Vandenbroucke komt met onaanvaardbaar voorstel tot compromis

Hoger onderwijs

De voorbije maanden betoogden duizenden studenten en personeelsleden uit het Vlaamse hoger onderwijs tegen de nieuwe financieringsvoorstellen van minister Vandenbroucke. Die voorstellen waren een rechtstreekse aanval op de democratische toegang tot het hoger onderwijs, en waren een voorbereiding voor de verdere privatisering van het hoger onderwijs. Na de enorme protesten tegen zijn plan, trok minister Vandenbroucke zijn ideeën terug. Op zich een overwinning. Maar zo snel gaf de minister zich niet gewonnen…

Tim J

De minister liet het initiatief over aan de onderwijsinstellingen zelf: zij zouden een alternatief plan moeten uitwerken. Het was duidelijk dat de minister hiermee een aloude sociaal-democratische truc uit de hoed toverde: door de instellingen hun eigen voorstellen te laten lanceren, hoopte hij genoeg verdeeldheid te kunnen zaaien om de échte discussie – over meer middelen voor het hoger onderwijs – onder de mat te vegen.

De ministeriële wens werd al snel waargemaakt door de twee zwaargewichten binnen het hoger onderwijs: oud-onderwijsminister Luc Van den Bossche en oud-KUL-rector Oosterlinck. Momenteel zijn die voorzitter van respectievelijk de associaties rond de Gentse en de Leuvense universiteit.

In tal van media brachten ze hun ideeën naar voor: de KULeuven zou de KUB moeten overnemen, de VUB moest fusioneren met de UG, er zouden middelen van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs moeten worden overgeheveld en het hoger onderwijs zou beter moeten worden afgestemd op het bedrijfsleven.

Volgens Oosterlinck en Van den Bossche zouden er maar twee grote associaties mogen overblijven: hun associaties uiteraard. De twee “wijzen” ontpoppen zich als grotere meesters van het verdeel-en-bespaarspel dan hun eigen minister.

VDB stelt een “compromis” voor

Vandenbroucke stelde dat zijn eerste voorstellen slechts plannen waren. Hij kwam eind mei met een zogenaamd “compromisvoorstel” rond de financiering van het hoger onderwijs. Compromis is echter veel gezegd. De enige verandering aan het oorspronkelijke plan is dat voor de eerstejaarsstudenten het outputmodel niet wordt toegepast, voor alle andere studenten wel.

Outputfinanciering heeft tot gevolg dat universiteiten en hogescholen zich vooral zullen gaan richten op die studenten waarvan de slaagkansen het grootste zijn. Op die manier krijgt men twee soorten instellingen: enerzijds de topinstellingen, die enkel toegankelijk zullen zijn voor rijkere studenten en topstudenten, en daarnaast tweederangsinstellingen voor de meerderheid van de studenten, maar die door het outputmodel veel minder gesubsidieerd worden.

Outputfinanciering zorgt dus niet voor hogere slaagpercentages, maar zal de toegang tot het hoger onderwijs moeilijker maken voor de zwakkere groepen: studenten uit een minder begoed milieu, allochtonen, mensen met een handicap,…

Het nieuwe “compromisvoorstel” is onaanvaardbaar. De strijd moet dan ook verder gevoerd worden. We mogen ons niet beperken tot het afwijzen van de regeringsvoorstellen. We hebben ook nood aan een eigen alternatief financieringsmodel, waarin de noden van studenten en personeel, en de democratische toegang tot het hoger onderwijs de centrale uitgangspunten vormen.

En daarvoor is méér geld nodig. Daarom blijft het van cruciaal belang dat we blijven verderbouwen op het enthousiasme van de beweging tegen de plannen van Vandenbroucke. Het voorstel van een betoging op 25 oktober in Leuven is enorm belangrijk.

Er is nood aan een veralgemeende beweging in het onderwijs – lager, secundair en hoger onderwijs – rond de eis van 7% van het BBP voor onderwijs. Samen opkomen voor meer middelen is het beste antwoord op de pogingen om verdeeldheid te zaaien!

Delen: Printen: