Home / Op de werkvloer / Publieke sector - algemeen / Staking publieke sector op 22 april: Trekken ambtenaren algemene beweging op gang?

Staking publieke sector op 22 april: Trekken ambtenaren algemene beweging op gang?

Foto door Jan (Leuven)

Foto door Jan (Leuven)

Artikel door Maud (Brussel) uit maandblad ‘De Linkse Socialist’

We weten dat het doel en de tactiek van de regering-Michel I dezelfde zijn als die van de vorige regering: ons laten betalen voor de crisis van de kapitalisten. Het ritme en de omvang van de aanvallen ligt nu een pak hoger, maar hetzelfde refrein blijft weerklinken: “er is geen alternatief.” De TINA – There is no alternative – van Thatcher blijft opduiken en wordt als excuus gebruikt om onze levensvoorwaarden aan te pakken en de ongelijkheid op te drijven.

Zwaksten eerst aanvallen

Bij het harde besparingsbeleid liggen de openbare diensten in de vuurlinie. Dat is immers een sector die een zekere herverdeling van rijkdom garandeert en een vorm van solidariteit organiseert door toegang tot fundamentele rechten als onderwijs, gezondheidszorg, vervoer, water, …

Het personeel van de openbare diensten wordt hard aangepakt. Naast de indexsprong zijn er ook specifieke besparingen voor elk onderdeel van de publieke sector (administraties, gerecht, onderwijs, …) en dit op alle niveaus, van het federale over het regionale tot het lokale. De federale regering bespaart 2,3 miljard euro op de openbare diensten. Vier op de vijf uittredende ambtenaren zal niet vervangen worden. Werkingsmiddelen worden met 28% afgebouwd, investeringen met 33%. Wat de regering juist bekokstooft met onze pensioenen moet nog blijken, maar hoe dan ook zullen we net als onze collega’s in de privé langer moeten werken voor een lager pensioen. Harmonisering betekent in dit geval nivellering naar beneden.

Openbare diensten die velen een minimum aan levensstandaard bieden, worden steeds meer voorgesteld als een onhoudbare kost. Daartegenover plaatsen de neoliberalen een steeds grotere individualisering gekoppeld aan privatiseringen. Dit versterkt ongelijkheid en zorgt ervoor dat we nog sneller naar een samenleving met twee snelheden gaan.

De aanvallen op de openbare diensten treffen ons allemaal. Niet alleen het personeel wordt geraakt, ook de gebruikers voelen de gevolgen. Openbare diensten zijn van ons allemaal, we betalen er immers voor met ons uitgesteld loon (onder meer via belastingen). Personeel uit de sector wordt dubbel geraakt, als personeelslid en als gebruiker. Vrouwelijke personeelsleden riskeren dan nog het eerst getroffen te worden aangezien zij vaak taken uitvoeren die de regeringen aan de publieke sector willen onttrekken.

Aanvallen langs alle kanten

De arbeidsvoorwaarden gaan er overal in de publieke sector op achteruit. Het ontbreekt niet aan voorbeelden. Zo was er eind maart opnieuw een actie van treinbegeleiders na het zoveelste geval van agressie bij een controle van de vervoersbewijzen. Meer treinbegeleiders zodat niemand alleen controles moet uitvoeren, zou het risico op agressie al sterk beperken. Maar daar zijn geen middelen voor.

De spoorwegen worden overigens hard geraakt door het besparingsbeleid. We zien het onder meer met de vele afschaffingen van treinen in de ochtend- en avondspits, maar ook met de sluiting van kleine stations, de staat van de treinstellen of de vele vertragingen. De dienstverlening gaat erop achteruit en heel wat aspecten zijn al aan onderaannemers doorgegeven. Bij De Lijn waren er forse prijsverhogingen en wordt de dienstverlening afgebouwd: belbussen verdwijnen en op zondag zou er buiten de steden amper nog gereden worden. Wie zich wil of moet verplaatsen, wordt steeds meer tot individueel vervoer gedwongen.

Om het protest tegen de besparingen bij het openbaar vervoer te stoppen, wil de regering collectieve acties verbieden door minimumdienstverlening op de agenda te zetten. Dat het openbaar vervoer nu al op minimale dienstverlening draait, lijkt de regering te ontgaan. Er is een probleem met personeelsleden die amper hun verlofdagen kunnen opnemen en overuren opstapelen. Een verplichte minimumdienstverlening zal collectieve acties zo goed als onmogelijk maken. We hebben in het openbaar vervoer overigens geen minimale diensten nodig, maar een maximale dienstverlening. Dat is waar de acties van het personeel net op gericht zijn.

Op lokaal vlak, in de steden en gemeenten, wordt gestart met het schrappen van jobs. Er is ook een toename van precarisering in de vorm van tijdelijke en onzekere contracten in plaats van statutaire benoemingen. Dit alles zorgt voor een onhoudbare werkdruk voor het overblijvende personeel en uiteraard een vermindering van de kwaliteit van de dienstverlening aan de bevolking. Met een groeiend aantal werklozen dat uitgesloten wordt (zie ook pagina 6) en beroep moet doen op het OCMW, zullen de lokale middelen nog meer onder druk komen te staan.

Besparen op de publieke sector betekent ook minder middelen voor onderwijs en cultuur. De kwaliteit van ons onderwijs loopt achteruit. De job van leraar biedt de meeste kansen op een burn-out. Ouders kamperen opnieuw voor scholen om hun kind in te schrijven. Er gaapt een ongelooflijke achterstand aan investeringen waardoor onze kinderen les krijgen in aftandse gebouwen of school lopen in containers. In het hoger onderwijs houdt het personeelsbestand de stijging van het aantal studenten niet bij. Het enige antwoord van de regering hierop is een verhoging van het inschrijvingsgeld voor het hoger onderwijs.

Zelfs het gerecht klaagt over een gebrek aan middelen en dat het aan de rand van de afgrond staat. Het zorgde voor een primeur in België: een actiedag van de rechterlijke macht op 20 maart, aan de vooravond van het begrotingsconclaaf.

Met de onderfinanciering van de openbare diensten willen de rechtse regeringen en lokale besturen de publieke opinie voorbereiden op het uitbesteden van taken aan de private sector naar het voorbeeld van Belgacom en bpost. Dat zijn performante bedrijven geworden, niet inzake dienstverlening en al helemaal niet inzake tewerkstelling, maar wel voor aandeelhouders die dividenden opstrijken.

Maak een succes van de staking van 22 april

De militantenconcentratie van 19 maart was een goede start voor een tweede actieplan. Hopelijk zullen de acties niet in verspreide slagorde gebeuren met aparte acties van publieke en private sector of van de verschillende vakbonden.

Er is een oproep van ACOD voor een staking in de publieke sector op 22 april. Om de andere vakbonden ertoe te brengen ondubbelzinnig bij deze oproep aan te sluiten, kan het beste gebouwd worden aan een brede eenheid van het personeel van onderuit en dit over alle delen van de publieke sector heen. Het zou de basis kunnen vormen om de regering in het defensief te duwen en zelfs om de rechtse regering te doen vallen en met haar heel het besparingsbeleid. Het is enkel door strijd dat werkenden en werklozen hun eisen naar voor kunnen brengen en afdwingen. Het is enkel door strijd dat we kunnen aantonen dat er alternatieven bestaan op het besparingsbeleid.

Na het eerste actieplan eind 2014 was er onduidelijkheid over het verdere verloop van het sociaal verzet. De afkeer tegenover de vele asociale maatregelen van de regering blijft groot. Het potentieel van eengemaakte strijd is er. Vormt de staking van 22 april het begin van een tweede actieplan dat harder en groter is om op te bouwen naar een algemene 48-urenstaking die desnoods kan hernieuwd worden om de regering-Michel en heel het besparingsbeleid weg te krijgen?

LSP staat voor:

  • Volledig herstel van de index, vrije loononderhandelingen en een minimumloon van 15euro bruto/uur!
  • Geen ondermijning van de arbeidscontracten door onderaanneming, interim of andere precaire banen!
  • Handen af van het statuut van de ambtenaren, geen afbouw van de openbare diensten, geen privatisering en liberalisering, insourcing in plaats van outsourcing!
  • Handen af van ons pensioen. Herstel brugpensioen, vervroegd pensioen en eindeloopbaansystemen met ADV!
  • Optrekken van de pensioenen tot minimum 75% van het laatst verdiende loon met een minimum van 1500 euro per maand!
  • Stop jacht op werklozen, geen degressiviteit van de uitkeringen, geen gemeenschapsdienst, maar volledige tewerkstelling door een veralgemeende arbeidsduurverkorting tot 32u/week zonder loonverlies!
  • 85% van de Vlamingen is voor een belasting op vermogens boven een miljoen euro. Wij steunen dat en wensen er de nationalisatie onder democratische controle van de financiële sector aan te koppelen om kapitaalvlucht uit te sluiten.
  • Nationalisatie van de sleutelsectoren van de economie onder democratische controle door de gemeenschap!
  • De chaotische markteconomie en het private winstbejag bieden geen enkele garantie op een job. Voor een democratisch opgestelde en door de gemeenschap gecontroleerde planeconomie in een democratisch socialisme!

Brochure

lrbbxlDe Brusselse afdeling van ACOD LRB (Lokale en Regionale Besturen) publiceerde een interessante brochure die ingaat op de besparingsmaatregelen in de publieke sector. Deze brochure kan dienst doen om de discussie te voeren over de rampzalige gevolgen van het huidige beleid voor personeel en gebruikers, maar ook over ons antwoord daarop. Het is een goed instrument om iedereen te betrekken in de verdediging van onze openbare diensten.

De brochure van ACOD LRB Brussel is via onze redactie verkrijgbaar tegen verzendingskosten. Een pdf van de brochure is beschikbaar via : http://www.socialisme.be/nl/21732