Home / Op de werkvloer / Sociale zekerheid / Geef jongeren werk, gun ouderen rust!

Geef jongeren werk, gun ouderen rust!

brugpensioenZelfs een evident ‘advies’ als dat van het akkoord tussen de sociale partners dat wie vandaag met brugpensioen is niet langer ‘beschikbaar’ moet zijn voor de arbeidsmarkt, ligt moeilijk bij de provocatieregering.

Dat tienduizenden bruggepensioneerden nieuwe jobs zouden moeten aanvaarden, lijkt voor de regering logisch maar is dat absoluut niet. Velen gingen op brugpensioen omdat ze weg gesaneerd werden of omdat de werkdruk een verder functioneren onmogelijk maakte. Het is geen toeval dat het aantal arbeidsongeschikte oudere werknemers de afgelopen jaren fors is toegenomen.

Ook stelt zich de vraag welke jobs die bruggepensioneerden dan zouden krijgen en aan welke voorwaarden. Met rechtse partijen aan de macht die een probleem hebben met de impact van anciënniteit op de loonvorming, weten we dat het wat de regering betreft ook aan veel lagere lonen moet kunnen. Dat het pensioen uiteindelijk op de lonen van de laatste loopbaanjaren wordt berekend, zal wel een detail zijn voor de dames en heren neoliberalen.

De vakbonden stellen terecht dat het opleggen van een beschikbaarheid voor bestaande bruggepensioneerden een contractbreuk vormt. In de Groep van 10 van werkgevers en vakbonden werd een akkoord gesloten om wie op 31 december 2014 op SWT was en oudere werklozen die een vrijstelling hadden niet te onderwerpen aan passieve of actieve beschikbaarheid. Vanaf 1 januari 2015 geldt dan een passieve beschikbaarheid met een aantal vrijstellingen voor bepaalde categorieën.

Enthousiast kunnen we niet zijn over dit akkoord. Het doet denken aan het overleg van de afgelopen jaren waarbij de sociale afbraak mee onderhandeld wordt en maatregelen als beschikbaarheid van bruggepensioneerden verzacht worden door de toepassing ervan voor zich uit te schuiven. Samen met de verhoging van de pensioenleeftijd en de verstrenging van de voorwaarden voor SWT, wordt ook met dit akkoord verder geraakt aan de positie van oudere werkenden. Maar zelfs dat gaat niet ver genoeg voor de neoliberale provocateurs in de regering.

Ouderen werken langer, jongeren zijn langer werkloos

Dat bruggepensioneerden, tegenwoordig ‘swt’ers’ (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag), verplicht kunnen worden om een nieuwe job te aanvaarden, zat eigenlijk al in het Generatiepact ingebakken. Toen werd bepaald dat elke bruggepensioneerde jonger dan 58 jaar beschikbaar moest blijven voor de arbeidsmarkt. Nu wil de regering die maatregel uitbreiden.

Zelfs de werkgevers moeten echter erkennen dat ze niet staan te springen om ouderen aan te werven. Een patronale hardliner als Karel Van Eetvelt van Unizo, stelt dat de regering de afspraak tussen de sociale partners best kan volgen en steunt dus de vraag om de beschikbaarheid van SWT’ers te beperken. Opmerkelijk, want in 2009 pleitte Van Eetvelt er nog voor om het brugpensioen “zo snel mogelijk te verbieden”.

De vorige maatregelen om ouderen langer aan de slag te houden, hebben de gemiddelde leeftijd waarop werkenden uit de arbeidsmarkt treden verhoogd. Het zorgde voor een veel hogere werkgelegenheidsgraad (de verhouding tussen de werkende bevolking en de bevolking in de beroepsactieve leeftijd) onder 55-64-jarigen. Tussen 2000 en 2013 was er een stijging van 26,3 naar 41,7%. (1) In dezelfde periode bleef de totale werkgelegenheidsgraad min of meer stabiel met een lichte stijging. De enige daling was bij jongeren (15-24 jaar) waar de werkgelegenheidsgraad afnam van 29% tot 24%. Kortom, de ouderen werken langer en dit gaat ten koste van het aantal jobs voor jongeren. Jongeren kunnen hun toekomst niet uitbouwen, terwijl ouderen verplicht aan de slag moeten blijven terwijl ze vaak  niet meer kunnen. Afgelopen zomer werd nog bekend dat het aantal arbeidsongeschikte oudere werkenden (50-plus) op vijf jaar met 20% is toegenomen (2).

Sinds het begin van de crisis in 2008 is de jongerenwerkloosheid gestegen van 18% tot 23,7% in 2013. (3). Jongeren blijven dus langer werkloos. Zou het niet logisch zijn om eerst de jongeren aan werk te helpen in plaats van de ouderen te laten werken tot ze erbij neervallen?

Neoliberalen willen geen enkele toegeving!

Het akkoord van de Groep van Tien ligt zowel bij N-VA als Open Vld erg moeilijk. De regering wil nog aanpassingen doen en bestempelt het akkoord als een ‘advies’. De dreiging van acties wordt afgedaan als ondemocratisch. Voormalig docent recht Edgard Van de Velde schrijft vandaag in een opiniestuk in De Morgen: “De kiezer heeft gesproken, de vakbond doet hem zwijgen”. Daarin vraagt hij zich af: “Het ABVV dreigt met actie tenzij de regering het akkoord van de Groep van Tien over het brugpensioen integraal overneemt (DM 4/3 en 5/3). Is in dit land de regering nog eindverantwoordelijke voor het beleid, of hebben we de democratie vaarwel gezegd?”

Het beperken van democratie tot een stembusgang om de vier jaar waarbij die campagne doorgaans wordt gedomineerd door nietszeggendheid geproduceerd door reclamebureaus, is een wel erg restrictieve visie. Zeker als die visie dan nog beperkt wordt tot verkiezingsresultaten die de neoliberale besparingspartijen zelf goed uitkomen, zo was minister Van Overtveldt (N-VA) er snel bij om de Griekse bevolking het recht op een antibesparingsbeleid te ontzeggen ondanks een duidelijke verkiezingsuitslag.

Voor de neoliberalen moet het sociaal overleg zich beperken tot “naar elkaar luisteren”. Wellicht om vervolgens toch gewoon de geplande aanvallen in te zetten. De vakbonden mogen hun bekommernissen op tafel leggen om er vervolgens geen rekening mee te houden en tegelijk de bonden een actieverbod op te leggen omdat ze toch betrokken partij waren in het ‘overleg’. CD&V pleitte ervoor om wel rekening te houden met de sociale partners. De onenigheid in de regering blijft zich afspelen rond wat we in maandblad ‘De Linkse Socialist’ samengevat hebben als “To Thatcher or not to Thatcher, that’s the question”.

Verzet nodig

Het eerste actieplan heeft de regering doen wankelen. Het zal erop aankomen om de acties verder te zetten om de regering te doen vallen. Zal de militantenconcentratie van komende woensdag het begin van een tweede actieplan vormen?

Het zal nodig zijn want deze regering zal niet stoppen bij de reeds geplande aanvallen. Telkens wordt nog een stap verder gegaan in de provocaties en aanvallen. Ofwel laten we deze regering doen en geven we onze levensstandaard prijs, ofwel gaan we in verzet wat er op neerkomt dat de regering weggestaakt wordt. Het potentieel hiervoor is aanwezig, dat zagen we tijdens het eerste actieplan.

Werkgevers en regeringspartijen waarschuwen dat nieuwe stakingsacties de economie pijn doen en de gemeenschap veel kosten. Wat die ‘kosten’ van een staking betreft, moeten we duidelijk zijn. De staking die de samenleving het meeste raakt, is de staking van investeringen. “Belgische bedrijven zitten op 240 miljard euro”, titelde Trends op 6 november. Op Europees niveau gaat het om een triljoen euro, dat is 1.000 miljard. In de VS om 4.200 miljard dollar. Deze patronale staking treft de gemeenschap, het is een bewuste keuze om de geproduceerde rijkdom niet opnieuw te investeren.

Iedereen weet dat als bedrijven middelen opstapelen in plaats van te investeren, dit komt omdat het doel niet is om werk te creëren of de tekorten aan te pakken. De samenleving kan de allerrijksten gestolen worden. Het enige doel dat nagestreefd wordt, is een steeds grotere opeenstapeling van winsten en een accumulatie van kapitaal. We moeten het privaat bezit van de productiemiddelen in vraag stellen. Laat ons de bedrijven zelf in handen nemen, laat ons het bezit en het democratische beheer ervan overnemen. Dat zou de basis vormen voor een samenleving waarin de productie gericht is op de behoeften van de meerderheid en niet de winsten van een kleine minderheid.

 

Noten 

  1. Cijfers FOD Economie: http://statbel.fgov.be/nl/modules/publications/statistiques/arbeidsmarkt_levensomstandigheden/belgische_arbeidsmarkt_1983-2013.jsp
  2. http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/economie/1.1701460
  3. Eveneens cijfers van de FOD Economie: http://statbel.fgov.be/nl/modules/publications/statistiques/arbeidsmarkt_levensomstandigheden/belgische_arbeidsmarkt_1983-2013.jsp