artikels over het gevaar van terrorisme in Tunesië (onder de titel: ‘Revolutie tegen het terrorisme’), de nood aan een antwoord vanuit de UGTT, de linkerzijde en de sociale bewegingen waarbij de strijd tegen terrorisme wordt verbonden aan de strijd tegen het beleid van de huidige regering. Die regering probeert de recente gebeurtenissen uit te spelen om het besparingsbeleid te versnellen en de democratische vrijheden te ondermijnen. De krant van onze Tunesische organisatie ging ook in op de recente staking in het onderwijs en er stond ook internationaal nieuws in over Griekenland en Algerije. We waren aangenaam verrast door de reacties op deze krant. Op de drie dagen dat we campagne voerden, gingen meer dan 400 exemplaren van onze krant van de hand.

De discussies die we aan onze stand hadden, gingen vooral over de strategie waarmee we met het kapitalisme kunnen breken om over te gaan tot een democratisch socialistische samenleving. We organiseerden een meeting tijdens het WSF met een 50-tal aanwezigen. Deze meeting ging eveneens over de strategie voor een socialistisch alternatief. Voor het CWI gaat het niet enkel om het omverwerpen van rotte regeringen, maar ook om de opbouw van een fundamenteel ander systeem. We zullen verder bouwen aan onze aanwezigheid in de regio om bij te dragen aan de opbouw van een consequente revolutionaire beweging met een socialistisch programma.