Pakistan. De strijd van de boeren tegen onderdrukking

Tijdens een recent bezoek aan Pakistan sprak Kevin Simpson van het CWI met Sadjid Balouch, een lid van de Socialist Movement Pakistan (SMP), over zijn rol in de strijd van de arme boeren op de boerderijen die gecontroleerd worden door de regering en het leger. Sadjid was tijdens een opstand van de boeren de politieke coördinator van de AMP, een massale boerenorganisatie die de strijd organiseerde. Sadjid belandde in de gevangenis en werd gemarteld omwille van zijn activiteiten.

Interview met Sadjid Balouch door Kevin Simpson

“Om deze strijd te begrijpen, is het belangrijk om ook eens te kijken naar de historische achtergrond. Het leger en de regering bezitten een aantal boerderijen met een totale oppervlakte van 67.000 hectaren in verschillende steden van de provincie Punjab, zoals Sahiwal, Lahore, Khanewal, Okarra en Sarghoda. Meer dan een miljoen arme boeren en hun families leven op deze boerderijen.

“Het Britse imperialisme heeft deze boerderijen opgezet en moedigde de boeren aan om er naar toe te verhuizen zodat het een grotere controle zou hebben op de bevolking en de landbouw zelf. Dit proces begon in 1913. De Britse autoriteiten pachtten de grond gedurende 20 jaar van de lokale regering van Punjab.

“De boeren die naar deze boerderijen trokken, werkten onder wat het Bhatai-systeem wordt genoemd. Dat betekent dat de boerderij voorziet in zaden, pesticiden en irrigatie. De boeren kregen in ruil voor hun werk 25% van alles wat ze produceerden voor eigen consumptie.

“Na de onafhankelijkheid in 1947 werd de eigendom van de boerderijen overgedragen aan het Pakistaanse leger en de regering van Punjab. Onder de regimes van Ayub Khan en Zulfikar Ali Bhutto was er een beperkte landhervorming, maar de boeren op de militaire boerderijen vielen niet onder de getroffen maatregelen. Zij werden integendeel geconfronteerd met decennia van gebroken beloftes door verschillende regering die niets deden om hun situatie te verbeteren.

“In 2000 begon de huidige regering met het invoeren van een systeem van contracten op de militaire boerderijen. Dit nieuwe systeem betekende dat het onder de lokale huurwetgeving mogelijk zou zijn om de boeren van de grond en hun boerderijen te verdrijven. Ze zouden al hun rechten verliezen. Onder het nieuwe systeem zouden ze iedere maand een bedrag moeten betalen om op hun grond te kunnen blijven. Indien er één maand achterstand is, zouden ze van de grond kunnen verdreven worden. De oude regels gaven onbeperkte verblijfsrechten op het land, maar nu zou die bescherming wegvallen. Het was duidelijk dat Musharraf de boeren van het land weg wou om het eventueel te kunnen verkopen aan grote bedrijven die grootschalige agrobedrijven zouden kunnen opstarten.

“Sinds 2001 probeerde de regering om het nieuwe systeem op te leggen, maar de boeren bleven zich verzetten. Hierop werd door de boeren de Anjuman Muzareen Punjab (AMP, Organisatie van de boeren van Punjab) opgezet. Het scherpe karakter van de strijd kwam naar voor in de centrale slogan van de AMP: ‘Landrechten of de dood’.

“Dit was op veel vlakken een unieke boerenstrijd in Pakistan. Het was ongebruikelijk dat vrouwen van bij het begin betrokken zijn bij de beweging. De beweging slaagde er ook in om over religieuze tegenstellingen heen de boeren te organiseren. 40% van hen zijn Christenen en de rest moslims. Boeren van beide godsdiensten namen deel aan een verenigde strijd.

“In een eerste reactie op de beweging, begonnen de militaire managers van de boerderijen onderhandelingen om de strijd af te leiden. Daar slaagden ze niet in. Hierna werd de politie ingezet en een paramilitaire groep om met repressie in te gaan tegen de boeren.

“De paramilitairen concentreerden hun interventies in die gebieden waar de meest militante strijd plaatsvond, zoals in Okarra en Khanewal. In feite hielden de paramilitairen zo’n 30 dorpen in deze regio belegerd waarbij de voedseltoevoer, elektriciteit en water allemaal werden afgesloten. Ook telefoonverkeer was niet meer mogelijk. Het was de bedoeling om de massa’s uit te hongeren zodat ze wel zouden moeten toegeven. Er waren ook razzia’s om de centrale militanten op te pakken. Een aantal van hen zitten nog steeds in de gevangenis op basis van getrukeerde beschuldigingen.

“Er waren heel wat gewapende confrontaties tussen paramilitairen en de boeren. Bij één confrontatie kwamen 7 leden van de AMP om.

“De strijd gaat vandaag nog steeds verder aangezien de boeren het nieuwe contractsysteem nog altijd weigeren. AMP is op haar standpunt gebleven en is opgekomen als de belangrijkste vertegenwoordiger van de boeren. Een aantal andere organisaties probeerde van de strijd gebruik te maken om hun eigen belangen te dienen.

“Een aantal Niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) namen deel aan de beweging en gaven geld aan de AMP-leiding. Daarbij werden meningsverschillen in de leiding aangewakkerd door de NGO’s en waren er uiteindelijk twee rivaliserende boerenorganisaties. De oude leiding werd ervan beschuldigd dat ze de strijd had verraden in ruil voor financiële middelen van de NGO’s. Deze tegenstellingen verzwakten de beweging gedurende een tijd, maar toen werd een nieuwe leiding verkozen.

“Ik was actief in de AMP in het kantoor dat in Lahore werd opgezet om de boerenstrijd bekend te maken en om nationale solidariteit te organiseren. Als politiek coördinator was ik ook bezig met het leggen van contacten met de vakbonden en de arbeidersbeweging in Pakistan. Dat zorgde ervoor dat de strijd een meer politiek karakter kreeg.

“Op 2 april 2003 werd ik samen met andere leiders van de AMP opgepakt toen een groep paramilitairen het kantoor in Lahore aanviel. We werden allemaal opgepakt en verbleven in geheime gevangenissen in heel het land. Gedurende meer dan een maand werden we systematisch gemarteld. Vier anti-terroristische rechtszaken werden tegen ons opgestart door de regering en we gingen nog eens twee maanden naar de gevangenis. Na drie maanden gevangenschap werden we op borgtocht vrijgelaten. Twee zaken tegen ons werden geseponeerd, maar er zijn er nog twee die hangende zijn. De strijd van de boeren op de militaire boerderijen gaat nog steeds verder tot vandaag.”

Delen: Printen: