Sri Lanka. Bustragedie kan begin vormen van een openlijke oorlog

Op donderdag 15 juni ontploften twee bommen waardoor een bus vol boeren, arbeiders en kinderen zware schade leed in Sri Lanka. Er vielen meer dan 60 doden en nog eens 40 gewonden. Dit incident vond plaats in het dorp Kebithigollewa, een afgelegen dorp op zo’n 20 kilometer van Anuradhapura, de vroegere hoofdstad van Sri Lanka.

Clare Doyle

In het dorp wonen vooral Sinhalezen. De tragedie komt er na enkele weken van geweld waarbij er dagelijks meerdere moorden worden gepleegd door de overheid en andere krachten. De Tamil-minderheid wordt constant opgejaagd door de politie en het leger in de hoofdstad Colombo.

Als reactie op de busexplosie ging de Sri Lankese regering onmiddellijk over tot het uitvoeren van luchtaanvallen tegenover bastions van de Tamil Tijgers (LTTE). Die hebben in de praktijk de controle over het noorden en delen van het oosten van het eiland. De onderhandelingen over de wapenstilstand die in 2002 werd gesloten en die een 20 jaar durende burgeroorlog moest beëindigen, zitten opnieuw in het slop. De laatste onderhandelingen die in het Noorse Oslo moesten plaatsvinden, gingen niet door na een escalatie van de situatie. De mogelijkheid van een openlijk gewapend conflict wordt nu opnieuw groter.

De LTTE ontkent iedere betrokkenheid bij de ramp in Kebithigollewa. Haar leiders hebben echter verschillende oorlogstoespraken gemaakt waarin sprake was van de “komende campagne” en de “ultieme oorlog”. Ze hebben gedreigd met een ‘blitzkrieg’ in plaats van stap voor stap de controle te verwerven over het territorium dat ze als hun thuisland beschouwen. Nu zegt de LTTE dat het geen burgers wil raken. Het incident wordt afgeschoven op dissidente LTTE-elementen die samenwerken met het Sri Lankese leger.

Socialisten nemen initiatieven

Wie er ook verantwoordelijk is, de United Socialist Party (USP, onze zusterpartij in Sri Lanka) veroordeelt de verschrikkelijke aanslag op de gewone werkende mensen, vrouwen en kinderen. De USP stelt vast dat de spanningen in de hoofdstad Colombo en elders in Sri Lanka sterk aan het toenemen zijn. Steeds minder mensen riskeren het om naar andere dorpen of wijken te gaan.

De USP is zowat de belangrijkste linkse kracht in het land en heeft vanuit die positie het initiatief genomen om andere linkse groepen en organisaties die zich verzetten tegen de oorlog en de aanvallen op de democratische rechten, te verenigen. De partij voert ook een eigen onafhankelijke campagne tegen de oorlogsvoorbereidingen aan beide kanten.

Onze affiches en onze krant leggen nadruk op het feit dat de arbeiders en arme boeren, zowel Sinhalezen als Tamils, uiteindelijk de prijs voor de oorlog zullen moeten betalen. Nog voor de dodentol en de economische schade echt oploopt, zien we een stijging van de prijzen voor basisproducten. Heel wat mensen worden getroffen door nog scherpere armoede en zijn heel bang.

Enkel de arbeiders kunnen een oplossing vinden voor de verschrikkingen van het nationale conflict. De USP blijft opkomen voor de rechten van alle onderdrukte minderheden. We komen bijgevolg ook op voor het recht van de Tamilsprekende bevolking op zelfbeschikking, met autonome rechten voor de moslim-tamils in het oosten van het land. We komen op voor een eengemaakte strijd tegen chauvinisme en communalisme, tegen terrorisme en oorlog, tegen de heerschappij van de patroons en de grootgrondbezitters.

Delen: Printen: