Kapitalisme. Naar een nieuwe economische crisis?

Volgens Verhofstadt gaat het uitstekend met de Belgische economie. De Nationale Bank voorspelt dat de groei dit jaar 2,5% zou bedragen. Naar Belgische normen zou dat voldoende moeten zijn om de werkgelegenheid licht te laten toenemen. In welke mate het dan gaat om fatsoenlijke, vaste en goed betaalde jobs of, integendeel, om flexibele, tijdelijke en/of laag betaalde werkgelegenheid is onduidelijk.

Peter Delsing

In werkelijkheid gooit de Nationale Bank, zoals de meeste burgerlijke economen, er een beetje met haar pet naar. Net de laatste maanden merken we internationaal een groeiende instabiliteit en jojobewegingen op de beurzen. In België verloor de beurs begin juni al haar winsten van dit jaar. Door die toegenomen internationale instabiliteit zijn groeivoorspellingen voor België vandaag koffiedik kijken.

Van "jobloss growth" naar nieuwe crisis?

Sinds de crisis in de VS in 2001 beleeft de Belgische economie een erg pover herstel. Tussen 2001 en 2005 lag de groei in België gemiddeld op 1,5%. Dit is het soort magere groei dat gepaard gaat met jobverlies. De Belgische economie kent immers een gemiddelde productiviteitsstijging van 1 à 1,5% (met hetzelfde aantal arbeiders meer produceren door meer performante machines in te zetten of anderszins de uitbuiting op te drijven). Daarnaast maken de vervangingsinvesteringen (investeringen zuiver in de vervanging van oude machines en materiaal) ongeveer 1% van het BBP uit.

De realiteit is dat – na jaren van economisch "herstel" dat netto voor een verlies van jobs heeft gezorgd in België – deze groei al opnieuw bedreigd wordt door een nieuwe internationale groeivertraging. In die fase van verval zit het kapitalisme vandaag. Van jobverlies voortbrengend "herstel" gaan we opnieuw naar groeivertraging of recessie (inkrimping van de economie).

Jaren van kunstmatig voortgestuwde groei

De kapitalistische regeringen hebben wereldwijd, na 2001, een politiek van spotgoedkope leningen gevoerd, om de economie toch maar boven water te houden. Ook in België begonnen veel gezinnen met de bouw van een huis tegen een lage rente. Het resultaat is dat de totale schuld van de huishoudens in 2005 gestegen is tot 128 miljard euro, of 43,1% van het BBP. De opbouw van schulden door veel gezinnen, samen met de fiscale amnestie – voor hoofdzakelijk een laag beter begoeden – en recenter de effecten van de belastingverlaging hielden de Belgische consumptie nog een tijd gaande.

De trend naar schuldopbouw, in het bijzonder ook bij de gezinnen, stelt zich zeer scherp in de belangrijkste economie op wereldvlak: de VS. Sinds 2001 kende 80% van de arbeiders in de VS een daling van het reële uurloon. Desondanks bleven velen, door de euforie over de stijgende huizenprijzen en het goedkope krediet, massaal schulden maken. Deze zeepbel was niet veel langer vol te houden.

De Federal Reserve in de VS begon lenen dan ook minder goedkoop te maken. De rente werd langzaam opgetrokken. Vandaag zien de meeste arbeiders in de VS nog altijd hun loon niet stijgen, maar merken ze wel dat de benzineprijs toeneemt en – vooral – dat de zeepbel op de overgewaardeerde huizenmarkt begint te barsten.

Volgens de Nationale Vereniging van Huizenbouwers in de VS lag het vertrouwen van de leden van de sector, in juni, op het laagste niveau in 11 jaar. Het aantal aanvragen voor de bouw van nieuwe woningen daalde in mei, op jaarbasis, met 8,5%. "De trend (op de huizenmarkt) gaat sterk naar beneden", volgens economen. Dit dreigt de fundamenten onder de consumptie in de VS, in niet geringe mate ook de motor van de wereldeconomie, weg te slaan.

Onhoudbare onevenwichten in wereldeconomie

Aangezien de VS-economie "boven haar stand leeft", gaat er via de import van goederen veel geld het land uit. Dit zet een neerwaartse druk op de nog steeds overgewaardeerde dollar. Tegelijkertijd kochten Aziatische centrale banken, bijvoorbeeld in China, grote hoeveelheden dollars aan via staatsobligaties uit de VS, om zo hun eigen munt in functie van de export laag te houden.

Als de waarde van de dollar verder daalt, kan de huidige, langzame overstap naar andere munten op een moment van crisis een vlucht naar de uitgang worden, waarbij de dollar scherp terugvalt, investeringen in de VS minder interessant worden en de concurrentiepositie van andere landen – onder meer in de eurozone – wordt genekt. Dit zou heel de EU in een ernstige crisis storten.

De recente beroering op de beurzen was een reactie op de sterkere inflatie (prijsstijgingen) – door hogere grondstoffenprijzen – en de verwachte lagere groei in de VS. Je zag ook de toegenomen invloed van grote beleggingsfondsen, die van risicovolle en overgewaardeerde aandelen overstapten naar meer veilige beleggingen.

Het grotere belang van financiële speculatie is een uitdrukking van verval van het kapitalisme, dat wegens haar tendens naar overproductie minder in reële productie investeert. Het aandeel in de winsten van zuiver financiële instellingen groeide in de VS van 10 à 15% in de jaren ’50 en ’60, naar 30 à 40% vandaag.

Als een groeiende inflatie met hogere rentevoeten (duurder lenen) moet worden bestreden, dreigt dit wereldwijd een einde te maken aan het regime van goedkoop krediet. Inflatie – kijk ook naar het oliewapen in handen van landen als Iran en Venezuela – dreigt zich vast te zetten op economische stagnatie: stagflatie.

De Federal Reserve zou ook gedwongen kunnen worden om de rente op te trekken, om zo verder geld uit het buitenland te blijven aanvoeren via de verkoop van staatsobligaties. Dit om de positie van een mogelijk snel wegglijdende dollar te versterken.

Grotere kloof tussen arm en rijk

De neoliberale politiek zorgde voor stagnerende of dalende koopkracht voor de meeste arbeiders, maar – samen met bijvoorbeeld de productiviteitsstijgingen in de VS – voor ongekende winsten en weelde voor de bazen.

Tussen 1995 en 2005 steeg de gemiddelde productiviteit per uur van een arbeider in de VS met 30%. Deze intensere uitbuiting was onder meer een gevolg van de inzet van nieuwe technologie en managementtechnieken.

De winsten stegen vrolijk mee. Tussen 2001 en 2006 kenden ze meer dan een verdubbeling in de VS: een groei van 123%, ongekend sinds WO II. Het aandeel van de winsten in het nationaal inkomen is in dezelfde periode gegroeid van 7% van het nationaal inkomen naar 12,2%, eveneens een ongekend snelle groei in de naoorlogse periode.

Terwijl de gemiddelde baas in de VS in de jaren ’70 30 keer meer verdiende dan het gemiddelde loon van een arbeider, is dat vandaag 300 keer meer. Het kapitalisme zal onvermijdelijk opnieuw een klassebewustzijn creëren en strijd van de onderdrukte massa’s tegen hun uitbuiters. De komende 10 à 15 jaar kunnen we zware schokken verwachten binnen dit systeem, mogelijk beslissend voor haar voortbestaan – en dat van een leefbare planeet.

Delen: Printen: