Bolivië. Zal Morales het potentieel voor socialisme benutten?

Evo Morales werd eind vorig jaar verkozen als president van Bolivië. Die verkiezingsoverwinning kwam er na een massale strijdbeweging die het land wekenlang platlegde en de vorige president, Mesa, naar huis stuurde. Onder druk van de massa’s die toen reeds in actie kwamen, is Morales nu moeten overgaan tot een aantal (beperkte) nationalisaties.

Emiel Nachtegael

De bewegingen die reeds verschillende Boliviaanse presidenten tot aftreden dwongen, waren het gevolg van een jarenlang neoliberaal beleid. Dat beleid stond ten dienste van de grote buitenlandse multinationals die miljardenwinsten maken in Bolivië. Het land heeft de tweede grootste gasreserves van het continent, maar is tegelijk één van de armste landen.

Morales werd verkozen vanuit een hoop op verandering. Dat zet meteen een grote druk op de nieuwe president. Hij kondigde aan het minimumloon en de lonen van de leerkrachten te verhogen, terwijl hij de lonen van de hoge ambtenaren (inclusief zichzelf) halveerde.

Op 1 mei kondigde Morales aan dat dat de opbrengst van de olie en het gas voortaan grotendeels naar Bolivië moet gaan. De multinationals mogen blijven, maar moeten een groot deel van hun winsten afstaan (voorlopig vastgelegd op 82%). Bedrijven die zich daar niet bij neerleggen, worden volledig genationaliseerd.

Helaas stoppen veel progressieve maatregelen nog halfweg. Er is de druk van de rijke elite, maar ook van de massa’s die enorm hooggespannen verwachtingen hebben. De kloof tussen rijk en arm is bijzonder groot in Latijns-Amerika. De 10% rijksten bezitten 143 keer meer dan de armste 10%.

Met zijn maatregelen komt Morales deels tegemoet aan zijn verkiezingsbeloftes, maar de bevolking eiste de volledige nationalisatie van de bodemrijkdommen. Tot 1 mei dreigde de nationale vakbondsfederatie COB met een algemene staking op 4 mei om de regering daaraan te herinneren.

De maatregel zal vooral hard aankomen bij de multinationals Petrobas (Brazilië), Repsol (Spanje) en in mindere mate ook Total (Frankrijk). De regering denkt jaarlijks zo’n 320 miljoen dollar extra binnen te krijgen door deze maatregel.Met dat geld is veel mogelijk en kan de decennialange sociale achteruitgang verlicht worden.

Delen van de vakbondsfederatie COB komen terecht op voor een volledige nationalisatie onder arbeiderscontrole en -beheer. Enkel dan is het mogelijk om de geproduceerde rijkdom effectief te gebruiken voor de belangen van de arbeiders en hun gezinnen, om zo komaf te maken met armoede, woningnood,…

Dat zou de weg openen naar een echt socialisme in de 21ste eeuw. Net zoals in Venezuela, wordt er in Bolivië gediscussieerd over socialisme. Het effectief instellen van een systeem van arbeidersdemocratie met een samenwerking tussen beide landen, samen met Cuba, zou een belangrijke stap zijn in de richting van een democratisch socialistische federatie op het continent.

De MAS-leiding houdt echter vast aan de “stappentheorie” van de Boliviaanse Communistische Partij (PCB). De vice-president, Alvaro Garcia Linera, denkt dat socialisme in de komende 50 tot 100 jaar onmogelijk is en dat het land eerst door een fase van “Andes-Amazone kapitalisme” moet. Dat is een weg in de richting van nederlagen. Een nieuw “Andes-Amazone kapitalisme” kan zorgen voor een aantal hervormingen voor de arbeidersklasse om tijdelijk sociale vrede en stabiliteit te kopen op een ogenblik dat de prijzen voor olie en gas hoog staan.

Het is echter zeker dat, net zoals in Venezuela, zonder arbeiderscontrole, de maatregelen ook zullen gebruikt worden voor het verrijken van een deel van de Latijns-Amerikaanse elite die bereid is toegevingen te doen in ruil voor sociale vrede.

Voor de arbeidersbeweging zal een poging om tot een compromis met het kapitalisme te komen, niet leiden tot overwinningen. Zolang de heersende elites, zowel nationaal als internationaal, hun instrumenten van economische en politieke macht kunnen behouden, zullen ze blijven zoeken naar mogelijkheden om hun eigen posities te versterken ten nadele van de arbeiders en de armen.

Delen: Printen: